Einsteinpark

I



Je gaat naar Potsdam voor Park Sanssouci.
Het 300 ha grote park, waar rond het paleis dat halverwege de 18e eeuw gebouwd werd, later -ter vermaak- fantastische tuinen zijn aangelegd. Met fonteinen, quasi antieke tempels, een wijngaard met terrassen, kassen, een toegangspoort, een Belvedere, paleizen voor de gasten, een theater en de grootste orangerie die ik ooit zag, helemaal vol sinaasappelbomen in potten die binnenkort naar buiten mogen.

Maar ik had eerder een plaatje gezien van de Einsteinturm in Wissenschaftspark Albert Einstein, daar niet zo ver vandaan, op de Telegrafenberg. Die berg heet zo omdat daar in 1832 de vierde in een reeks van 62 telegrafie-stations stond, waarmee een bericht van Berlin naar Koblenz in een uur overgeseind kon worden, waar eerder een bode te paard nog vier dagen over deed!
Eind negentiende eeuw begon men met de bouw van meteorologische, astronomische en geofysische onderzoekscentra en observatoria in een Engelse landschapssetting. Wat moet daar regelmatig sprake zijn geweest van enorme opwinding, bij het ontleden van zonnestralen, het in kaart brengen van het hemelgewelf en het onderzoeken van de aardbodem.
Het was er geweldig en ik was er weer helemaal alleen!
In de architectuur van de gebouwen waarde de geest van Schinkel, behalve in het zon-observatorium dat in 1922 gebouwd is door Erich Mendelsohn. Onder de koepel wordt het licht van de zon opgevangen en vervolgens naar beneden geleid, waar het in de kelder negentig graden wordt gebogen in een horizontaal vlak (?!) . En dat allemaal om de relativiteitstheorie van Albert Einstein te bevestigen.

You go to Potsdam for Park Sanssouci.
The 300-hectare park with a palace built in the mid-18th century, around which later -for entertainment- fantastic gardens were laid out. Fountains, quasi-antique temples, a vineyard with terraces, greenhouses, an entrance gate, a Belvedere, palaces for the guests, a theater, and the largest orangery I ever saw, full of orange trees in pots that will soon be allowed outside.

But I had previously seen a picture of the Einsteinturm in Wissenschaftspark Albert Einstein, not that far from there, on the Telegrafenberg. That mountain is so called because in 1832 the fourth in a series of 62 telegraph stations was there, with which a message from Berlin to Koblenz could be transmitted in an hour, which previously took a messenger on horseback four days!
At the end of the nineteenth century, the construction of meteorological, astronomical and geophysical research centers and observatories in an English landscape setting began. How tremendous the excitement must have been there on a regular basis, when dissecting the sun’s rays, mapping the sky, and examining the surface of the earth.
It was great and I was all alone again!
The spirit of Schinkel can be found in the architecture of the buildings, except in the sun observatory built in 1922 by Erich Mendelsohn. Under the dome, the light of the sun is collected and then directed downwards, where it is bent ninety degrees in the basement in a horizontal plane (?!). And all to confirm Albert Einstein’s theory of relativity.



Het werd een van eerste voorbeelden van ‘organische’ architectuur in Europa, waarbij alle bouwkundige elementen opgenomen zijn in de uiteindelijke, plastische vorm. Zoals dat mede en nog wat eerder ontwikkeld werd door de antroposofen (Steiner) en Gaudi (de Sagrada Familia).

It became one of the first examples of ‘organic’ architecture in Europe, in which all architectural elements are included in the final, plastic form. Like that, and a little earlier, the anthroposophists (Steiner) and Gaudi (the Sagrada Familia) developed.


Het past natuurlijk precies in de tijd. Een scene uit de film ‘Das Cabinet des Dr Caligari’ (1920) had er in opgenomen kunnen zijn.

Of course it fits exactly in time. A scene from the film ‘Das Cabinet des Dr Caligari’ (1920) could have been included.


Het heeft iets van een groot bot, zo mooi in contrast met het scherp gesneden trappetje.






Niet ver daarvandaan staat nog een toren, en een verwaarloosd gebouwtje van golfplaat.
Friedrich Helmert was professor in de Geodäsie, een wetenschap waar ik niet eerder van gehoord had, die betrekking heeft op alle informatie waar een ruimtelijke component een rol bij speelt. Hij was een van de belangrijkste mannen in het onderzoek naar zwaartekracht en het opmeten van de aardbol en deed dat in samenwerking met collega’s in de hele wereld, dwars door de oorlogen heen, in nauw overleg met Greenwich.
Onze navigatiesystemen en google maps beginnen hier, zo stond er op een bord, en er is een krater op de maan naar hem vernoemd.
En dat begon allemaal vanuit deze in 1893 door hem ontwikkelde en gebouwde toren, die er nu wat bouwvallig bijstond. Het metalen ‘rek’ dat je ziet was er om de koepel in twee helften open te kunnen schuiven en zo de sterren te bestuderen.


Not far from there is another tower and a neglected corrugated iron building.
Friedrich Helmert was a professor of Geodäsie, a science I had never heard of before, which relates to all information involving a spatial component. He was one of the foremost men in gravity research and the measurement of the globe, working with colleagues around the world, right through the wars, in close consultation with Greenwich.
Our navigation systems and google maps start here, it said on a sign, and there is a crater on the moon named after him.
And that all started from this tower built in 1893, which was now somewhat dilapidated. The metal ‘rack’ you see was there to support the opened dome in two halves, to study the stars.




Daarnaast staat dit gebouwtje dat het meridianenhuisje heet. En het kleine torentje dat er bij staat is een ‘mire’, een ‘meridiaanmarkering voor het instellen van de telescoop in de meridiaanrichting’. Nu doe ik net of ik er verstand van heb, maar dit lees ik natuurlijk op de informatieborden die er bij staan en wat ik later op internet vind.
Maar waar ik wel gevoelig voor ben is de gedachte dat al ons comfortabel en vanzelfsprekend verkeer, of het nu per vliegtuig is, of de mail de ik verstuur, z’n oorsprong vindt bij dit soort wetenschapspioniers aan het eind van de negentiende eeuw. Die slechts deze eenvoudige gebouwtjes nodig hadden en wat meetapparatuur ontwikkelden om de grootste ontdekkingen te doen. Zonlicht meten, onze afstand tot de poolster bepalen en het weer voorspellen; ongelooflijk.



Next to this is this iron building called the meridian house. And the small turret it says is a ‘mire’, a ‘meridian marker for setting the telescope in the meridian direction.’
I pretend I understand, but of course, I read this on the information boards that accompany it and what I later find on the internet.
But what I am sensitive to is the idea that all our comfortable traffic, whether it is by air, on the road, or the mail that I send, originated with this kind of science pioneers at the end of the nineteenth century. Who only needed these simple buildings and developed some measuring equipment to make the greatest discoveries. Measure sunlight, determine our distance to the North Star and predict the weather; incredible.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is img_2213.jpeg
Het interieur dat ik door een raampje fotografeerde. Die grote stenen blokken zo begreep ik, waren er om de instrumenten te funderen en zo weinig mogelijk last te hebben van trillingen.

Matches



Het is natuurlijk een beetje aanmatigend om het immense, wereldberoemde Pergamonmuseum te bezoeken en dan opgewonden te raken van een luciferdoosje waarin een klein steentje zit.
Toch werkt het zo bij mij. Een deel van het museum is gesloten, het Pergamon zelf wordt gerestaureerd en is nu niet toegankelijk. Wat er wél in volle glorie stond was de Ishtar Poort van Koning Nebukadnezar uit Babylon.

Of course, it is a bit presumptuous to visit the immense, world-famous Pergamon Museum and then get excited about a matchbox containing a small stone.
Yet that is how it works for me. Part of the museum is closed, the Pergamon itself is being restored and is now not accessible. What did stand in all its glory was the Ishtar Gate of King Nebuchadnezzar from Babylon.


Het verhaal rond die Ishtar Poort is een mooi verhaal.
De koninklijke verzamelingen in Berlijn ontbeerden nog wat in het Louvre en the British Museum al langer te zien was; een opgegraven schat uit een ver land. De reliëfs uit Susa (Louvre) en de Elgin Marbles (Londen) wekten jaloezie. Eind 19e eeuw ondernamen de oriëntalist Eduard Sachau en de architect Robert Koldewey de tocht naar het huidig Irak. De laatste vond in Babylon, in het zand, enkele scherven en brokjes steen met kleurig glazuur waarmee hij het thuisfront wist te overtuigen. Het opgravingsproject werd een prestigezaak voor koning Wilhelm II (die van Huis Doorn). Het duurde tot 1917 (middenin de eerste wereldoorlog) voor alle brokstukjes in honderden kisten naar Berlijn getransporteerd werden en tot 1930, voor de reconstructie een feit was. Toen stond het voorste gedeelte van de oude stadspoort van Babylon uit 600 voor Christus en een deel van de processie weg in het museum in Berlijn. Overigens bestaat 80% van de enorme wanden uit keramische tegels die een eeuw geleden gebakken zijn. Maar de afgebeelde mythologische dieren -in reliëf- zijn uit de oorspronkelijke stukjes samengesteld.

Er wordt op de tekstborden in het museum nog steeds benadrukt dat er niks afgebroken en geroofd is, integendeel; het zou allemaal gered zijn uit handen van barbaren die de muren indertijd het liefst stuksloegen om er hun nieuwe huizen en paleizen mee te bouwen. De poort in Berlijn is nog maar een klein onderdeel van het origineel, een ander stuk staat in de opslag. En aan elf diverse musea, van Istanbul tot Toronto, zijn nog eens tientallen reliëfs van de afgebeelde dieren doorverkocht, om de expeditie te financieren.



The story about that Ishtar Gate (600 BC) is an interesting story.
The royal collections in Berlin still lacked what had been on display in the Louvre and the British Museum for some time; a treasure dug up from a distant land. The reliefs from Susa (Louvre), the Elgin Marbles (London) aroused jealousy. At the end of the 19th century, the orientalist Eduard Sachau and the architect Robert Koldewey undertook the journey to present-day Iraq. The latter found in Babylon, in the sand, some shards and chunks of stone with colored glaze with which he managed to convince the home front. The excavation project became a matter of prestige for King Wilhelm II (that of Huis Doorn). It took until 1917 (in the middle of the First World War) for all puzzle pieces in hundreds of boxes to be transported to Berlin and until 1930 for the reconstruction to be a fact. Then the front part of the old city gate of Babylon was in a museum in Berlin. Incidentally, 80% of the enormous walls consists of newly baked ceramic tiles. But the depicted mythological animals are composed of the original pieces.


It is still strongly stressed upon on the text boards in the museum, that nothing has been broken down and looted, on the contrary; it would all have been saved from the hands of barbarians who, at the time, preferred to smash the walls to build their new houses and palaces. The gate in Berlin is only a small part of the original, another piece is still in storage. And to eleven different museums, from Istanbul to Toronto, dozens of reliefs of the depicted animals have been sold, to finance the expedition.






Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is schermafbeelding-2021-04-29-om-14.21.53.png



Saddam Hussein liet een (kleinere) replica bouwen die de de ingang had moeten markeren van het nieuwe museum dat er achter gepland was. Tijdens de Golfoorlog is deze poort zwaar beschadigd en het museum is nog niet gebouwd. Sinds 2019 wordt Babylon, wat er van over is, tot UNESCO werelderfgoed gerekend. De regering van Irak heeft drie keer een verzoek ingediend bij de Duitse regering, de poort en het deel van de processie-weg terug te plaatsen op de oorspronkelijke locatie. Tot nog toe vergeefs, maar ‘roofkunst’ is inmiddels een thema in de naderende verkiezingen en Duitsland neemt het voortouw in teruggave van geroofde voorwerpen aan de landen van herkomst. Die stap voorwaarts zal andere (Europese) landen onder druk zetten met voorstellen te komen. Het begint met de restitutie van de ‘Benin Bronzes’ -ooit geroofd door het Britse koloniale leger- aan het land waar ze thuishoren: Nigeria.


Saddam Hussein had a (smaller) replica built that should have marked the entrance to the new museum that was planned behind it. This gate was badly damaged during the Gulf War and the museum has not yet been built. Since 2019, Babylon, what is left of it, has been classified as a UNESCO World Heritage Site. The Government of Iraq has filed three requests with the German Government to return the gate and part of the processional road to its original location. So far in vain, but ‘looted art’ has become a theme in the upcoming elections, and Germany is taking the lead in returning looted objects to the countries of origin. This step forward will put other (European) countries under pressure to come up with proposals. It starts with the restitution of the ‘Benin Bronzes’ – once stolen by the British colonial army – to the country where they belong: Nigeria..





En dat luciferdoosje?

Dat nam Koldewey mee naar huis van zijn eerste reis, met daarin een soort gelukssteentje. Hij moet de lucifers daar gekocht hebben, getuige het opschrift. Maar hadden ze in 1897 al luciferdoosjes in Babylon. Made in Sweden? ‘Will not glow after being thrown out’?

Ja dus! In Nederland werden de betrouwbare lucifers uit Uddevalla, Zweden al in 1895 geïmporteerd en onder de naam De Zwaluw in de markt gezet. Het werd meteen een groot succes en stimuleerde de export over de hele wereld in aangepaste verpakking , ook naar Het Nabije Oosten en West Afrika. En wat maakte de Zweedse lucifer zo geliefd? Het met parafine behandelde kopje ontvlamt alléén als de zwavel in contact komt met een oppervlak dat gedrenkt is in een speciaal laagje dat aangebracht is op de zijkant van het doosje. Veilig!

And that matchbox?
Koldewey took that home from his first trip, with a kind of lucky stone. He must have bought it there, according to the inscription. But did they already have matchboxes in Babylon in 1897?
Made in Sweden? Will not glow after being thrown out?

Yes! In the Netherlands, the reliable matches from Uddevalla, Sweden were already imported in 1895 and marketed under the name De Zwaluw. It immediately became a great success and stimulated exports all over the world in adapted packaging, also to the Near East and West Africa. And what made the Swedish match so popular? The paraffin-treated cup will only ignite if the sulfur comes into contact with a surface that has been soaked in a special coating applied to the side of the box. Safe!



Nb: alle musea zijn al weer een paar weken gesloten, ik greep mijn kans toen ze even open waren.

Letters


Ooit, op vakantie in Polen, moesten we zóeken naar de winkels.
Het was niet lang na de val van de muur en in de dorpen op het platteland zaten ze verstopt in wat gewone woonhuizen leken. De kleine, dubbelglas ruitjes boden weinig zicht op de inhoud. Uithangborden waren er nauwelijks, en voor ons onleesbaar (Sklep). De bewoners van het dorp wisten toch wel waar ze moesten zijn en er was geen concurrentie.

Ik zie in de stad alle opschriften. De winkelpuien, de affiches, de straatnamen, de reclames; er ontgaat me weinig. In Amsterdam is het extra opletten als op woensdag de reclames en affiches in de abri’s gewisseld zijn.
Typografie en materiaal verschillen enorm per wijk, dat is hier in Berlijn nog opvallender. De buurt waar ik nu woon (Prenzlauerberg) is hip en dat zie je natuurlijk terug in het type winkels; veel bio, dure bakkerijen, mode- en interieurzaken. De gevels zijn smaakvol, de namen van de winkel klein geplaatst, bescheiden in kleurgebruik, allemaal zoals het hoort, maar nergens opvallend of spannend.

In Kreuzberg, waar de meeste winkels in Turkse handen zijn, knalt het je tegemoet. De namen van de zaken en vooral wat ze er verkopen worden breed uitgemeten, liefst over de hele gevel. Er wordt vaak gebruik gemaakt van foto’s op lichtbakken, zo van de computer naar de printer-op-reuze-formaat. Veel döner kebab natuurlijk, shisha lounges, kappers, Fleisch und Lebensmittel en baklava bakkers.
Vrijwel nergens zie je meer handgeschilderde of lichtgevende, losse letters. De winkelpanden met een mooie belettering, die ik af en toe tegenkom en fotografeer, zijn zeer zeldzaam. Meestal staan ze leeg en in afwachting van een grote verbouwing gestript, waardoor de voormalige belettering even vrij komt.




Once, on holiday in Poland, we had to search for the shops.
It was not long after the fall of the wall, and in the rural villages they were hidden in what appeared to be ordinary houses. The small, double-glazed panes offered little insight into the contents. There were hardly any signboards, and unreadable to us (Sklep). The inhabitants of the village knew where to be anyway and there was no competition.

I see all the inscriptions in the city. The storefronts, the posters, the street names, the advertisements; little escapes me.
Typography and materials differ enormously per neighborhood, which is even more striking here in Berlin. The neighborhood where I live now (Prenzlauerberg) is hip and you can of course see that in the type of shops; lots of bio, expensive bakeries, fashion and interior shops). The facades are tasteful, the names of the store are small, modest in use of color, all as it should be, but nowhere striking or exciting.

In Kreuzberg, where most of the shops are in Turkish hands, it hits you. The names of the businesses and especially what they sell are widely spread, preferably across the entire facade. They mainly use photos on light boxes, so straight from the computer to the printer-in-giant format. Lots of doner kebabs of course, shisha lounges, hairdressers, Fleisch und Lebensmittel and baklava bakers.
Hardly anywhere do you see hand-painted or luminous, movable letters anymore. The shops with beautiful lettering, which I occasionally come across and photograph, are very rare. They are usually empty and stripped in anticipation of a major renovation, leaving the former lettering visible for a while.






Het is een beetje flauw, maar ik kan het niet laten er nog een afhaalzaak uit de DDR tijd bij te laten zien. EINTOPF, een stevig eenpansgerecht, EIS, nog net leesbaar in het luikje, en LECKEREIEN, een -meestal zoete- lekkernij, met een punt op de hoofdletter i.


Sorry, but I can’t help showing another takeaway from the GDR era. EINTOPF, a hearty one-pot dish, EIS, barely legible in the hatch, and LECKEREIEN, a mostly sweet treat, with a dot on the capital i.



Het valt me op dat borden boven de winkelpui, meer dan bij ons, aangeven wat er te koop of te doen is. En dat zijn soms enorm lange woorden, in forse kapitalen.


I notice that signs above the shop front, more than ours, indicate what is for sale or to do. And these are sometimes very long words, in large capitals.



Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is img_9973.jpeg


Er is een mooie film te zien op internet van een groep Amerikaanse ‘signpainters’. Old school typografie met een vaardige hand en de goeie penseel aangebracht. Een uitstervend beroep.

http://www.signpaintersfilm.com/#watch

There is a nice film on the internet of a group of American ‘sign painters’. Old school typography applied with a skilful hand and a good brush. A dying profession.

Second Life


Het is elke morgen een verrassing wat er in de hal zal staan, op de mooie tegelvoer.
Lege jampotten, een doos lego, een schemerlamp, een koffertje met cd’s, een kamerplant of, zoals gisteren, twee keurig gepoetste damesschoenen.
Er staat niet eens meer een bordje bij dat je het mee mag nemen, als het je maat is;
dat spreekt voor zich en dat weet iedereen. Ik zie het heel vaak, hier in Berlijn, op de brede vensterbanken, in trapportalen, in de hoek bij een voordeur, zo’n groepje meeneemdingen, zoals wij dat alleen van boeken kennen.
Heel sympathiek is het. En de omloopsnelheid is groot.
Ze zijn al verdwenen als ik terugkom van boodschappen doen.




Every morning it is a surprise what will be on the beautiful tiled floor in the hall.
Empty jam jars, a box of Lego, a table lamp, a suitcase with CDs, a houseplant or, like yesterday, two neatly polished ladies’ shoes.
There is not even a sign that you can take it with you, if it is your size.
That goes without saying and everyone knows it.
I see it very often, here in Berlin, on the wide windowsills, in the staircase, in the corner by a front door.
It is very sympathetic. And the turnover rate is high.
They will already be gone when I come back from shopping.

TOYS



Kort na aankomst hier in Berlijn, ben ik elke dag begonnen met het schilderen van speelgoed.
Later verschoof die activiteit naar de avond, met de radio aan, voor het slapen gaan.
Wat begon als een plezierige, maar wat vrijblijvende oefening in kleur, groeide allengs aan tot een ware familie en het werd -onbedoeld- ook een tijdsbeeld. Mijn herinneringen aan ons speelgoed is al een andere dan iemand die tien jaar jonger is. Elke generatie zijn of haar eigen speelgoed.
Toen we de zolder van het ouderlijk huis opruimden heb ik veel speelgoed gefotografeerd waaruit ik nu kon putten. Ik kreeg foto’s toegestuurd, en had veel aan het jaren ’30 speelgoed dat ik vastlegde in het oude huis in de bossen van het Schwarzwald, waar vrienden me eens uitnodigden. Daarbij was het internet een grote bron. Totaal vergeten spullen soms, die een schok van herkenning teweegbrachten. Mijnheer Aardappelhoofd bijvoorbeeld; een doosje met kleine plastic dingetjes in de vorm van neus, hoedje, bril die je in een aardappel kon prikken.
Nu kon ik ook eindelijk eens iets aanvangen met alle materiaal uit het Pollocks Toy Museum in Londen waar ik als zeventienjarige voor het eerst kwam en dat een onuitwisbare indruk op me maakte. Het bestaat nog steeds. We waren er in 2019 en ik keek mijn ogen uit: er was in al die tijd helemaal niets veranderd!
En ik kon mijn poppenhuis-archief raadplegen, met veel foto’s uit het Spielzeug Welten Museum in Basel, het meest volledige dat ik ken.

Er zijn er nu honderdtwintig, maar ik heb nog niet het idee dat ik er klaar mee ben.
We gaan er hier in Berlijn een boek van maken, met de buurjongen, Andreas Studer, die een goede grafisch ontwerper is, en een essay van Stefan Kuiper. Dan blijft het hoe dan ook bijeen.




Shortly after arriving here in Berlin, I started painting toys, one every day.
Later, that activity shifted to the evening, with the radio on, before going to sleep.
What started as a pleasant, but somewhat non-committal exercise in color, gradually grew into a true family and – unintentionally – also became a portrait of an era. My memories of our toys are different from someone ten years younger. Each generation has its own toy memory.
When we cleaned up the attic of the parental home, I photographed many toys that I could now make use of. I was sent photos, and very fond of the old house in the woods of the Black Forest, where friends invited me once, where all the toys still are, from the 1930s. The internet was a major source.
Sometimes I found things completely forgotten, which caused a shock of recognition. Mr Potato Head, for example, a box with small plastic things in the shape of a nose, hat, glasses that you could prick in a potato.
Now I could finally do something with all the material from the Pollocks Toy Museum in London, where I first came as a seventeen-year-old and which made an indelible impression on me. It still exists. We were there in 2019 and I couldn’t believe my eyes: nothing had changed in all that time!
And I was able to consult my dollhouse archive, with many photos from the Spielzeug Welten Museum in Basel, the most complete I know.

There are now one hundred and twenty, but I don’t feel like I’m done with it yet.
We are going to make a book of it here in Berlin, with the boy next door, Andreas Studer, who is a good graphic designer, and an essay by Stefan Kuiper. Then it stays together anyway.

Parallel

In de Gemäldegalerie:



In the studio:




Het zit met inspiratie meestal niet zoals je dénkt dat het zit.
Je loopt niet in een museum, in een winkel of een bos en denkt: ah! dat ga ik schilderen.
Het is eigenlijk meestal andersom; je bent al met iets begonnen dat je later tegenkomt, herkent, en dat gebeurt soms vrij letterlijk.
Zo zie ik nu overal paarden, omdat ik op geheel intuïtieve wijze besloot dat er een paard moest staan, in de kamer ik aan het tekenen was. En zo schilderde ik in een ander werk een tegelvloer die me haast een kreet van verbazing deed slaken toen ik een soortgelijke vloer tegenkwam in een heel klein, prachtig schilderij van Dieric Bouts, in de Gemäldegalerie. Christus op bezoek bij Simon, met lekkere vissen op de tinnen borden.
Thuisgekomen zag ik pas dat hij hetzelfde rood plaatste naast dat blauw-groen-grijzige van de vloer.
Bij mij helaas niét die aandoenlijke Maria Magdalena waarvoor het tafelkleed een beetje omgeslagen is.
Ze droogt de voeten van Jezus met haar haren, nadat ze die met haar tranen gewassen heeft en later zal zalven met de olie uit het stenen potje. Maar wie weet.

Dieric Bouts – 1450 – Christus in het huis van Simon



Finding inspiration usually does not go the way you think it does.
You don’t walk around in a museum or shop or a forest and think, ah! I’m going to paint that.
It is actually mostly the other way around, you have started something that you later encounter, recognize, sometimes quite literally.

Now I see horses everywhere, because I decided in a completely intuitive way that there should be a horse in the room I was drawing. And then in another work I painted a tile floor that almost made me cry of surprise when I came across a similar floor in a very small, beautiful painting by Dieric Bouts, in the Gemäldegalerie. Christ visiting Simon, with tasty fish on the tin plates. When I got home I saw that he placed the same red next to that blue-green-gray of the floor.
Unfortunately in mine not that endearing Mary Magdalene for whom the tablecloth is slightly turned. She dries the feet of Jesus with her hair, after washing them with her tears and later anointing them with the oil from the stone jar. But who knows.



‘Zum Abschied’ – 2021 – 238 x 216 cm


Dit is het eerste grote werk dat ik hier in Berlijn maakte. Eigenlijk had ik het plan de kasten, schappen en lijsten te vullen tot ik ineens zeker wist dat het juist leeg moest blijven. Alles is ingepakt en in afwachting. Vervolgens schoof het paard -een beetje verlegen- in beeld.


This is the first major work I made here in Berlin. Actually, I had the plan to fill the cupboards, shelves and frames until I suddenly knew for sure that it had to be left empty. Everything is packed and waiting.
Then the horse – a little shy – slid into the picture.

1:25

Modellpark Berlin heet het, een soort Madurodam, maar eenvoudiger, met een rek ansichtkaarten en een tentje waar ze curryworst verkopen. Jammergenoeg niet hele kleine, niet op schaal. Er moet voortdurend en flink opgeknapt worden, verzekerde de meneer me die middenin de Rijksdag stond om de schade van de laatste storm op te nemen. Maar het is goed gedaan, met hier en daar een knop die werkt. Bachs orgelmuziek uit de kerktoren, en geluid van joelend publiek bij het stadion. Het is een project als sociale werkplaats waar mensen met een handicap hun bijdrage leveren. Het is een beetje onderkomen, nogal wat torens zijn afgebroken en vogels zijn op balkonnetjes gaan zitten die dat niet overleefden. Er was ook geen totaalplan-van-aanpak, de panden zijn uitgestrooid over het terrein, naast veel te hoog geworden struiken. Maar dat maakt het allemaal juist zo charmant.



It is called Modellpark Berlin, a kind of Madurodam, -the tiny version of the Netherlands in the Hague-, but simpler with a rack of postcards and a tent where they sell currywurst. Unfortunately not very small, not to scale. There is a need for continuous and substantial refurbishment, assured me the gentleman standing in the middle of the Reichstag to assess the damage from the latest storm. But it’s done well, with a button here and there that works. Bach’s organ music from the church tower, and the sound of a screaming audience at the stadium. It is a project as a sheltered workplace where people with disabilities make their contribution. It is a bit shabby, quite a few towers have been demolished and birds have settled on balconies that did not survive. There was also no plan-of-action, the buildings were scattered over the site, next to bushes that have grown too high. But that’s what makes it all so charming.


Dit vond ik zo grappig. Het Zeissplanetarium was ingestort, en dan plaatsen ze er wat bouwmateriaal en dragliners bij, redelijk op schaal, totdat er weer geld en tijd is om het op te knappen. Werk in uitvoering!


I thought this was so funny. The Zeiss planetarium had collapsed, and then they add some building materials and dragliners, reasonably to scale, until there is money and time to fix it up again. Work in progress!

En ja, ook het Joods Historisch Museum van Libeskind staat er, dat je nu van boven kunt zien en opvallend veel gelijkenis vertoont met het ontwerp voor het holocaust monument in Amsterdam. Vol opdringerige bedoelingen en symboliek.


And yes, the Jewish Historical Museum of Libeskind is also there, which you can now see from above and which has a striking resemblance to the design for the Holocaust monument in Amsterdam. Full of intrusive intentions and symbolism.



En om het rond te maken: Haus Lemke; het huis dat Mies van der Rohe in 1938 voor het echtpaar Lemke bouwde, net voor hij, vluchtend voor de nazi’s, naar de VS vertrok.

And to round it off: Haus Lemke; the house that Mies van der Rohe built for the Lemke couple in 1938, just before he left for the US, fleeing the Nazis.


Ik ben het vandaag op gaan zoeken, net voor het weer dicht moet.
Het is fantastisch gelegen aan een klein meer, de Obersee, in de wijk Hohenschönhausen. Het is bescheiden en prettig van verhoudingen; je zou er zo in willen.
Na de oorlog werd de omgeving van het huis verboden gebied; geheel in beslag genomen door het er vlakbij gelegen Ministerium für Staatssicherheit. De tuin werd een parkeerplaats, het huis een wasserette. Je ziet nog sporen van een extra raam in de bakstenen muur. Inmiddels is het een gerenoveerd monument.

I went to look it up today, just before it has to close again. It enjoys a fantastic location on a small lake, the Obersee, in the Hohenschönhausen district. It is modest and pleasant in proportions; you would like move in, like this. After the war, the area around the house became a prohibited area; completely taken up by the nearby Ministerium für Staatssicherheit. The garden became a parking lot, the house a laundry. You can still see traces of an extra window in the brick wall. It is now a renovated monument.

Ambivalence


Het is al lang geleden dat ik begonnen ben met het fotograferen van Maria zoals ik haar op schilderijen tegenkwam, zag ik in mijn foto-archief dat ik hier probeer te ordenen. In het Louvre raakte ik er een beetje aan verslaafd en hier in de Gemäldegalerie zette ik het voort.
Maria lacht nooit, er is heel soms een vertederde glimlach die om haar lippen speelt. Haar ogen zijn in de meeste gevallen geloken en ze kijkt ons zelden aan. Het is een mengeling van aarzelende berusting, van zorg en ingehouden verdriet om wat komen gaat. Ik heb nog nooit een gelukkige Maria gezien, geen blije moeder met de pasgeboren zoon in haar armen. Dat begint al bij haar afwerende houding als de engel Gabriël bij de annunciatie komt vertellen dat ze onbevlekt zwanger zal worden van de zoon van God. En dat is goed te begrijpen. Je kunt haar bezorgde blik misschien ook verklaren door het voorvoelen, dat ze voorvoelt hoe het zal gaan eindigen. En dat het een zwaar leven zal zijn. Die wijze van afbeelden is dezelfde door de eeuwen heen, dezelfde iconografie in de Byzantijnse mozaïeken, de meeste iconen, en van de vroege Middeleeuwen tot in de late Renaissance.


I saw in my photo archive that I am trying to organize here, that it has been a long time since I started photographing Mother Mary as I encountered her in paintings. In the Louvre I became a little addicted and here in the Gemäldegalerie I continued.
Maria never smiles, sometimes there is an endearing smile that plays around her lips. Her eyes are closed in most cases, she rarely looks at us. It is a mixture of hesitant resignation, of worry and restrained grief about what is to come. I have never seen a happy Mary, not a happy mother with the newborn son in her arms. This already begins with her defensive attitude when the angel Gabriel comes to tell her at the annunciation that she will conceive immaculate with the son of God. And who wouldn’t be. You can mainly explain her worried look by the foreboding, that she foresees how it will end. And that it will be a tough life. The same way of representation has been there through the ages, the same iconography in the Byzantine mosaics, most of the icons, and from the early Middle Ages on to the late Renaissance.



Hans Holbein der Ältere – Schmerzensmutter – 1495



Het echte verdriet komt pas als Jezus aan het kruis hangt, en in de pietá met het dode lichaam van haar zoon in haar schoot. Dan heeft ze rode ogen van het huilen, of ziet net zo bleek als hij. Ik weet dat ik voor de eerste keer de enorme kracht van de Maria verering zag, toen ik op reis was in Guatemala en daar in een dorpskerk een kleine Indiaanse vrouw schokschouderend verdriet zag hebben, geknield opkijkend naar het beeld van Maria, dat haar door glazen tranen aankeek. Maria, die haar begreep.

De musea in Berlijn zijn even open geweest, maar sluiten maandag hun deuren weer.
Ik heb er enorm van genoten.

The real sorrow only comes when Jesus hangs on the cross, and in the pietá with the dead body of her son in her lap. Then she has red eyes from crying, or looks just as pale as her dead son. I saw the tremendous power of Mother Mary worship for the first time when I was traveling in Guatemala and there, in a village church, saw a small Native American woman shrugging in grief, looking up at the statue of Mary with glass tears looking down at her. Maria, who understood.


(nagekomen, op 30 april)

Een vriend attendeerde me op dit mooie, er helemaal op aansluitende stuk van Marjoleine de Vos, dat in de NRC van 20 december 2014 verscheen:

https://www.nrc.nl/nieuws/2014/12/20/het-lot-van-een-kind-ligt-vast-daar-denkt-een-moe-1448996-a670379

Listening


Wat is het een wonder, en wat is Rembrandt daar toch goed in.
Hier wordt niet geposeerd, hier wordt geluisterd.
Hoe krijg je dit voor elkaar met wat olieverf op een doek.
De man spreekt, hij is een doopsgezind prediker, de vrouw luistert en denkt er het hare van.
Ondertussen frummelt ze wat aan haar zakdoek. Hij beargumenteert, maar lijkt niet helemaal zeker te zijn van zijn zaak en kijkt haar niet aan. Zij denkt dat het anders zit, maar wacht er nog even mee dat uit te spreken.

What a miracle it is, and how good Rembrandt is at it.
There is no posing here, here is someone listening.
How do you achieve this with some oil paint on a canvas.
The man speaks, he is a Mennonite preacher, the woman listens and thinks hers.
In the meantime she fiddles with her handkerchief. He argues, but does not seem to be entirely sure and does not look at her. She thinks otherwise, but waits a while to tell him so.


Ik nam de foto’s in het museum, maar op google-arts kun je natuurlijk veel betere afbeeldingen vinden.

The Mennonite Preacher Anslo and his wife, painted in 1641, now in the Gemäldegalerie

I took the pictures in the museum, but of course you can find much better pictures on google arts.

Petrus Christus



Het is niet groter dan een A-viertje. En toch wenkt ze je van verre, met die onnavolgbare blik die het midden houdt tussen zelfbewust, gereserveerd, alert en verleidelijk. De suppoost waarschuwde me dat het zo klein is dat ik het mogelijk over het hoofd zou zien, maar dat lukt helemaal niet, haar over het hoofd zien. Ik heb haar bovendien vaker bekeken, ze is inmiddels overbekend, uitvergroot in de hal van het ziekenhuis in Leiden, op placemats en brillendozen. En toch,- en dat is het mooie van alle tijd hebben in een museum waar nog maar zeven andere mensen rondliepen-, ontdekte ik iets dat ik niet eerder zag. Een speld die in de stof gestoken was met daarlangs een bijna onzichtbare draad die om haar hals ging en haar jurk op z’n plaats hield. Daarmee kwam ze ineens zo heel dichtbij; dat ze daar ‘s morgens aandacht aan had moeten besteden, voor ze naar de schilder Petrus Christus ging, die haar ergens rond 1470 vastlegde.



It’s no bigger than an A4. And yet she beckons you from afar, with that inimitable look that is a cross between self-aware, reserved, alert and seductive. The attendant warned me that the painting is so small that I might miss it, but I can’t at all overlook her. Moreover, I have watched her more often, she is now well known, magnified in the hall of the hospital in Leiden, on place mats and glasses boxes. And yet – and that’s the pleasure of having time to spend in a museum where only seven other people were walking around,- I discovered something that I hadn’t seen before. A pin stuck into the fabric with an almost invisible thread running around her neck, holding her dress in place. With that, she suddenly came so very close; that she should have paid attention to it that morning, before going to the painter Petrus Christus, who portrayed her sometime around 1470.