Petrus Christus



Het is niet groter dan een A-viertje. En toch wenkt ze je van verre, met die onnavolgbare blik die het midden houdt tussen zelfbewust, gereserveerd, alert en verleidelijk. De suppoost waarschuwde me dat het zo klein is dat ik het mogelijk over het hoofd zou zien, maar dat lukt helemaal niet, haar over het hoofd zien. Ik heb haar bovendien vaker bekeken, ze is inmiddels overbekend, uitvergroot in de hal van het ziekenhuis in Leiden, op placemats en brillendozen. En toch,- en dat is het mooie van alle tijd hebben in een museum waar nog maar zeven andere mensen rondliepen-, ontdekte ik iets dat ik niet eerder zag. Een speld die in de stof gestoken was met daarlangs een bijna onzichtbare draad die om haar hals ging en haar jurk op z’n plaats hield. Daarmee kwam ze ineens zo heel dichtbij; dat ze daar ‘s morgens aandacht aan had moeten besteden, voor ze naar de schilder Petrus Christus ging, die haar ergens rond 1470 vastlegde.



It’s no bigger than an A4. And yet she beckons you from afar, with that inimitable look that is a cross between self-aware, reserved, alert and seductive. The attendant warned me that the painting is so small that I might miss it, but I can’t at all overlook her. Moreover, I have watched her more often, she is now well known, magnified in the hall of the hospital in Leiden, on place mats and glasses boxes. And yet – and that’s the pleasure of having time to spend in a museum where only seven other people were walking around,- I discovered something that I hadn’t seen before. A pin stuck into the fabric with an almost invisible thread running around her neck, holding her dress in place. With that, she suddenly came so very close; that she should have paid attention to it that morning, before going to the painter Petrus Christus, who portrayed her sometime around 1470.

Monument (2)

Johannes Zacharias komt uit Berlijn, -geboren en getogen- en zat in 2017 bij mij in de basisjaarklas op de Gerrit Rietveld academie.
Voor het vak sculptuur maakte hij toen een even eenvoudig als indrukwekkend filmpje, waarvan de bovenste foto laat zien wat er gebeurde. Hij staat voor het monument aan de Apollolaan in Amsterdam, dat de executie gedenkt, waarbij de Nazi’s in 1944, precies op die plek, 29 verzetstrijders doodschoten.
Johannes bleef daar maar staan, met gebogen hoofd, minutenlang. Dan probeerde hij -uit zijn hoofd- de Nederlandse tekst op te schrijven die op de marmeren plaat bevestigd is.

24 OKTOBER 1944.

ALS REPRESAILLE VOOR EEN ACTIE VAN HET VERZET
WERDEN DOOR DE DUITSE BEZETTER 29 GEVANGENEN
UIT HET HUIS VAN BEWARING AAN DE WETERINGSCHANS
NAAR DEZE PLAATS OVERGEBRACHT EN IN DE VROEGE
OCHTEND VAN 24 OKTOBER 1944 ZONDER VORM
VAN PROCES GEFUSILLEERD.

Het was natuurlijk een hele bescheiden gebeurtenis, maar raakte lagen die je niet helemaal bevroeden kunt. Een Duitse jongen, tegenover de beeltenis van drie Nederlandse jongens, toen net zo oud, die een poging deden een spaak in het wiel te steken, nog iets te keren en daarom vermoord werden. En het was vooral zijn nauwgezette poging de tekst over wat er gebeurd was zo precies mogelijk op te schrijven, die zoveel indruk maakte.


Johannes Zacharias comes from Berlin, born and raised, and was in my foundation year class at the Gerrit Rietveld Academy in 2017.
At the time, he made an equally simple and impressive performance for the sculpture class, the top photo shows what happened. He stands in front of the monument on the Apollolaan in Amsterdam, which commemorates the execution, when the Nazis shot 29 resistance fighters in 1944, exactly on that spot.
Johannes stood there, his head bowed, for several minutes. Then he tried – by heart – to write down the Dutch text that is attached to the marble slab.

OCTOBER 24, 1944.

AS A REPRESAIL FOR AN ACTION OF THE RESISTANCE
29 WERE CAUGHT BY THE GERMAN OCCUPIANT
FROM THE HOUSE OF CUSTOMS ON THE WETERINGSCHANS
TRANSFERRED TO THIS PLACE AND IN THE EARLY
MORNING OF OCTOBER 24, 1944 WITHOUT PROCESS
BEING EXECUTED
.

It was of course a very modest event, but it touched layers that you cannot fully imagine. A German boy, facing the image of three Dutch guys, then the same age, who attempted to put a spanner in the works, and were therefore murdered. But it was especially his meticulous attempt to write down the text about what had happened as precisely as possible, that made such an impression.

Model from Daniel Libeskind for the Holocaust Memorial Weesperstraat Amsterdam


Ik moest aan dit zuivere, eenvoudige gebaar denken toen ik vorige week zag dat het Holocaust momument aan de Weesperstraat in Amsterdam, van architect Daniel Libeskind al vorderde. Het lijkt me allemaal volkomen misplaatst daar. De spiegelende Hebreeuwse letters die als bliksemschichten op die smalle strook alleen van bovenaf gezien samen de woorden ‘In Herinnering’ vormen. Gedragen door ruim honderdduizend namen van de slachtoffers, in baksteen. Alles bij elkaar zo megalomaan dat het me minder zal roeren, vrees ik, dan dat kleine monument van Johannes. Dat ik nooit vergeten zal.

I was reminded of this pure, simple gesture when I saw last week that the Holocaust memorial on the Weesperstraat in Amsterdam, by architect Daniel Libeskind, in progress. It all seems completely out of place to me there. The mirrored Hebrew letters that together form the words ‘In Remembrance’ like lightning bolts on that narrow strip can only be read from above. Carried by more than a hundred thousand names of the victims, in bricks. All in all, so megalomaniacal that it will move me less, I fear, than that small monument of Johannes. That I will never forget.

Pappelplatz


Zomaar, midden op een plein, staat dit aantrekkelijke beeld en in de zomer is het een klaterende fontein, zo zag ik op foto’s. Pappelplatz, is een mini parkje op de plaats waar ooit een markt was, vandaar dat deze stenen jongeling zijn geld telt.
Ernst Wenck is de beeldhouwer en het is daar in 1912 geplaatst.
Het is schatplichtig aan Lo Spinario dat vaak is gekopieerd. Het kleine bronzen beeld in Rome, van 200 voor Christus, van de jongen die een doorn uit zijn voet haalt.


In the middle of a square one can find this attractive statue and in summer it is a splashing fountain, as I saw in photos. Pappelplatz, is a mini park on the site where there was once a market, which is why this stone youth counts his money.
Ernst Wenck is the sculptor and it was placed there in 1912.
It is indebted to Lo Spinario that has been copied many times. The small bronze statue in Rome, from 200 BC, of the boy pulling a thorn from his foot.



Lo Spinario

In de Alte National Galerie zag ik de ‘Dornauszieher’ van Gustav Eberlein, uit 1882.
Een schoonheidsideaal zo unverfroren verbeeld zou nu aanstootgevend kunnen zijn.
Het betekende indertijd een doorbraak voor de kunstenaar, die een jaar eerder zijn enige zoon, Anzio, verloren had.

‘Dornauszieher’ van Gustav Eberlein – 1882

In the Alte National Gallery I saw Gustav Eberlein’s ‘Dornauszieher’, from 1882.
A beauty ideal imagined in such an overtly manner, could now be offensive.
At the time, it was a breakthrough for the artist, who had lost his only son, Anzio, a year earlier.




Een vriend stuurde een foto van een middeleeuwse Spinario gehakt in steen, die hij tegenkwam in Cluny, ten zuiden van Dijon (Frankrijk).


Ludwig Mies van der Rohe

Zes jaar geleden sloot de Neue National Galerie voor een grondige renovatie.
Ik was al een paar keer gaan kijken, maar het gebouw was omsloten door een enorme schutting.
Vorige week fietste ik er ‘s nachts langs (je mag in Berlijn met maximaal twee personen naar buiten na 22.00 uur) en zag dat het gebouw helemaal vrij stond. Zoals Mies van der Rohe het op zijn tekentafel had staan, zoals je je voorstelt dat hij het model presenteerde aan de opdrachtgevers, zo stond ik er voor. Het was zijn laatste gebouw en werd in 1968, een paar maanden voor zijn dood, opgeleverd.
Het is een juweel.


Six years ago, the Neue National Gallery closed for an extensive renovation.
I had already taken a look a few times, but the building was enclosed by a huge fence.
Last week I cycled past it at night (in Berlin you can go outside with a maximum of two people after 10 p.m.) and saw that the building was completely freed. As Mies van der Rohe had it on his drawing board, as you imagine him presenting the model to the clients, that’s how I stood for it. It was his last building and was completed in 1968, a few months before his death.

It’s a jewel.


De dag er op ging ik terug. Het lijkt er op dat Mies van der Rohe aan het eind van zijn leven kans zag opnieuw tot de kern te komen, die hij eind jaren 20 al raakte met de bouw van het Barcelona paviljoen. Eenvoudiger, strenger, zuiverder kan bijna niet. De constructie staat op een plateau van 100 x 100 meter. Een enorm, zwart stalen dak bestaande uit 324 cassettes, dat niettemin lijkt te zweven, rust op acht stalen zuilen en twee hele ranke, met marmer beklede kolommen. Het bestaat uit twee verdiepingen. De benedenruimte, met wanden, is geschikter voor het tentoonstellen dan de enorme, wandloze zaal erboven.

De restauratiearchitect, David Chipperfield zegt daarover:
„Wozu diese riesige Glashalle? Neun Meter hoch, Tageslicht, keine Zwischenwände. Was soll das? Was wirklich funktioniert ist das Untergeschoss mit dem Garten. Dort läuft die Maschinerie des Museums ganz hervorragend. Mies van der Rohe hat uns das Obergeschoss als Provokation hinterlassen. Künstler müssen sich fragen: Wie kann ich hier meine Kunst zeigen? Es wäre unverzeihlich, wenn das Haus nicht so wunderschön wäre. Es ist eine Ikone, ein Tempel. Es funktioniert.“

The next day I went back. It seems that at the end of his life Mies van der Rohe saw an opportunity to get back to the core, which he already touched upon in the late 1920s with the construction of the Barcelona pavilion. It could hardly be simpler, stricter, purer. The construction stands on a plateau of 100 x 100 meters. A huge black steel roof consisting of 324 cassettes, which nevertheless seems to float, rests on eight steel columns and two very slender marble-clad columns. It consists of two floors. The downstairs space, with walls, is more suitable for display than the enormous, wallless room above it.

The restoration architect, David Chipperfield, says:

“Why this huge glass hall? Nine meters high, daylight, no partitions. What should that? What really works is the basement with the garden. The machinery of the museum is running very well there. Mies van der Rohe left the upper floor for us as a provocation. Artists have to ask themselves: How can I show my art here? It would be unforgivable if the house wasn’t so beautiful. It’s an icon, a temple. It works.”

Een pionier moet niet alleen het gebouw, maar met zijn technici ook de wijze van bouwen ontwikkelen. In dit geval gebeurde dat in omgekeerde volgorde. Hij begon bovenaan. Met hydraulische takels werd het stalen dak, uit één stuk, op de goede hoogte gehangen en dan ondersteund.

A pioneer must not only develop the building, but -with his techniciansalso the construction method . In this case, it was done in reverse order. He started at the top. With hydraulic hoists, the steel roof was hung in one piece at the correct height and then supported.



Het gebouw is tijdens de restauratie helemaal ontmanteld en van nieuw glas voorzien. In de garderobe waar volgens een tekening uit de jaren zestig, oorspronkelijk plaats moest zijn voor tachtig hoeden, kunnen nu duizend jassen hangen. Er is ondergronds een groot depot aan toegevoegd en de eerste tentoonstelling na de zomer zal er een zijn met het werk van Alexander Calder. Dat lijkt me een goed idee, de bovenruimte zo leeg mogelijk laten met enkele sculpturen en mobiles van Calder, ah!

The building was completely dismantled during the restoration and provided with new glass. The cloakroom, where, according to a drawing from the 1960s, originally had room for eighty hats, can now hang a thousand coats. A large underground depot has been added and the first exhibition after the summer will be one with the work of Alexander Calder. That seems like a good idea, leave the upper space as empty as possible with some sculptures and mobiles from Calder, ah!


Mies van der Rohe bouwde voor de Wereldtentoonstelling van 1929 in Barcelona het Duitse paviljoen, dat -zoals de meeste paviljoens in wereldtentoonstellingen- meteen na sluiting weer werd afgebroken. Men realiseerde zich gaandeweg dat het een belangrijk sleutelwerk was in zijn oeuvre en besloot het in 1986 zo nauwgezet mogelijk te herbouwen. Anders van afmetingen en verhoudingen, maar niet ver afstaand van wat hij veertig jaar later voor Berlijn ontwerpen zou.

Mies van der Rohe built the German pavilion for the 1929 World Exhibition in Barcelona, which – like most pavilions in world exhibitions – was demolished immediately after closing. It was gradually realized that it was an important key work in his oeuvre and it was decided in 1986 to rebuild it as meticulously as possible. Different in dimensions and proportions, but not far from what he would design for Berlin forty years later.


Ludwig Mies van der Rohe (with stick) at the opening of the pavilion at the Barcelona World’s Fair (1929)

Bellini’s Auferstehung

Het was in Bari, in Italië, waar ik afgelopen zomer hardop een kreet slaakte toen ik in de -uit haar slaap gekuste-Pinacoteca ineens voor een werk van Giovanni Bellini stond. San Pietro Martire (1490), net uit het restauratie atelier.
In een gekoeld, klein, speciaal getimmerd kamertje, waar ik steeds in en uit liep om het opnieuw te ervaren.

It was in Bari, Italy, where I yelled out loud last summer when I suddenly stood in front of a work by Giovanni Bellini, in the Pinacoteca. San Pietro Martire, just out of the restoration studio.
In a cooled, small, specially constructed room, where I kept walking in and out to experience it again.

Ik laat er een detail van zien:



Tien jaar eerder schilderde hij de Wederopstanding van Jezus, die we deze dagen vieren. Het is misschien van de zomer weer te zien in de onovertroffen Gemäldegalerie, nu moet ik het nog even doen met een afbeelding.
Het is een fors werk, zo’n anderhalve meter hoog, gemaakt voor een zijkapel van een kerk in Venetië (de San Michele).
De voorstelling is een bekende; de grafsteen is terzijde geschoven en het graf is leeg. Jezus keert terug naar zijn vader, verbaasd gadegeslagen door een paar wachters, terwijl andere nog slapen. Het lichaam lijkt weer gaaf, alle sporen van verwonding zijn verdwenen. Je gaat zigzaggend van linksonder naar hem toe.
Het is een gefantaseerd landschap op een niet helemaal te plaatsen moment van de dag. Het licht speelt een belangrijke rol, een specialiteit van Bellini, die licht en lucht niet meer realistisch weer wilde geven, maar het als uitdrukkingsmiddel van iets anders inzette. Is het ‘t morgenrood dat de nacht verdringt? Alle afbeeldingen laten andere kleuren zien, waarin Jezus soms overstraald wordt door wat het goddelijk licht zou kunnen zijn.
De rest van de hemel gaat in tussentonen van roze en licht oranje naar paarsig donker blauw, afhankelijk van het plaatje.

Natuurwetenschappelijk is de wederopstanding niet mogelijk, maar als zaak van het geloof, het wonder, heel aannemelijk. Maria Magdalena zou er getuige van zijn geweest en ook daarom moet je het echte werk zien. Is zij een van de drie kleine figuren, die met de rode mantel en kijkt ze naar hem? En verwijst de hand van Jezus naar het vaak vastgelegde moment, waarop Maria Magdalena hem aan wil raken nog voor hij verrijst, en hij dat afwijst (Nole mi tangere – raak me niet aan) of is het meer een zegenend gebaar. Waarschijnlijk het laatste. Hij kijkt omhoog, naar zijn vader, wellicht. En is dat een aalschover in de boom, links op gelijke hoogte, en waar verwijst dat dan naar?

Misschien maakt het schilderij in het echt zien, meer duidelijk.
Maar de kans is groot dat je met dezelfde vragen blijft zitten en dat is eigenlijk nog mooier.



Giovanni Bellini – De Wederopstanding – 1475-79



Ten years earlier, he painted the Resurrection of Jesus, which we celebrate these days. To be seen -hopefully- in the unsurpassed Gemäldegalerie this summer, now I have to make do with an image.
It is a substantial work, about one and a half meters high, made for a side chapel of a church in Venice (the San Michele).
The performance is well known; the tombstone has been set aside and the tomb is empty. Jesus returns to his father, watched in amazement by a few guards, while others are still asleep. The body seems intact again, all traces of injury have disappeared. You go zigzagging from the bottom left up to him.
It is a fantasized landscape at a time of the day that is difficult to place. Light plays an important role, a specialty of Bellini, who no longer wanted to represent light and air realistically, but used them as a means of expression for something else. Is it the red of the morning that displaces the night? All images show different colors, in which Jesus is sometimes outshone by what could be the divine light.
The rest of the sky changes in shades from pink and light orange to purplish dark blue, depending on the picture.

From a scientific point of view the resurrection is not possible, but as a matter of faith, the miracle, it is very plausible. Mary Magdalene would have witnessed it and that’s why you have to see the painting in real. Is she one of the three little figures, the one with the red cloak and is she looking at him? And does the hand of Jesus refer to the often recorded moment, when Mary Magdalene wants to touch him before he arises, that he rejects (Nole mi tangere – don’t touch me) or is it more of a blessing gesture. Probably the latter. He looks up at his father, I guess. And is that a cormorant in the tree on the left at the same height, and what does that refer to.

Perhaps seeing the painting in real makes more clear.
But chances are that you will be left with the same questions and that is actually even better.



Urlaub!


Een Mickey Mouse voorstelling op een camping in Roemenië.



Tomáš heette hij, ineens weet ik het weer.
Ik stond op de camping bij Praag, in 1975, op weg naar een Internationaal Vrijwilligerskamp in de provincie. Kan me niet herinneren dat ik een tent bij me had, maar klaarblijkelijk, anders stond ik niet op een camping. Tomáš verzorgde de verstrooiing voor de campinggasten en beheerde het winkeltje. Hij projecteerde ‘s avonds Disney-filmpjes zonder geluid, waarvan een Tsjech me later vertelde dat dat eigenlijk verboden was. Dezelfde man, Jarek heette hij, was kunstenaar en liet me op een zolder achter een gordijn zijn geheime oeuvre zien. Kleine magisch realistische voorstellingen waarvan niemand iets mocht weten, die werden als staatsgevaarlijk gezien. Ik weet nog dat ik me daar toen niets bij voor kon stellen; hoe konden kleine oliepaneeltjes met dromerige fantasieën een staat in gevaar brengen.

Dat ik op Tomáš kom, kwam door een tentoonstelling die een paar dagen open was, URLAUB in het DDR museum.
En zo’n Trabant-tent herinner ik me van zijn camping.


His name was Tomáš, suddenly I remember.
I was camping near Prague in 1975 on my way to an International Volunteer Camp in the province. Can’t remember bringing a tent with me, but apparently, otherwise, I wouldn’t be camping. Tomáš took care of the entertainment for the camping guests and managed the shop. At night he projected Disney animation films without sound, which a Czech later told me was actually forbidden. The same man, his name was Jarek, was an artist and showed me weeks later his secret oeuvre in an attic behind a curtain. Small magically realistic paintings of which no one was allowed to know, they were seen as dangerous to the state. I remember that there was nothing I could imagine at the time; how could small oil panels with dreamy fantasies endanger a state.

That I remember Tomáš, was due to an exhibition that was open for a few days, URLAUB in the GDR museum.
And I remember such a Trabant tent from his campsite.




Op de tentoonstelling was een vrolijk filmpje te zien van een groot gezelschap Trabant-tent-bezitters die zich in een halve cirkel opstelden. Zoals je dat wel eens ziet met een groep camper-reizigers. Er werd een man geïnterviewd die Gerhard Müller heette en in de jaren ’70 patent had aangevraagd op zijn uitvinding, die hij in een loods in het dorpje Limbach fabriceerde. Hem werd gevraagd hoeveel kilo dat Trabant-dak kon hebben? Het was een drie-persoonstent, personen die er rechtop in konden staan mochten samen niet meer wegen dan 250 kilo!

The exhibition showed a cheerful video of a large group of Trabant tent owners who lined up in a semicircle. As you sometimes see with a group of camper travelers. A man named Gerhard Müller was interviewed who had applied in the seventies for a patent on his invention, which he manufactured in a shed in the village of Limbach. He was asked how many kilos that Trabant roof could hold? It was a three-person tent, people who could stand upright in it should weigh no more than 250 kilos together!



Met de uitvinder, Gerhard Müller is het niet goed afgelopen.
Juist voor de Wende had hij flink geïnvesteerd in het bedrijf, maar de opdrachten bleven uit en de schulden groeiden; de Trabant werd vervangen. Hij organiseerde in 1996 nog éen keer een Dachzelttreffen, waarop maar één bezitter zich inschreef. Op weg naar Polen, met een tent op het dak dat hij aan wilde bieden aan een museum in Wroclaw, werd hij langs de kant van de weg dood aangetroffen.


Things did not end well with the inventor, Gerhard Müller.
Just before the Wende he had invested heavily in the company, but the orders were not forthcoming and debts grew; the Trabant was replaced. In 1996 he organized a Dachzelttreffen one more time, to which only one owner registered. On his way to Poland, with a tent on the roof that he wanted to offer to a museum in Wroclaw, he was found dead on the side of the road.


A hill in Berlin

Het begint een terugkerend thema te worden. Zoals ik eerder beschreef hoe het puin van de verwoeste stad na de oorlog een kerk werd, zo heeft het tevens geleid tot een paar flinke heuvels in parken in Berlijn.


De oorlog is net begonnen wanneer er onverwacht een Royal Air Force luchtaanval plaatsvindt als vergelding voor het bombardement op Rotterdam en Londen. Het is het eerste bombardement op Berlijn. Hitler zou een paar dagen later een schetsje gemaakt hebben voor het bouwen van een aantal schuil-bunkers met afweergeschut die Albert Speer uitwerkte, waarbij hij opdracht kreeg die meteen uit te voeren.
Een drietal quasi middeleeuwse burchten werden gebouwd met een omtrek van 75 x 75 meter, muren met een dikte van drie meter en een hoogte van 48 meter (ter vergelijking, iets hoger dan ‘De Wolkenkrabber’ aan de Vrijheidslaan in Amsterdam). Ze krijgen de naam FLAKtürme, afgeleid van FLugAbwehrKanonen. Niet alleen in Berlijn, er kwamen er ook in Hamburg en Wenen.

It is starting to become a recurring theme. As I described earlier how the rubble of the destroyed city became a church after the war, it has also led to some large hills in parks in Berlin.
The war has just started when an unexpected Royal Air Force air raid takes place in retaliation for the bombing of Rotterdam and London. It is the first bombing of Berlin. A few days later Hitler would have made a sketch for the building of a number of bunkers with anti-aircraft canons that Albert Speer worked out, to be carried out immediately.
Three quasi-medieval castles were built with a circumference of 75 x 75 meters, walls with a thickness of three meters and a height of 48 meters (for comparison, slightly higher than ‘De Wolkenkrabber’ on the Vrijheidslaan in Amsterdam). They are given the name FLAKtürme, derived from FLugAbwehrKanonen.

Not only in Berlin, but also in Hamburg and Vienna.


De parken in Berlijn leken het meest geschikt, dus worden voorbereidingen getroffen in Tiergarten, Park Humboldthain, en Park Friedrichshain.
Stel je voor, het oudste en lieflijke park van Berlijn, Friedrichshain, wordt omver geploegd om er zo snel mogelijk twee van deze betonnen burchten te realiseren. Ze gaan in duo, een Gefechtsturm en een Leitturm. Duizenden krijgsgevangen dwangarbeiders werken er dag en nacht aan. In oktober 1941 zijn beide bunkers gereed. Behalve als gevechtstoren dienden ze als veilig geachte opslag voor schilderijen uit de Gemäldegalerie en sculpturen uit het Bodemuseum.
Later moet een ander park in de stad, Humboldthain, er aan geloven. Een derde komt middenin de stad te staan, Tiergarten, waarvoor een deel van de dierentuin moet wijken.
De Flaktürme hadden behalve een plat dak voor de plaatsing van kanonnen, vijf etages met liften, waarin een hospitaal, kantoren en leger onderdelen opgenomen zijn, maar ook plaats moest zijn voor 15 tot 20.000 burgers om te schuilen bij een bombardement.

Overigens vernietigt in 1945 een brand – zonder opgehelderde oorzaak – 434 van de opgeslagen schilderijen, van Fra Angelico tot Zurbaran.



https://de.wikipedia.org/wiki/Liste_der_im_Flakbunker_Berlin-Friedrichshain_vermutlich_verbrannten_Gemälde_der_Gemäldegalerie

The parks in Berlin seemed most suitable, so preparations were being made in Tiergarten, Park Humboldthain, and Park Friedrichshain.
Imagine that Berlin’s oldest and lovely park, Friedrichshain, is being plowed over to create two of these concrete castles as quickly as possible. They go in pairs, a Gefechtsturm and a Leitturm. Thousands of prisoners of war forced laborers work day and night on it. Both bunkers were completed in October 1941. In addition to serving as a combat tower, they served as safe storage for paintings from the Gemäldegalerie and sculptures from the Soil Museum.
Later, another park in the city, Humboldthain, is chosen. A third will be located in the middle of the city, Tiergarten, for which part of the zoo has to make way.
In addition to a flat roof for the placement of cannons, the Flaktürme had five floors with elevators, which included a hospital, offices and army parts, but also had to accommodate 15 to 20,000 civilians to shelter during a bombing raid.
Incidentally, in 1945, a fire destroyed – for no clear cause – 434 of the stored paintings, from Fra Angelico to Zurbaran.


https://de.wikipedia.org/wiki/Liste_der_im_Flakbunker_Berlin-Friedrichshain_vermutlich_verbrannten_Gemälde_der_Gemäldegalerie

Na de oorlog doet het hospitaal in de grootste bunker nog even dienst, maar dan besluit het Soviet regime (Friedrichs- en Humboldthain liggen in Oost Berlijn) dat de Türme verdwijnen moeten. Het Rode Leger probeert in mei 1946 beide gebouwen in Friedrichshain op te blazen, maar dat heeft niet het gewenste effect.

After the war, the hospital in the largest bunker continues to serve, but then the Soviet regime (Friedrichs- and Humboldthain are in East Berlin) decides that the Türme must disappear. The Red Army tries to blow up both buildings in Friedrichshain in May 1946, but this has not had the desired effect.




Men ziet zich genoodzaakt ze te laten staan en laat vervolgens puin uit de gebombardeerde stad naar het restant van de burchten transporteren om de leemtes op te vullen, waarna ze met zand worden overdekt. Dat puin-transport gebeurde met een speciaal aangelegde Berliner Trümmerbahn, die je op de foto ziet, maar vooral ook met de hand, met het doorgeven van emmers, in eindeloos lange rijen.

https://images.app.goo.gl/J9YN19i7TE8oKoFFA


They are forced to leave them and then have rubble from the bombed city transported to the remainder of the castles to fill the gaps, after which they are covered with sand. The debris transport was done with a specially constructed Berliner Trümmerbahn, which you see in the photo, but also by hand, with the passing of buckets, in endless long rows.


In mei 1950 is de grootste Flakturm geheel uit het zicht verdwenen.
In May 1950, the largest Flakturm disappeared completely from view.

Blik op de stad vanaf de top van de berg in Volkspark Friedrichshain.

En daar stond ik vandaag bovenop.
And I was on top of that today.

Het enig nog zichtbare deel van de bovenzijde van de bunker.


Ik had er allemaal geen flauw idee van, toen ik de eerste keer een wandeling maakte in Volkspark Friedrichshain. Daar verbaasde ik me wel over de flinke heuvel, wat me deed denken aan het fameuze park in Parijs, des Buttes Chaumont, waar de heuvels en watervallen ook op kunstmatige wijze werden aangebracht, maar met een hele andere ontstaansgeschiedenis. Er zijn in de stad nog twee andere schuil-bunkers, wat kleiner van afmeting, die behouden zijn en een andere bestemming kregen.

I had no idea at all when I took a walk in Volkspark Friedrichshain for the first time. There I was amazed by the large hill, which reminded me of the famous park in Paris, des Buttes Chaumont, where the hills and waterfalls were also artificially applied, but with a completely different history of creation.
There are two other shelter bunkers left in the city, somewhat smaller in size, which have been preserved and have been given a different purpose.

Deze, aan de Reinhardtstrasse huisvest inmiddels de Boros-artcollection, met een penthouse voor de familie op het dak.

This one, on Reinhardtstrasse, now houses the Boros art collection, with a penthouse for the family on the roof.

En omdat deze in de Pallasstrasse niet weg te krijgen was is het appartementencomplex er over en omheen gebouwd. Bekend geworden door de film ‘Der Himmel über Berlin’ die daar in 1986 is opgenomen.

And because it was impossible to get rid of it in the Pallasstrasse, the apartment complex was built over and around it. Made famous by the film ‘Der Himmel über Berlin’, which was shot there in 1986.

Things

Het Museum der Dinge was even geopend en het is echt een van de leukste die ik ken!
Helemaal niet groot, zonder pretenties; er staan gewoon heel veel houten vitrinekasten met spullen, geordend op thema en zonder hiërarchie. Gebruikte objecten waar hele levens achter schuilgaan, verhalen verteld worden, die herinneringen opwekken en ontroering teweegbrengen. Daarmee zit je bij mij natuurlijk wel goed. Het is beslist anders dan een rommelmarkt of een kringloopwinkel. Een medewerker vertelde me dat het een topje van de ijsberg is. Er wordt misschien drie procent getoond van wat er allemaal in de opslag ligt.

The Museum der Dinge was open for a while and it is really one of the nicest I know!
Not big at all, without pretensions; there are just a lot of wooden display cabinets with things, arranged by theme and without hierarchy. Used stuff that hides entire lives, stories are told, that awaken memories and bring about emotion. Then of course you are in the right place with me. It’s definitely different from a flea market or thrift store. An employee told me it’s just the tip of the iceberg. Maybe three percent of what is in storage is shown.

Het vindt zijn oorsprong in de Deutscher Werkbund, een idealistische organisatie van kunstenaars, vormgevers en industriëlen, opgericht in 1907 met als doel het niveau van productie en ontwerp van gebruiksartikelen te verbeteren. Het lijkt een beetje op de Stichting Goed Wonen die in Nederland na de oorlog in het leven werd geroepen. Met advies voor het interieur, om van de in de woonkamer centraal geplaatste bolpoot tafel met Perzisch tapijt af te komen. Onder het motto: smaak is een kwestie van opvoeding.

It originated in the Deutscher Werkbund, an idealistic organization of artists, designers and industrialists, founded in 1907 with the aim of improving the level of production and design of consumer items. It is a bit like the Stichting Goed Wonen that was established in the Netherlands after the war. With advice for the interior, to get rid of the centrally placed ball leg table with Persian carpet in the living room. Under the motto: taste is a matter of education.


Het Museum der Dinge, dat het Werkbund archief beheert, is ruimhartiger in haar esthetische opvatting. Daar wordt op liefdevolle wijze net zoveel waarde gehecht aan objecten van bekende ontwerpers als de anonieme, design naast huisvlijt, functie naast kitsch. Dat maakt het zo aantrekkelijk.

The Museum der Dinge, which manages the Werkbund archive, is more generous in its aesthetic view. There, just as much value is attached to objects by well-known designers as the anonymous, in a caring way, design next to home industry, function next to kitsch. That’s what makes it so attractive.

Series

De allereerste Derrick in 1974, waarna er nog 280 afleveringen volgden


Dussmann is de naam van de grootste boekhandel in Berlijn, met drie etages, een ‘lecture room’, koffie én open in Corona-tijd. Met een afdeling Hörbücher en dvd’s, waar je alle goeie Duitse tv-series van de afgelopen decennia kunt krijgen. Alle afleveringen van de krimi DERRICK bijvoorbeeld, negentien seizoenen lang uitgezonden in 100 landen.
De allereerste aflevering uit 1974 (er volgden er nog 280) van Derrick en zijn assistent-inspecteur Harry staat ook op Youtube, en is nog steeds spannend.

Dussmann is the name of the largest bookshop in Berlin, with three floors, a ‘lecture room’, coffee and open in Corona time. With an audiobooks and DVDs section, where you can get all the great German TV series from the past decades. For example, all episodes of the krimi DERRICK, broadcast in 100 countries in nineteen seasons.
The very first episode from 1974 (280 more followed) of Derrick and his assistant inspector Harry is also on YouTube, and is still exciting.



Op de plank erboven staat de serie Babylon Berlin, waaraan ik hier helemaal verslaafd ben geraakt. In Lockdown Berlin zag ik elke avond een aflevering van de eerste drie seizoenen. Het speelt zich af tegen de achtergrond van het broeierig dreigend Berlijn van 1929. De communistische beweging tegenover de opkomende nazi’s, uitmondend in de beurskrach. Iets teveel effectbejag misschien, maar meeslepend.
Een deel van de stad werd ervoor nagebouwd in de legendarische Studio Babelsberg in Potsdam.
Perfect vormgegeven en aangekleed tot in het kleinste detail en aantrekkelijk geacteerd door oa Peter Kurth en Volker Bruch.
Van regisseur Tom Tykwer die doorbrak met de film Lola rennt (1998).


On the shelf above is the Babylon Berlin series, to which I got completely addicted here. In Lockdown Berlin I saw every night an episode of the first three seasons. It takes place against the background of ominous Berlin of 1929. The communist movement against the rising Nazis, culminating in the stock market crash. Maybe a little too much effect, but compelling.
Part of the city was recreated in the legendary Studio Babelsberg in Potsdam.
Perfectly designed and decorated down to the smallest detail and attractively acted by Peter Kurth and Volker Bruch, among others.
From director Tom Tykwer who broke through with the film Lola Rennt (1998).

Peter Kurth
Volker Bruch
Studio set