Bar – rings – bridge

Dat is dan wel weer een voordeel van nergens naar binnen kunnen; ik fiets langs en door de parken van Berlijn en stuit op verrassingen. Op de grens van Kreuzberg/Neukölln ligt het Hasenheide park. Daar zag ik van verre dit standbeeld, zoals er vele zijn, maar dichterbij gekomen vielen me pas al die stenen tekst-platen op, waarvan ik eerst veronderstelde dat het grafzerken waren.
Maar wat doen grafzerken om een standbeeld?
Het zijn plaquettes die geschonken zijn door 139 (!) turnverenigingen uit de hele wereld, en de meeste dateren van de tijd dat het standbeeld geplaatst werd, in 1872. Onder het bronzen beeld, gefinancierd door al die verenigingen, staat nauwelijks leesbaar ‘Turnvater Jahn’ in de stenen sokkel gegraveerd.
Het blijkt allemaal te gaan om Friedrich Ludwig Jahn, de grondlegger van de turnsport, die zelfs een nieuwe naam gaf aan iets dat tot dan toe gymnastiek heette. Hij was het die rond 1810 in Berlijn de eerste turnschool opende – niet ver van de plek waar nu het beeld staat – en de toestellen bedacht waarmee en waarop geturnd werd; de rekstok, de ringen en de brug.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is 19.-jh-jahndenkmal-hasenheide-kleiner-572x358-1.jpg


That is another advantage of not being able to enter anywhere; I cycle along and through the parks of Berlin and encounter surprises. The Hasenheide park is located on the border of Kreuzberg / Neukölln. There I saw this statue from a distance, as there are many, but when I got closer, I noticed all those stone text-slabs, which I first assumed were tombstones.
But what do gravestones do around a statue?
They are plaques donated by 139 (!) Gymnastics associations from all over the world and most of them date from the time the statue was placed, in 1872. Underneath the bronze statue, financed by all those associations, it says barely legible ‘Turnvater Jahn ‘ engraved on the stone base.
It turns out to be all about Friedrich Ludwig Jahn, the founder of gymnastics. It was he who opened the first gymnastics school in Berlin around 1810 – not far from where the statue now stands – and invented the devices with which and on which gymnasts were performed; the horizontal bar, the rings, and the bridge
.

‘Turnplatz in der Hasenheide’. met turntoestellen ontworpen en aangelegd door Friedrich Ludwig Jahn, in de Hasenheide in 1811
Een ansichtkaart uit 1904


Maar het was allemaal niet zo onschuldig.
De door hem ontwikkelde theorieën over lichaamsbeweging koppelde hij aan een nationalistische ideologie. Behalve het sterken en weerbaar maken van het lichaam ging het ook om het verspreiden van een politieke boodschap. Zijn pamflet ‘Deutsches Volkthum‘ dat weerklank vond na de Franse overheersing van Duitsland (Napoleon verovert vrijwel geheel Duitsland en trekt in 1806 Berlijn binnen) werd hem later noodlottig. Hij richtte “Burschenschaften’ op, uitsluitend toegankelijk waren voor mannen en die misschien als een voorloper van de Hitlerjugend kunnen worden beschouwd.
Het turnen werd een dekmantel voor politieke aspiraties. Zijn motto: ‘Frisch, Fromm, Fröhlich, Frei’, werd in het Turnverein-embleem vereenvoudigd tot vier hoofdletters F- in-een-cirkel, en kwam verdacht dicht bij het latere hakenkruis. De xenofobie in zijn teksten staat niet ver af van de overtuigingen die nu door de rechts-populistische partijen als de AfD worden geuit. En er staan vast uitspraken in waarin Baudet zich zal kunnen vinden.
Men zag al snel in dat dit onbeheersbare krachten konden worden, en daarmee werd het turnen in clubverband nog tijdens zijn leven verboden. Hijzelf zat er vijf jaar voor achter de tralies. Pas in 1842 werd de ‘Turnsperre’ opgeheven.
Een kleine eeuw later werden de massaal uitgevoerde gymnastiek oefeningen door de nazi’s ingezet ter ondersteuning, als choreografie van het machtsvertoon (zoals het later ook in de DDR gebruikt werd, of nu in Noord Korea).
In opdracht van Hitler werd het Hasenheide-beeld ter gelegenheid van de Olympische Spelen van 1936 verplaatst naar een hoger gelegen, prominenter deel van het park en werd de sokkel aangepast. Het is de plek waar het beeld nu nog staat.
Meteen na de tweede wereldoorlog nam men in Duitsland sterk afstand van de ideeën van Jahn, en moeten we inmiddels natuurlijk een onderscheid maken tussen de wonderen die Epke Zonderland verricht aan de rekstok en de militair gelijkende, tienduizenden gymnastiek beoefenaars ter meerdere glorie van een fout regime.


But it wasn’t all that harmless.
He linked the theories about the physical activity he developed to a nationalist ideology.
In addition to strengthening and resilience of the body, it was also about spreading a political message. His pamphlet ‘Deutsches Volkthum’ that was echoed after the French domination of Germany (Napoleon conquers almost all of Germany and enters Berlin in 1806) was later fatal to him. He founded ‘Burschenschaften’, which were only accessible to men, and which can perhaps be regarded as a precursor of the Hitler Youth. Gymnastics became a cover for political aspirations. His motto, ‘Frisch, Fromm, Fröhlich, Frei’, was simplified in the Turnverein emblem to four capital letters F-in-a-circle and came suspiciously close to the later swastika. His xenophobia in his lyrics is not far from the beliefs now voiced by right-wing populist parties like the AfD. And there are certain statements in which Baudet will agree. It was soon realized that these could become uncontrollable forces, and thus gymnastics in a club was banned during his lifetime. He himself was behind bars for five years. The ‘Turnsperre’ was not closed until 1842.
A century later, the massively performed gymnastics exercises were used by the Nazis to support, as a choreography of the display of power (as it was later used in the GDR, or now in North Korea).
On behalf of Hitler, the Hasenheide statue was moved to a higher, more prominent part of the park on the occasion of the 1936 Olympic Games and the base was adapted. It is the place where the statue still stands.
Immediately after the second world war, people in Germany strongly distanced themselves from the ideas of Jahn, and in the meantime, we must of course make a distinction between the miracles that Epke Zonderland performs on the horizontal bar and the military-like tens of thousands of gymnastics practitioners for the greater glory of a wrong regime.


‘Openbare lichaamsoefeningen voor mannen ter versterking van de gemeenschapszin’ 1911

Aan het eind van de 19e eeuw werd er voor turners voor het eerst sportkleding ontworpen, op de achtergrond de buste van Friedrich Jahn

Mass gymnastics were the feature of the “Day of Community” at Nuremberg, Germany on September 8, 1938
and Adolf Hitler watched the huge demonstrations given on the Zeppelin Field.

The Difference

Keurig, deze entree, zo zijn er vele en er is niet zoveel mis mee, maar saai. De ramen van het trappenhuis onderscheiden zich, voor het overige is alles hetzelfde. In zo’n lekker dikke Duitse stuclaag. Het huisnummer, die zwarte 14 op een wit lichtbakje is handig, want zo zijn alle huizen genummerd in voormalig Oost-Berlijn en zo weet ik -door de stad fietsend- steeds waar ik ben, Oost of West en waar de muur gestaan heeft.


Neat, this entrance, there are many like this and there is not much wrong with it, but boring. The windows of the stairwell are distinct, otherwise, everything is the same. Covered in a thick German plaster layer. The house number, the black 14 on a white lightbox, is practical, because that way all houses are numbered in the former East and I always know – cycling through the city – where I am, East or West and where the wall was.

Maar er pal tegenover (kijk maar naar de stoep) is deze gevel te zien. Hoe subtiel en spannend verdeeld de (kleine- het is de Noordzijde) ramen zijn aangebracht. Als muzieknoten op een balk.
Toen architect Aldo van Eyck in 1973 het ‘Moederhuis’ ontwierp op de Plantage Middenlaan in Amsterdam, met een opvallend kleurgebruik, zorgde dat voor veel beroering. Een huis voor ‘gevallen vrouwen’ in alle kleuren van de regenboog, schánde! Je kunt je daarvan nu de commotie niet meer voorstellen als je er langsfietst.

Van Eyck hield ongetwijfeld van het werk van Bruno Taut, die hier in Berlijn flink wat bouwen kon en voor wie kleur een voorwaarde was. Bruno Taut had goede contacten in Nederland, en raakte bevriend met architect Oud die hem introduceerde in de wereld van de Amsterdamse school.

Dit wooncomplex, rond de Erich Weinert Strasse, was zijn laatste, gebouwd in 1929. Het is verrassend ruim opgezet.
U-vormige blokken maakten het mogelijk grote binnentuinen te maken, waarop men van eigen balkon uit zou kunnen. kijken. Wat ook nieuw was, was dat het 1200 woningen zouden worden die ook aantrekkelijk moesten zijn voor alleen-wonenden; kleine, compacte, lichte appartementen werden het.

But this facade can be seen directly opposite (check the sidewalk). Look how subtle and excitingly distributed the (small – it is the Northside) windows are installed. Like musical notes on a bar.
When architect Aldo van Eyck designed the ‘Mother House’ on the Plantage Middenlaan in Amsterdam in 1973, with a striking use of color, this caused a lot of commotion. A house for ‘fallen women’ in all colors of the rainbow, shame! You can no longer imagine the commotion now when you cycle past it.

Van Eyck undoubtedly liked the work of Bruno Taut, who could build a lot here in Berlin and for whom color was essential. Bruno Taut had good contacts in the Netherlands and became friends with architect Jacobus Oud who introduced him to the world of the Amsterdam school.
This residential complex, around Erich Weinert Strasse, was his last, built in 1929. It is surprisingly spacious. U-shaped blocks made it possible to create large inner gardens that could be looked at from your own balcony. What was also new was that they would build 1200 homes that were to be attractive to people living alone; they became rather small, compact, bright apartments.

Dit hele blok werd vernoemd naar de sociaal democraat die in die tijd had geijverd voor sociale woningbouw met karakter, Carl Legien. De verschillende straten kregen de namen van de sociaal democratische voormannen van die tijd. Natuurlijk moest dat onmiddellijk anders toen de Nazi’s aan de macht kwam. Zij veranderden de straatnamen in die van de Vlaamse slagvelden uit de Eerste Wereldoorlog. Meteen na 1945 werden die weer vervangen door de namen van communistische verzetshelden, de wijk lag in het Oosten van Berlijn. De flats raakten in verval, na de val van de muur schilderde een ieder zijn eigen kleur op de deur, de balkons werden verbouwd tot een extra kamer, maar alles is weer hersteld en teruggebracht naar de oorspronkelijke situatie van 1930. En het is echt een feest om daar doorheen te lopen, alles is in evenwicht. Er is nog veel meer van Bruno en zijn broer Max Taut, voor een volgende keer.

This entire block was named after the social democrat who at the time had campaigned for social housing with character, Carl Legien. The different streets were given the names of the social-democratic leaders of the time. Of course, that had to change immediately when the Nazis came to power. They turned the street names into the names of the Flemish battlefields from the First World War. Immediately after 1945, they were replaced by the names of communist resistance heroes (a Soviet district!). The flats fell into disrepair, after the fall of the wall everyone painted their own color on the door, the balconies were converted into an extra room, but everything has been restored and brought back to its original 1930s situation. A feast to walk through it, everything is in balance. There is a lot more from Bruno and his brother Max Taut, for next time.


De kleuren zijn in elk binnenterrein net even verschillend, deze poederige blauw kent in het volgende blok een groenere variant.

De hoekramen zijn nog nét niet zo geraffineerd als die van Gerrit Rietveld, die je vanúit de hoek naar links en rechts
kunt openen, zodat de hoek niet meer bestaat, maar toch.

Ruhe

Leise Park

Op een van de begraafplaatsen hier in Berlijn kwam ik een echtpaar tegen dat me vertelde zo blij te zijn dat déze in ieder geval open zijn, voor een wandelingetje, maar vooral om toch een beetje ‘Kultur geniessen zu können’.
Zo had ik het nog niet bedacht.
Het is me al vaker opgevallen dat begraafplaatsen in andere steden meer geïntegreerd zijn, meer deel van het leven uitmaken dan bij ons. Ik herinner me in Tokio zelfs een route die noodgedwongen over de begraafplaats liep; alsof je een wijk doorkruiste, zonder muur eromheen.
Het is natuurlijk bijna een sport om graven van beroemde mensen op te zoeken, of toevallig te ontdekken. Zo liep ik tegen twee grote keien aan, in een hoekje van begraafplaats Dorotheenstad, waarin de namen van Bertolt Brecht en zijn vrouw Helene Weigel gebeiteld waren. Er schuin tegenover stond een stenen kubus met de naam van zijn vriend Hanns Eisler, die de muziek van veel van zijn theaterstukken componeerde en iets verderop de vrouw die zijn liederen fantastisch vertolkte, Gisela May. Allemaal vlakbij elkaar, wat iets roerends had.
En dan is het enorme luxe om thuisgekomen op Spotify hun namen in te tikken en de hele dag ondergedompeld te zijn in dat grote, prachtige oeuvre.


At one of the cemeteries here in Berlin I met a couple who told me that they were so happy that théy are at least open, for a walk, but especially for a little ‘Kultur geniessen zu können’.
I hadn’t thought of it that way yet.
I have often noticed that cemeteries in other cities are more integrated, more part of life than in ours. I even remember a route in Tokyo that was forced to cross the cemetery; as if you were crossing a neighborhood, without a wall around it.
Of course, it is almost a sport to look up or discover by chance, the graves of famous people. So I came across two large boulders, in a corner of the Dorotheenstad cemetery, in which the names of Bertolt Brecht and his wife Helene Weigel were chiseled. Diagonally opposite was a stone cube bearing the name of his friend Hanns Eisler, who composed the music for many of his plays, and a little further away, the grave of the woman who performed his songs fantastically, Gisela May. All close together, which had something moving.
And then it is an enormous luxury to come home on Spotify to type in their names and to be immersed in that large, beautiful oeuvre all day long.


Joodse begraafplaats Weissensee



De meest indrukwekkende is de Joodse begraafplaats Weissensee. Zoiets enorms had ik niet eerder gezien; tachtig voetbalvelden groot, met dicht opeengepakte graven. De oudste Joodse begraafplaats, middenin de stad (aan de Schönhauser Allee, die herinnert aan die in Praag waar alle stenen schots en scheef overwoekerd zijn) was te klein geworden en een groep vooraanstaande burgers besloot een terrein te kopen buiten de stad. In 1880 werd deze nieuwe begraafplaats ingewijd. De rijkere Joodse families bouwden -tegen de gewoonte in- praalgraven van het mooiste soort. Kleine architectonische wonderen zijn het, de bouwstijlen van het einde van de 19e, begin 20e eeuw representerend. Eindeloos lange lanen vol, en de meeste redelijk onderhouden.
De gloedvolle, mooie namen die ik eerder koppelde aan het bericht over de transport treinen vanaf het Anhalter Bahnhof, heb ik daar hardop lezend opgetekend. Al die welvarende families met hun cultuur, bedrijven, winkels. Allemaal verdwenen.
Het is altijd zo gek dat het tegelijk ook vredig en mooi is, een begraafplaats. Zelfs een waar de gegraveerde jaartallen ophouden rond 1938.

The most impressive is the Weissensee Jewish cemetery. I had never seen anything so huge before; eighty football fields in size, with densely packed graves. The oldest Jewish cemetery, in the middle of the city (on the Schönhauser Allee, which recalls the one in Prague where all the stones are scattered and crooked) had become too small and a group of prominent citizens decided to buy a site outside the city. This new cemetery was inaugurated in 1880. The wealthier Jewish families built – contrary to custom – tombs of the finest kind. They are minor architectural wonders, representing the architectural styles of the late 19th, early 20th centuries. Endlessly long avenues full, and most of them reasonably maintained.
The glowing, beautiful names that I previously linked to the report about the transport trains from the Anhalter Bahnhof, I have read out loud there. All those prosperous families with their culture, businesses, shops.
All disappeared.
It is always so strange that it is also peaceful and beautiful at the same time, a cemetery.
Even one where the engraved dates end around 1938.


En dan is er een kleine oase, beteugeld verwilderd; de St Marien Friedhof, die nu een ommuurd wandelgebied is aan de Prenzlauer Allee/Heinrich Rollerstrasse. De begraafplaats kwam in 2007 te koop maar de buurt wist te verhinderen dat het volgebouwd zou worden en heeft de stad er toe kunnen bewegen het terrein aan te kopen. Het heet nu Leise Park.
Na veertig jaar niet gebruikt te zijn geweest staan er hier en daar grafmonumenten, maar er is ook een evenwichtsbalk, er hangen hangmatten en er worden hutten gebouwd. Het heeft iets weg van de sinds 1963 niet meer in gebruik zijnde begraafplaats Huis te Vraag bij de Amstelveenseweg in Amsterdam, maar levendiger. Daar moet het zomers goed toeven zijn.

And then there’s a little oasis, restrained haggard; the St Marien Friedhof, which is now a walled walking area on Prenzlauer Allee / Heinrich Rollerstrasse. The cemetery came up for sale in 2007, but the neighborhood was able to prevent it from being bought for real estate and was able to persuade the city to buy the site.
It is now called Leise Park.
After 40 years of inactivity, there are grave monuments here and there, but also a balance beam, there are hammocks in the trees, and huts are being built. It resembles the Huis te Vraag cemetery at the Amstelveenseweg in Amsterdam, not in use since 1963, but more lively. It must be an enchanting place to be there in summer.

Floraplatz


In Berlijn stond weinig meer overeind, in 1945.
Het is natuurlijk heel precies bijgehouden; er viel in totaal 69.037 ton aan bommen op de stad. Je kunt je er geen voorstelling van maken dat een groot deel van de Europese steden, en delen van Azië tegelijk in puin lagen. Warsaw, Rotterdam, Londen, Nijmegen, Arnhem, Hiroshima, Nagasaki, Osaka, Tokio, Hamburg, Berlijn en ga zo maar door.


In 1945 little was left standing in Berlin.
It has of course been kept very precisely; a total of 69,037 tons of bombs fell on the city. You cannot imagine that many of Europe’s cities and parts of Asia were in ruins at the same time. Warsaw, Rotterdam, London, Nijmegen, Arnhem, Hiroshima, Nagasaki, Osaka, Tokyo, Hamburg, Berlin, and so on.

Tiergarten – Florapark – oktober 1946

Daarom is dit een curieuze en bijzondere foto.
Ook Tiergarten, dat vanaf halverwege de 18e eeuw ontwikkeld was tot een enorm park met rozentuinen, meren met eilandjes, wandelpaden, monumenten en gedenktekens, moest het ontgelden. Van de 200.000 bomen waren er 700 over. Op de foto zie je een eerste poging tot reconstructie van een geliefde plek: Floraplatz, niet ver van de Reichstag. Op het kaalgeslagen, leeggehaalde terrein lijken de beelden er zojuist weer neergezet, als in een proefopstelling.
Je zou denken dat Berlijn in oktober 1946 wel iets anders aan het hoofd had.
Op deze plek stond voorheen een beeld van de godin Flora (godin van lente en bloemen) dat al in 1906 vervangen was door een amazone te paard, omgeven door acht beelden van dieren op een sokkel. Zes van de acht beelden hadden de oorlog overleefd en werden zo snel dat mogelijk was teruggeplaatst op het desolate terrein.


That’s why this is a curious and special picture.
Tiergarten, which had developed from the mid-18th century into a huge park with rose gardens, lakes with islands, hiking trails, monuments, and memorials, also had to suffer from the war. Of the 200,000 trees, 700 were left. The photo shows a first attempt at a reconstruction of a popular place: Floraplatz, not far from the Reichstag. On the bare, emptied terrain, the images seem to have just been put down again, as in a test setup.
You would think that in October 1946 Berlin had something else on its mind.
This site used to be home to a statue of the goddess Flora (goddess of spring and flowers), which had already been replaced in 1906 by an Amazon on horseback, surrounded by eight statues of animals on a pedestal.
Six of the eight sculptures had survived the war and were repositioned on the desolate terrain as soon as possible.



De typisch Noord-Amerikaanse dier-sculpturen die de amazone omringen zijn eigenlijk gemaakt voor het
George Washington monument in Philadelphia, naar een ontwerp van beeldhouwer Rudolf Siemering.
Keizer Wilhelm II vond dat de amazone te paard wel wat gezelschap kon gebruiken en kocht in 1890 een tweede afgietsel in brons van de hele groep. Twee bizons, twee edelherten, twee elanden waren in de loop der jaren verspreid geraakt door het park, hun sokkels in de grond verdwenen. De stier en de beer zijn in de oorlog verloren gegaan. Dus werden een paar jaar geleden in Philadelphia van de beer en stier 3D scans gemaakt en zijn ze opnieuw gegoten. Vorig jaar is de hele gerestaureerde groep in de oorspronkelijke opstelling teruggeplaatst.

Bizon en indiaan in Philadelphia


The quintessentially North American animal sculptures that surround the Amazon are actually made for the
George Washington monument in Philadelphia, designed by the German sculptor Rudolf Siemering.
Emperor Wilhelm II thought that the Amazon on horseback could use some company and bought a second bronze casting of the entire group in 1890. Two bison, two red deer, two moose had become scattered throughout the park over the years, their pedestals disappearing into the ground. The bull and the bear were lost in the war.
So a few years ago in Philadelphia, 3D scans of the bear and bull were taken and re-cast. Last year, the entire restored group was returned to its original arrangement.


Haircut


Er is grote beroering ontstaan door het voornemen van Angela Merkel om per 1 maart de kappers weer open te laten gaan. Waarom wél de kapper en niét de sportschool, het zwembad of, vooruit, het museum.
Onderzoek hier in Duitsland heeft uitgewezen dat mensen die lang niet naar de kapper zijn geweest zich voor hun uiterlijk schamen en zo sociaal geïsoleerd raken omdat ze niet meer naar buiten durven.
Wat nou precies de bedoeling is, zou je zeggen, binnen blijven tot alles voorbij is.

There has been a great deal of commotion due to Angela Merkel’s intention to reopen the hairdressers on March 1.
Why the hairdresser and not the gym, the swimming pool, or, let’s say, the museum.
Research here in Germany has shown that people who have not been to a hairdresser for a long time are ashamed of their appearance and become socially isolated because they no longer dare to go outside.
What exactly is the intention, you would say, stay inside until everything is over.

Tempelhof

Mijn vader kon je niet gelukkiger krijgen dan in een klapstoel bij een landingsbaan van Schiphol.
Vliegtuigen kijken. Hij zat er niet als een spotter, het ging hem niet om vluchtgegevens en vliegtuigtype, maar met een niet afnemend ontzag voor het onbegrijpelijk fenomeen los te komen van de grond, met zo’n grote bak vol mensen. Tussen de vakantiedia’s zaten er steevast een paar van een blauwe lucht met een witte streep en een stipje.
Ik moest erg aan hem denken toen ik over de landingsbaan van voormalig vliegveld Tempelhof liep, vorige week. In de verte een paar mensen op rolschaatsen, er werd veel gerend natuurlijk en met honden gespeeld. Verder was het er leeg.
Ik vond het een belevenis er rond te lopen. Opnieuw een plek met een enorme geschiedenis.

You couldn’t get my father happier than in a folding chair at a runway at Schiphol.
Watching planes.
He did not sit there as a mocker, it was not about flight data and aircraft type, but with steadfast awe at the incomprehensible phenomenon of breaking off the ground, with such a large container full of people. Between the holiday slides, there were invariably a few of a blue sky with a white stripe and a dot. I was very reminded of him when I walked the runway of the former Tempelhof airport last week. In the distance a few people on roller skates, there was a lot of running of course, and dogs. Otherwise, it was empty. I thought it was quite an experience to walk around.
Another place with enormous history.


De ontvangsthal, kantoren en hangars werden in 1936 ontworpen door dezelfde architect waar ik eerder over schreef, die van het Reichsluftfahrtministerium. Als een arend in vlucht, met z’n vleugels wijd gestrekt, zo was het idee, in opdracht van Adolf Hitler. Er kwam ook het verzoek het dak geschikt te maken voor 75.000 toeschouwers die zo tegelijk de militaire parades konden aanschouwen. Het werd een van de grootste gebouwen van Europa en heeft -gek genoeg- de oorlog vrijwel ongeschonden doorstaan.
Het vliegveld was nog lang niet gereed toen de oorlog uitbrak. De hangars werden voornamelijk gebruikt voor de bouw van militaire vliegtuigen.
Wat in 1940 nog wél af kwam was de centraal geplaatste adelaar, boven de hoofdingang.

The reception hall, offices, and hangars were designed in 1936 by the same architect I wrote about earlier, that of the Reichsluftfahrtministerium. Like an eagle in flight, with its wings outstretched, that was the idea, commissioned by Adolf Hitler. There was also a request to make the roof suitable for 75,000 spectators who could watch the military parades at the same time. It became one of the largest buildings in Europe and – oddly enough – survived the war almost unscathed.
The airport was far from ready when the war broke out. The hangars were mainly used for the construction of military aircraft.
What wás finished in 1940 though, was the centrally placed eagle above the main entrance.




De Reichsadler, het bijna vijf meter hoge gietijzeren machtssymbool van de Nazi’s omklemde met zijn klauwen een wereldbol met het hakenkruis. Het werd na de capitulatie door militairen van het Russische Rode Leger gefotografeerd, als vingeroefening voor de -een paar dagen later, op 2 mei gemaakte, geënsceneerde- foto op de Reichstag, die wereldberoemd werd.

Na de oorlog was het kleine West-Europese eiland in Oost Europa dat West-Berlijn noodgedwongen was geworden, gebaat bij een luchtbrug, de Air Lift. Een paar jaar na de oorlog, in een voor een groot deel platgebombardeerde stad, was er natuurlijk aan álles een tekort.
Tempelhof, gelegen in de Amerikaanse sector, werd gebruikt als basis voor de vrijwel continue aanvoer van Westerse goederen, in hoogtijdagen landde er elke twee minuten een vrachtvliegtuig.

Er werd een pragmatische oplossing gezocht voor de tonnen wegende vogel. Met een vlag en wat witte verf om de kop werd de Duitse arend een Amerikaanse zee-arend en zo improvisorisch geconfiskeerd. Amerikanen zijn immers ook dol op deze roofvogel. De naam van het plein voor de hoofdingang werd ‘Eagle Square’ genoemd.
In 1962 stond het beest een radar in de weg en werd het beeld toch ontmanteld, onthoofd en weggevoerd. De kop (nog met witte kraag) werd geschonken aan een militaire academie in de VS. Het was opnieuw een symbool geworden, nu van de Duits-Amerikaanse vriendschap en werd in 1985 teruggehaald als monument voor de vrijheid, waarin de Amerikanen zo’n grote rol hadden gespeeld.



The Reichsadler, the almost five meter high cast-iron symbol of power of the Nazis, clasped a globe with the swastika with its claws. It was photographed after the war by soldiers of the Russian Red Army, as an exercise for the staged photo taken a few days later (on May 2) on the Reichstag, which became world famous.
After the war, the small Western European island in Eastern Europe that West Berlin had become out of necessity, benefited from an airlift. A few years after the war, in a largely bombed-out city, there was of course a shortage of everything.
Tempelhof, located in the American sector, was used as the basis for the almost continuous supply of Western goods; in the heyday a cargo plane landed every two minutes.


A pragmatic solution was sought for the very heavy bird. With a flag and some white paint around its head, the German eagle became an American bald eagle and confiscated. After all, Americans also love this bird of prey. The name of the square in front of the main entrance was called ‘Eagle Square’.
In 1962, the beast got in the way of radar and the statue was taken away, dismantled and decapitated. The head (still with a white-collar) was donated to a military academy in the US. It had become a symbol again, this time of German-American friendship, and was recalled in 1985 as a monument to the freedom in which the Americans had played such an important role.


Mede aangemoedigd door architect Norman Foster, die Tempelhof ‘mother of all airports’ noemde heeft het een monumentenstatus gekregen. Zo hadden projectontwikkelaars het nakijken: 65% van de Berlijners stemden voor behoud van het enorme terrein, midden in de stad, als landschapspark van 300 hectare. De gebouwen zullen gedeeltelijk worden bestemd voor de, tja, ‘creative industry’. Maar zeven hangars prikkelen de fantasie.



Partly encouraged by architect Norman Foster, who called Tempelhof ‘mother of all airports’, it has been given monument status. Project developers were left behind: 65% of Berliners voted in favor of preserving the enormous site, in the middle of the city, as a 300-hectare landscape park. The buildings will be partly intended for the, well, ‘creative industry’.
But seven hangars stimulate the imagination.

Numbers

Wolf
Honigmann
Goldstein
Teitelbaum
Frankfurter
Sommerfeld
Birnbaum
Rosenberg
Katz
Singer
Sternreich
Feuchtwang
Edelstein
Schatz
Friedländer
Löwenstein
Goldberg
Hirsch
Bierman
Blumenthal
Baum
Hitchcock
Adam
Leib
Weintraub
Mandelbrot
Beer
Liebmann
Abrahamowitsch
Bernstein
Herzberg
Oppenheimer
Süss
Simmel
Oestreicher
Grumberg
Glücksmann



Elke morgen vertrok van perron 1 van Anhalter Bahnhof om 06.07 een trein naar Praag. Jarenlang, vanaf 2 juni 1942, werden aan die gewone personentrein twee extra wagons derde klasse gekoppeld. Daarin pasten precies 100 mensen, die ‘s morgens in alle vroegte met vrachtwagens naar het station waren gebracht. Ze stapten uit in het tussenstation Theresiënstadt en werden vandaar verder vervoerd naar Auschwitz, waar ze vermoord werden.


Every morning a train left for Prague from platform 1 of Anhalter Bahnhof at 06.07. For years, from June 2, 1942, two extra third-class wagons were coupled to this ordinary passenger train. It could accommodate exactly 100 people, who had been brought to the station by trucks early in the morning. They got off at the Theresiënstadt intermediate station and were transported from there to Auschwitz, where they were murdered.








Löwengruppe



Ach, die arme leeuwen in Artis.
Deze familie zal altijd blijven. Bijna honderdvijftig jaar geleden, in 1872, is het beeld gemaakt, twee jaar later in brons uitgevoerd en op een zandstenen sokkel geplaatst in Tiergarten. Het is een tragische voorstelling; de leeuwin is net met een pijl beschoten en gewond geraakt, tong uit de bek, een verslagen blik, de leeuw brult en twee welpen dartelen om haar heen, waarvan een nog wat probeert te drinken. Ik ben er met opzet twee keer naar toe gefietst, omdat ik het het een aangrijpend en fantastisch beeld vind. Het is een van de laatste werken van Wilhelm Wolff, die -met zijn broer Albert- gespecialiseerd was in het beeldhouwen van dieren. Wilhelm I, die net tot keizer van Duitsland gekroond was, kocht het en liet het meteen plaatsen in het publiek toegankelijke park dat toen nog koninklijk bezit was.
Voor de ingang van de dierentuin in Philadelphia werd een paar jaar later een tweede versie gegoten onder de naam: ‘The Dying Lioness’.

Ah, those poor lions in Artis, the Amsterdam zoo, for whom there is no more money to construct a new home. And they are not welcome anymore in a zoo in the south of France.
This family will always remain. Almost 150 years ago, in 1872, the statue was made, two years later cast in bronze and placed on a sandstone plinth in Tiergarten. It’s a tragic performance; the lioness has just been shot with an arrow and wounded, tongue out, a defeated look, the lion roars, and two young ones frolic around her, one of which tries to drink some more. I purposely cycled there twice because I find this a moving and fantastic piece. It is one of the last works by Wilhelm Wolff, who specialized in animal sculpture with his brother Albert. Wilhelm I, who had just been crowned Emperor of Germany, bought it and immediately had it placed in the publicly accessible park that was then still royal property.
A second version was cast a few years later for the entrance to the zoo in Philadelphia, entitled ‘The Dying Lioness’.

RED



Er zijn nog maar vijf communistische landen over: China, Noord Korea, Vietnam, Laos en Cuba. Maar overal in de wereld zijn nog kleine kernen waar de ideologie voortleeft, meestal in smoezelige kantoortjes vol parafernalia die erbij horen. Jan Banning, de fotograaf die naam maakte met zijn prachtige series Troostmeisjes, Law and Order en de Bureaucratics bezocht plekken in Italië, Portugal, India, Nepal en Rusland om het hoofdkwartier te fotograferen van de true believers.
Hij ging expres niet naar de landen waar de communistische partij nog aan de macht is. Hij doet dat, zoals hij alles fotografeert, met groot mededogen en zonder oordeel. Met een nieuwsgierig oog naar wie dat zijn, die laatste idealisten die nog geloven in een antwoord op de nu overal zegevierende vrije markt economie. Die blijven geloven dat het communisme de weg is naar een samenleving waar het eerlijker verdeeld is.
De foto’s zijn samengebracht in het boek Red Utopia.

http://www.janbanning.com


There are only five communist countries left: China, North Korea, Vietnam, Laos, and Cuba.
But all over the world, there are still small centers where the ideology lives on, usually in dingy offices full of paraphernalia that go with it. Jan Banning, the photographer who created beautiful series as Comfort Girls, Law and Order and the Bureaucratics visited places in Italy, Portugal, India, Nepal, and Russia to photograph the headquarters of the true believers. He deliberately did not go to the countries where the communist party is still in power. He does that, as he photographs everything with great compassion and without judgment. With a curious eye to who they are, those last idealists who still believe in an answer to the now victorious free-market economy.
They continue to believe that communism is the way to a society where all is more fairly distributed.
It led to the book Red Utopia.

A Building

Ik fietste over de Wilhelmstrasse en zag dit gebouw, een enorm gebouw, en zag meteen dat dat foute boel was. Het goeie van Berlijn is dat je dan van je fiets af kunt stappen om een flink bord te bestuderen dat aan het gebouw bevestigd is. Een bord dat nooit met graffiti is bespoten en keurig in twee talen de geschiedenis beschrijft van waar je voor staat.

In mei 1935 werd Hermann Göring benoemd tot Rijksminister voor de luchtvaart en werd belast met het opbouwen van de Luftwaffe. Een paar jaar eerder was -in het geheim- begonnen met de herbewapening van Duitsland, tegen het Verdrag van Versailles in. In 1936 gaf Göring opdracht tot het bouwen van een Reichsluftfahrtministerium met 3000 werk- en vergaderkamers. Het was het eerste gebouw in de stijl van de Nieuwe Zakelijkheid, dat tot dan toe door de National Socialisten als ‘undeutsch’ werd beschouwd. Nu drukte het ‘Die Disziplin der Volksgemeinschaft aus.

Zonder veel moeite kan het gebouw worden ingezet als decor voor de films die zich in de nazi tijd afspelen. Deze banieren werden aangebracht voor Mein Führer (2006), de komédie over Adolf Hitler van Dany Levi, die volgens recensenten alleen kwalijk te nemen is dat er niet éen geslaagde grap in voor komt. Ik heb ‘m niet gezien.

I cycled on the Wilhelmstrasse and saw immediately that this building, a huge building, was bad. And the good thing about Berlin is that you can then get off your bike to study a large sign attached to the building. A sign that has never been sprayed with graffiti and neatly describes the history of what you stand for in two languages.

In May 1935, Hermann Göring was appointed Reichs Minister for Aviation and was charged with installing the Luftwaffe. A few years earlier the rearmament of Germany had begun in secret, against the Treaty of Versailles.
In 1936 he ordered the construction of a Reichsluftfahrtministerium with 3000 office spaces and meeting rooms. It was the first New Objectivity-style building to be considered ‘undeutsch‘ by the National Socialists until then. Now it expressed ‘Die Disziplin der Volksgemeinschaft.’

Without much effort, the building can be used as a setting for films set in the Nazi era. The banners had been put up for the 2006 film Mein Führer, the comedy about Aldof Hitler by Dany Levi, who, according to critics, can only be blamed for not having one successful joke in it. I haven’t seen it.

Maar het interessantste deel van het gebouw, bevindt zich om de hoek.

But the most interesting part of the building is around the corner.

Je moet onwillekeurig aan Armando’s vraag denken of een landschap schuldig kan zijn.
Dit gebouw ging naadloos over van het ene in het andere regime.
Na de oorlog werden de nazi-emblemen (de adelaar, de swastika’s) verwijderd en werd het gebouw ingericht als het tijdelijk Soviet ministerie van Defensie.
Dan is op 7 oktober 1949 de DDR een feit, officieel opgericht in de feestzaal waar Göring eerder zijn vernietigende ministeriële oorlogsbesluiten vierde en het gebouw heet voortaan ‘Das Haus der Ministerien’. Het 25 meter lange stenen ‘Soldatenrelief’ dat daar door een leerling van Arno Breker in 1940 aangebracht -de kunstenaar is later ook nog een tijd kampcommandant in concentratiekamp Ravensbrück- wordt verwijderd.
Dat relief maakt in 1952 plaats voor keramisch tableau (Meissen’s Heimatporzellan) van precies dezelfde afmeting. Daarop is de jonge staat als een familie idylle afgebeeld, geschilderd door Max Linger.

You can’t help but think about Armando’s question of whether a landscape could be to blame.
This building transitioned seamlessly from one regime to the other. After the war, the Nazi emblems (the eagle, the swastikas) were removed and the building was converted into the temporary Soviet Ministry of Defense.
Then, on October 7, 1949, the GDR was officially established in the banquet hall where Goering previously celebrated his devastating ministerial war-decisions, and the building is now called ‘Das Haus der Ministerien’. The 25-meter-long stone ‘Soldiersrelief’ that was placed there by a student of Arno Breker in 1940 – the artist was later also a camp commander in Ravensbrück concentration camp – was removed. In 1952, that relief made way for a ceramic tableau (Meissen’s porcelain) of exactly the same size, on which the young state is depicted as a family idyll, painted by Max Linger.

Fahnenkompanie van Arno Waldschmidt (1940)

Aufbau der Republik, Max Linger

Het was een belangrijke opdracht; dit werk moest de ideologische smet van de nazi tijd die op het gebouw rustte, zien weg te nemen en het een nieuwe betekenis geven. De ideologie van de nieuwe machthebbers ondersteunen. Overigens was Linger zelf ontevreden over het werk dat in de ontwerpfase eindeloos gecorrigeerd werd, tot het in de ogen van de opdrachtgevers aan alle cliché’s van de niets-dan-geluk-en-voorspoed brengende heilstaat voldeed.

Na de Wende heeft het gebouw opnieuw een overheids bestemming gekregen: het ministerie van Financiën zit er nu in, maar het tegeltableau uit de DDR tijd mag blijven. Dat is onlangs opgeknapt en ziet er weer net zo uit als in 1952.

It was an important assignment; this work was to remove the ideological stain of the Nazi era that rested on the building and give it a new meaning. Support the ideology of the new rulers.
Linger himself was dissatisfied with the work that was endlessly corrected during the design phase, until, in the eyes of the clients, it fulfilled all the clichés of the nothing-but-happiness-and-prosperity-bringing salvation state.

After the Fall of the wall, the building was once again given a governmental purpose: the Ministry of Finance is in it, but the tile tableau from the GDR period can remain. It was recently refurbished and looks just as it did in 1952.