Domesticity




Kijk nou, zo’n pentekening op een velletje papier uit 1440, precies een A-viertje groot.
Gemaakt in Basel door Konrad Witz, nu te zien in de voorbeeldige tentoonstelling Spätgotik in de Gemäldegalerie. De Duitse kunstenaars zijn doorgaans strenger in aanpak dan hun collega’s uit de Lage Landen, maar zo rond 1430 verandert er iets. Alle credits worden op tekstborden overigens gegeven aan de Vlaamse Primitieven, en dan vooral aan Jan van Eijck, die het voortouw nam in een volledige ommekeer in de schilderkunst. Tot dan toe waren de voorstellingen en figuren tijdloos, onbepaald. De Vlamingen echter definieerden met schaduwen, stofuitdrukking nieuwe perspectieven. Het werd contrastrijker en tegelijk zachter, menselijker van uitdrukking, zinnelijker en persoonlijker.
Afhankelijk van licht werd het momént vastgelegd.

Dat heeft Konrad Witz ook goed begrepen, de wijze waarop hij zo’n huiselijke scene met wat water-verdunde-inkt neerzet, is zo mooi en vóór die tijd zo ongebruikelijk.
Het lijkt er op dat Maria wat verstelwerk verricht, terwijl Jezus met water speelt in de koperen schaal waarin hij zichzelf weerspiegeld ziet. Hij lijkt het onbevattelijke te willen aanraken.
Witz maakt dat gegeven het belangrijkst en zet het -als enige- aan met kleur.
Bevrijd van vroegere conventies mag het kind Jezus nu spelen als een kind.


Look, such a pen drawing on a piece of paper from 1440, exactly an A4 size.
Made in Basel by Konrad Witz, now on display in the exemplary exhibition Spätgotik in the Gemäldegalerie. The German artists are usually stricter in approach than their colleagues from the Low Countries, but around 1430 something changes. All credits are given on text boards to the Flemish Primitives, and especially to Jan van Eijck, who took the lead in a complete turnaround in painting. Until then, the images and figures were timeless, indefinite. The Flemish, however, defined new perspectives with shadows, expressions of material. It became more contrasting and at the same time softer, more human, more sensual and more personal.
The very moment was captured, depending on light.
Konrad Witz has understood that very well, the way in which he creates such a homely scene with some water-diluted ink is so beautiful and so new.
It appears that Mary appears to be doing some mending, while Jesus is playing with water in the copper bowl in which he sees himself reflected. He seems to want to touch the incomprehensible.
Witz makes that fact the most important by using some color.
Freed from the earlier conventions, the child Jesus is now allowed to play as a child.



Natuurlijk troffen de drie kussentjes me.
Of course the three pillows he painted, hit me.



En een paar schilderijen verderop zag ik er nog een paar: nu in olieverf op een eikenhouten paneel, fantastisch geschilderde, stoffen kussentjes van glanzend fluweel, met geborduurde voorstellingen van een hert (verwijzend naar Christus), bloemvormen en kwastjes aan de hoeken. Meister von Liesborn heet de schilder en de Annunciatie komt uit 1480, in bezit van de National Gallery in Londen. Rogier Van der Weijden was het grote voorbeeld, zo staat op het begeleidend tekstbordje en daar kun je je wel iets bij voorstellen. Het kleine paneel maakte deel uit van een enorm altaarstuk, dat in de loop der eeuwen in veertien delen is verzaagd en in verschillende collecties terechtgekomen.
Het moet een juweel van een retabel zijn geweest.



And a few paintings further down I saw some others: now in oil on an oak panel, fantastically painted, pillows of shiny velvet, with embroidered representations of a deer (referring to Christ), flower shapes and tassels at the corners. Meister von Liesborn is the name of the painter and the Annunciation is from 1480, in the possession of the National Gallery in London. Rogier Van der Weijden was his great example, as is stated on the accompanying text sign and you can imagine that. The small panel was once part of an enormous altarpiece, which was sawn into fourteen parts over the centuries and ended up in various collections.
It must have been a jewel of a retable.

https://www.smb.museum/ausstellungen/detail/spaetgotik/

Float

Leonardo del Tasso – Beweinung Christi – Lamentation over the dead Christ – 1480 – burnt clay with 19th century painting



Het wordt steeds sterker; de mate van genieten in een museum voor moderne kunst weegt niet op tegen het plezier dat ik beleef in een museum met oude meesters.
Gisteren heb ik een hele middag in het Bode Museum rondgelopen, -de musea zijn sinds vrijdag weer open- en gelukkiger kun je me bijna niet krijgen. Het Bode Museum, aan de kop van het Museum Insel, huisvest voornamelijk beeldhouwkunst uit de late middeleeuwen, in overgang naar de renaissance. Duitsland noemt dat de Spätgotik en daaraan is in de Gemäldegalerie een nieuwe tentoonstelling gewijd, waar ik woensdag naar toe kan. Daarin beperken ze zich tot werk dat gemaakt is tussen 1430 en 1500.
Dit museum is een beetje ouderwets, nog niet ten prooi gevallen aan recente verbouwingen. De meneer van de garderobe heeft een straalkacheltje bij zijn voeten en de jas reik je aan door een veel te klein raampje.
Ik zou tientallen beelden kunnen laten zien die ik nauwkeurig bekeken heb. Veel beroemder en belangrijker en ook wel mooier dan deze pietà, van een mij onbekende beeldhouwer Leonardo del Tasso.

De dode Jezus op de schoot van Maria is omgeven door zijn meest geliefde apostel Johannes en Maria Magdalena, met hun betraande gezichten. Dat zie je vaak. Maar wat ik nooit eerder zag is dat Jezus leek te zweven. Wat heilig is, raak je niet aan. Ik kon niet dichtbij genoeg komen om te zien of het lichaam van Christus ook Maria’s schoot niet raakt, haar handen zijn gevouwen en blijven weg van het koude, stijf geworden lichaam. Zijn rechterarm hangt ook nét boven haar knie. De handen van Maria Magdalena en Johannes volgen de vormen, maar blijven op afstand. Er is een ander beeld, van Riemenschneider, waar Sint Lukas zijn net geschreven evangelie ook niet aanraakt, er zit expres een stuk van zijn mantel tussen het boek en zijn hand.

Bij deze pietà vergrootte de elegante afstand de intimiteit en de tederheid, gek genoeg.



It’s getting stronger; the degree of enjoyment in a museum of modern art does not outweigh the pleasure I experience in a museum with old masters.
Yesterday I spent a whole afternoon walking around the Bode Museum – the museums have been open again since Friday – and you can hardly get me happier. The Bode Museum, at the head of the Museum Insel, mainly houses sculptures from the late Middle Ages, in transition to the Renaissance. Germany calls this the Spätgotik and a new exhibition is devoted to this in the Gemäldegalerie, which I can visit on Wednesday. They limit themselves to work that was made between 1430 and 1500.
This museum is still a bit old-fashioned, not yet subject to recent renovations. The gentleman in the cloakroom has an electric heater at his feet and you can pass the coat through a window that is much too small.

I could show dozens of images that I have examined closely. Much more famous and important and also more beautiful than this pietà, by a sculptor Leonardo del Tasso, unknown to me.`


The dead Jesus on Mary’s lap is surrounded by his most beloved Apostle John and Mary Magdalene, with their tearful faces. You often see that. But what I never saw before is that Jesus seemed to float. You don’t touch what is sacred. I could not get close enough to see if the body of Christ also touched Mary’s womb, her hands are folded and stay away from the cold, stiff body. His right arm is also just above her knee. The hands of Mary Magdalene and John follow the shapes, but keep their distance. I saw another wooden sculpture, of Riemenschneider, where Saint Luke does not touch his newly written gospel, there is a piece of his mantle deliberately between the book and his hand.`


In this pietà, the elegant distance increased intimacy and tenderness, strangely enough

Horror



Toch weer de Nazi’s, steeds opnieuw.

Op de plek waar nu de Philharmonie staat, Tiergartenstrasse 4, heeft een grote, oude villa gestaan en daar is onlangs een nieuw gedenkteken geplaatst.
Vanuit dit huis werd de deportatie van ‘Erbkranken’ naar de speciaal daarvoor aangelegde vernietigingskampen gecoördineerd. Mensen met een erfelijke ziekte zouden de vorming van het zuiver arisch ras dat Hitler voor ogen stond maar in de weg staan. T4 was de aanduiding van dit ‘zuiveringsprogramma’ dat Gnadentötung werd genoemd, waarvoor al vóór de holocaust gaskamers werden gebouwd.
Honderdduizenden ‘patiënten’ werden vermoord.

‘Mensen met een erfelijke ziekte zijn het volk een last’ staat onderaan deze bladzijde in een geïllustreerd schoolboekje uit 1939, met sommen voor de rekenles. Hierin wordt inzichtelijk gemaakt wat de gevolgen zijn van de hoge kosten die een erfelijk zieke met zich meebrengt. In dit voorbeeld gaat het om 150 ‘zwakzinnigen’ in een instelling die jaarlijks 104.000 Reichsmark kosten. Van dat bedrag kunnen 17 huizen gebouwd worden voor 17 gezonde arbeidersfamilies. Dat staat er, in een schoolboekje voor kinderen.

Het begon met een wet die op 14 juli 1934 van kracht werd:

Wet ter voorkoming van nakomelingen met een erfelijke ziekte,

Daarmee beoogden de Nazi’s bepaalde bevolkingsgroepen onvruchtbaar te maken door gedwongen abortus en sterilisatie, dat Rassenhygiene werd genoemd.
Van de gedwongen sterilisatie kwam het tot gedwongen ‘euthanasie’. Moord, onder de eufemistische aanduiding ‘genadedood’, alsof hen een gunst werd verleend.
Vanaf 1935 was die wet ook van toepassing op homosexuele mannen.
Verder gold de wet en haar uitvoering:

  1. angeborenem Schwachsinn
  2. Schizofrenie
  3. manisch-depressivem Irresein
  4. erblicher Fallsucht (epilepsie)
  5. erblichem Veitstanz (Vitusdans)
  6. erblicher Blindheit
  7. erblicher Taubheit
  8. schwerer erblicher körperlicher Mißbildung

De villa aan Tiergarten behoorde toe aan een succesvol ondernemer, Hans Liebermann, broer van de schilder Max Liebermann, die -als het huis geconfiskeerd en onteigend is en hij voorziet dat het helemaal mis zal gaan- in 1938 zelfmoord pleegt.
Slechts een klein deel van de wetenschappers, administratieve staf, artsen en verpleegkundigen is na de oorlog gestraft. De meesten zijn gewoon weer aan het werk gegaan. De zwaar bevochten rehabilitatie van 200.000 slachtoffers vond pas in 2007 plaats.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is schermafbeelding-2021-03-03-om-18.23.01.png
Representatives of the Hitlerjugend at the Reichsparteitag, 12 september 1935 – called ‘Reichsparteitag der Freiheit’
– Rally of Freedom – where Leni Riefenstahl made her film.

The Nazis, over and over again.

On the spot where the Philharmonie now stands, Tiergartenstrasse 4, was a large, old villa and there a new memorial has recently been placed.
The deportation of ‘Erbkranken’ to the specially constructed extermination camps was coordinated from this house. People with a hereditary disease would stand in the way of the formation of the pure Aryan race that Hitler envisioned. T4 was the designation of this “purification program” called Gnadentötung, for which gas chambers were already being built before the Holocaust.
Hundreds of thousands of ‘patients’ were murdered.

‘People with a hereditary disease are a burden to the people’ is stated at the bottom of this page in an illustrated school book from 1939, with sums for arithmetic lesson. This provides insight into the consequences of the high costs that a hereditary illness entails. In this example, we are talking about 150 ‘retarded people’ in an institution, costing 104,000 Reichsmark annually. Of that amount, 17 houses can be built for 17 healthy working-class families. That is what it says in a school book for children.

It started with a law that came into effect in 1934:

Law for the prevention of offspring with a hereditary disease,

1.mentally ill
2. schizofrenia
3. manic-depressive insanity
4. hereditary epilepsy
5. hereditary St. Vitus dance
6. hereditary blindness
7. hereditary deafness
8. severe hereditary physical deformity

The villa at Tiergarten belonged to a successful entrepreneur, Hans Liebermann, brother of the painter Max Liebermann, who – when the house is confiscated and expropriated and he foresees that it will go completely wrong – commits suicide in 1938.
Only a small number of scientists, administrative staff, doctors and nurses were punished after the war. Most have just gone back to work. The hard-fought rehabilitation of 200,000 victims did not take place until 2007.

Mirror


Als ik uit de stad de Prenzlauer Berg weer op fiets kom ik steeds langs dit beeld, dat ik in al die maanden nooit goed bekeken heb, hoewel me dat halve lichaam wel opgevallen was. Vandaag eens afgestapt. Nu snap ik dat de metrohalte daar Senefelderplatz heet. Dit is Alois Senefelder (1771-1834) toneelschrijver én uitvinder van de lithografie. Dat zou ik geweten moeten hebben, want dat is een baanbrekende revolutie in het verveelvoudigen van drukwerk geweest.
Nu zag ik ook pas hoe mooi; de twee kinderen waarvan er een in een spiegel kijkt om de naam te kunnen lezen die het jongetje (zo zag ik op foto’s) in spiegelschrift noteert. En dat heeft alles te maken met de druktechniek, waar je in spiegelbeeld moet tekenen en schrijven om te krijgen wat je voor ogen hebt.
Aan zijn voeten liggen delen van de pers, een inktrol, een graveerpen en rustend op zijn knie de lithosteen.

Het beeld (van Rudolf Pohle) is er in 1882 neergezet en heeft de oorlogen overleefd. Het originele hekje niet, dat is (zoals de hekjes om bijna alle monumenten in Berlijn) weggehaald en omgezet in wapentuig. Die nieuwe hekjes lijken allemaal van een fabriek van duur tuinmeubilair afkomstig te zijn.




When I return on my bike from the city-centre into Prenzlauer Berg, I keep passing this statue, which I have never looked closely at in all those months, although half the body had struck me. I got off today. Now I understand that the metro stop there is called Senefelderplatz. This is Alois Senefelder (1771-1834) playwright and inventor of lithography. I should have known that, because it has been a groundbreaking revolution in printing.
Only now did I see how beautiful; the two children, one of whom looks in a mirror to be able to read the name that the boy (as I saw in photos) writes down in mirror writing. And that has everything to do with the printing technique, where you have to draw and write in mirror image to get what you have in mind.
At his feet are parts of the press, an inking roller, an engraving pen and the litho stone resting on his knee.


The statue (by Rudolf Pohle) was erected there in 1882 and survived the wars. Not the original fence, that (like the fences around almost all monuments in Berlin) has been removed and converted into weaponry. The new trellises all seem to come from a factory of expensive garden furniture.

mmmam

Zo moet het er dus uitzien, als het jongetje weer gerestaureerd is.
This is what it should look like when the boy has been restored.


En zo vond ik -toen ik meer over hem wilde weten (lang leve google)- dat er op de Admiraal de Ruyterweg 56 in Amsterdam ook een beeld van hem staat, ingebouwd in de gevel van voormalige drukkerij ‘Senefelder’!

And so I found – when I wanted to know more about him (long live Google) – that there is also a statue of him on the Admiraal de Ruyterweg 56 in Amsterdam, built into the facade of the former printing house ‘Senefelder’!

Einsteinpark

I



Je gaat naar Potsdam voor Park Sanssouci.
Het 300 ha grote park, waar rond het paleis dat halverwege de 18e eeuw gebouwd werd, later -ter vermaak- fantastische tuinen zijn aangelegd. Met fonteinen, quasi antieke tempels, een wijngaard met terrassen, kassen, een toegangspoort, een Belvedere, paleizen voor de gasten, een theater en de grootste orangerie die ik ooit zag, helemaal vol sinaasappelbomen in potten die binnenkort naar buiten mogen.

Maar ik had eerder een plaatje gezien van de Einsteinturm in Wissenschaftspark Albert Einstein, daar niet zo ver vandaan, op de Telegrafenberg. Die berg heet zo omdat daar in 1832 de vierde in een reeks van 62 telegrafie-stations stond, waarmee een bericht van Berlin naar Koblenz in een uur overgeseind kon worden, waar eerder een bode te paard nog vier dagen over deed!
Eind negentiende eeuw begon men met de bouw van meteorologische, astronomische en geofysische onderzoekscentra en observatoria in een Engelse landschapssetting. Wat moet daar regelmatig sprake zijn geweest van enorme opwinding, bij het ontleden van zonnestralen, het in kaart brengen van het hemelgewelf en het onderzoeken van de aardbodem.
Het was er geweldig en ik was er weer helemaal alleen!
In de architectuur van de gebouwen waarde de geest van Schinkel, behalve in het zon-observatorium dat in 1922 gebouwd is door Erich Mendelsohn. Onder de koepel wordt het licht van de zon opgevangen en vervolgens naar beneden geleid, waar het in de kelder negentig graden wordt gebogen in een horizontaal vlak (?!) . En dat allemaal om de relativiteitstheorie van Albert Einstein te bevestigen.

You go to Potsdam for Park Sanssouci.
The 300-hectare park with a palace built in the mid-18th century, around which later -for entertainment- fantastic gardens were laid out. Fountains, quasi-antique temples, a vineyard with terraces, greenhouses, an entrance gate, a Belvedere, palaces for the guests, a theater, and the largest orangery I ever saw, full of orange trees in pots that will soon be allowed outside.

But I had previously seen a picture of the Einsteinturm in Wissenschaftspark Albert Einstein, not that far from there, on the Telegrafenberg. That mountain is so called because in 1832 the fourth in a series of 62 telegraph stations was there, with which a message from Berlin to Koblenz could be transmitted in an hour, which previously took a messenger on horseback four days!
At the end of the nineteenth century, the construction of meteorological, astronomical and geophysical research centers and observatories in an English landscape setting began. How tremendous the excitement must have been there on a regular basis, when dissecting the sun’s rays, mapping the sky, and examining the surface of the earth.
It was great and I was all alone again!
The spirit of Schinkel can be found in the architecture of the buildings, except in the sun observatory built in 1922 by Erich Mendelsohn. Under the dome, the light of the sun is collected and then directed downwards, where it is bent ninety degrees in the basement in a horizontal plane (?!). And all to confirm Albert Einstein’s theory of relativity.



Het werd een van eerste voorbeelden van ‘organische’ architectuur in Europa, waarbij alle bouwkundige elementen opgenomen zijn in de uiteindelijke, plastische vorm. Zoals dat mede en nog wat eerder ontwikkeld werd door de antroposofen (Steiner) en Gaudi (de Sagrada Familia).

It became one of the first examples of ‘organic’ architecture in Europe, in which all architectural elements are included in the final, plastic form. Like that, and a little earlier, the anthroposophists (Steiner) and Gaudi (the Sagrada Familia) developed.


Het past natuurlijk precies in de tijd. Een scene uit de film ‘Das Cabinet des Dr Caligari’ (1920) had er in opgenomen kunnen zijn.

Of course it fits exactly in time. A scene from the film ‘Das Cabinet des Dr Caligari’ (1920) could have been included.


Het heeft iets van een groot bot, zo mooi in contrast met het scherp gesneden trappetje.






Niet ver daarvandaan staat nog een toren, en een verwaarloosd gebouwtje van golfplaat.
Friedrich Helmert was professor in de Geodäsie, een wetenschap waar ik niet eerder van gehoord had, die betrekking heeft op alle informatie waar een ruimtelijke component een rol bij speelt. Hij was een van de belangrijkste mannen in het onderzoek naar zwaartekracht en het opmeten van de aardbol en deed dat in samenwerking met collega’s in de hele wereld, dwars door de oorlogen heen, in nauw overleg met Greenwich.
Onze navigatiesystemen en google maps beginnen hier, zo stond er op een bord, en er is een krater op de maan naar hem vernoemd.
En dat begon allemaal vanuit deze in 1893 door hem ontwikkelde en gebouwde toren, die er nu wat bouwvallig bijstond. Het metalen ‘rek’ dat je ziet was er om de koepel in twee helften open te kunnen schuiven en zo de sterren te bestuderen.


Not far from there is another tower and a neglected corrugated iron building.
Friedrich Helmert was a professor of Geodäsie, a science I had never heard of before, which relates to all information involving a spatial component. He was one of the foremost men in gravity research and the measurement of the globe, working with colleagues around the world, right through the wars, in close consultation with Greenwich.
Our navigation systems and google maps start here, it said on a sign, and there is a crater on the moon named after him.
And that all started from this tower built in 1893, which was now somewhat dilapidated. The metal ‘rack’ you see was there to support the opened dome in two halves, to study the stars.




Daarnaast staat dit gebouwtje dat het meridianenhuisje heet. En het kleine torentje dat er bij staat is een ‘mire’, een ‘meridiaanmarkering voor het instellen van de telescoop in de meridiaanrichting’. Nu doe ik net of ik er verstand van heb, maar dit lees ik natuurlijk op de informatieborden die er bij staan en wat ik later op internet vind.
Maar waar ik wel gevoelig voor ben is de gedachte dat al ons comfortabel en vanzelfsprekend verkeer, of het nu per vliegtuig is, of de mail de ik verstuur, z’n oorsprong vindt bij dit soort wetenschapspioniers aan het eind van de negentiende eeuw. Die slechts deze eenvoudige gebouwtjes nodig hadden en wat meetapparatuur ontwikkelden om de grootste ontdekkingen te doen. Zonlicht meten, onze afstand tot de poolster bepalen en het weer voorspellen; ongelooflijk.



Next to this is this iron building called the meridian house. And the small turret it says is a ‘mire’, a ‘meridian marker for setting the telescope in the meridian direction.’
I pretend I understand, but of course, I read this on the information boards that accompany it and what I later find on the internet.
But what I am sensitive to is the idea that all our comfortable traffic, whether it is by air, on the road, or the mail that I send, originated with this kind of science pioneers at the end of the nineteenth century. Who only needed these simple buildings and developed some measuring equipment to make the greatest discoveries. Measure sunlight, determine our distance to the North Star and predict the weather; incredible.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is img_2213.jpeg
Het interieur dat ik door een raampje fotografeerde. Die grote stenen blokken zo begreep ik, waren er om de instrumenten te funderen en zo weinig mogelijk last te hebben van trillingen.

Matches



Het is natuurlijk een beetje aanmatigend om het immense, wereldberoemde Pergamonmuseum te bezoeken en dan opgewonden te raken van een luciferdoosje waarin een klein steentje zit.
Toch werkt het zo bij mij. Een deel van het museum is gesloten, het Pergamon zelf wordt gerestaureerd en is nu niet toegankelijk. Wat er wél in volle glorie stond was de Ishtar Poort van Koning Nebukadnezar uit Babylon.

Of course, it is a bit presumptuous to visit the immense, world-famous Pergamon Museum and then get excited about a matchbox containing a small stone.
Yet that is how it works for me. Part of the museum is closed, the Pergamon itself is being restored and is now not accessible. What did stand in all its glory was the Ishtar Gate of King Nebuchadnezzar from Babylon.


Het verhaal rond die Ishtar Poort is een mooi verhaal.
De koninklijke verzamelingen in Berlijn ontbeerden nog wat in het Louvre en the British Museum al langer te zien was; een opgegraven schat uit een ver land. De reliëfs uit Susa (Louvre) en de Elgin Marbles (Londen) wekten jaloezie. Eind 19e eeuw ondernamen de oriëntalist Eduard Sachau en de architect Robert Koldewey de tocht naar het huidig Irak. De laatste vond in Babylon, in het zand, enkele scherven en brokjes steen met kleurig glazuur waarmee hij het thuisfront wist te overtuigen. Het opgravingsproject werd een prestigezaak voor koning Wilhelm II (die van Huis Doorn). Het duurde tot 1917 (middenin de eerste wereldoorlog) voor alle brokstukjes in honderden kisten naar Berlijn getransporteerd werden en tot 1930, voor de reconstructie een feit was. Toen stond het voorste gedeelte van de oude stadspoort van Babylon uit 600 voor Christus en een deel van de processie weg in het museum in Berlijn. Overigens bestaat 80% van de enorme wanden uit keramische tegels die een eeuw geleden gebakken zijn. Maar de afgebeelde mythologische dieren -in reliëf- zijn uit de oorspronkelijke stukjes samengesteld.

Er wordt op de tekstborden in het museum nog steeds benadrukt dat er niks afgebroken en geroofd is, integendeel; het zou allemaal gered zijn uit handen van barbaren die de muren indertijd het liefst stuksloegen om er hun nieuwe huizen en paleizen mee te bouwen. De poort in Berlijn is nog maar een klein onderdeel van het origineel, een ander stuk staat in de opslag. En aan elf diverse musea, van Istanbul tot Toronto, zijn nog eens tientallen reliëfs van de afgebeelde dieren doorverkocht, om de expeditie te financieren.



The story about that Ishtar Gate (600 BC) is an interesting story.
The royal collections in Berlin still lacked what had been on display in the Louvre and the British Museum for some time; a treasure dug up from a distant land. The reliefs from Susa (Louvre), the Elgin Marbles (London) aroused jealousy. At the end of the 19th century, the orientalist Eduard Sachau and the architect Robert Koldewey undertook the journey to present-day Iraq. The latter found in Babylon, in the sand, some shards and chunks of stone with colored glaze with which he managed to convince the home front. The excavation project became a matter of prestige for King Wilhelm II (that of Huis Doorn). It took until 1917 (in the middle of the First World War) for all puzzle pieces in hundreds of boxes to be transported to Berlin and until 1930 for the reconstruction to be a fact. Then the front part of the old city gate of Babylon was in a museum in Berlin. Incidentally, 80% of the enormous walls consists of newly baked ceramic tiles. But the depicted mythological animals are composed of the original pieces.


It is still strongly stressed upon on the text boards in the museum, that nothing has been broken down and looted, on the contrary; it would all have been saved from the hands of barbarians who, at the time, preferred to smash the walls to build their new houses and palaces. The gate in Berlin is only a small part of the original, another piece is still in storage. And to eleven different museums, from Istanbul to Toronto, dozens of reliefs of the depicted animals have been sold, to finance the expedition.






Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is schermafbeelding-2021-04-29-om-14.21.53.png



Saddam Hussein liet een (kleinere) replica bouwen die de de ingang had moeten markeren van het nieuwe museum dat er achter gepland was. Tijdens de Golfoorlog is deze poort zwaar beschadigd en het museum is nog niet gebouwd. Sinds 2019 wordt Babylon, wat er van over is, tot UNESCO werelderfgoed gerekend. De regering van Irak heeft drie keer een verzoek ingediend bij de Duitse regering, de poort en het deel van de processie-weg terug te plaatsen op de oorspronkelijke locatie. Tot nog toe vergeefs, maar ‘roofkunst’ is inmiddels een thema in de naderende verkiezingen en Duitsland neemt het voortouw in teruggave van geroofde voorwerpen aan de landen van herkomst. Die stap voorwaarts zal andere (Europese) landen onder druk zetten met voorstellen te komen. Het begint met de restitutie van de ‘Benin Bronzes’ -ooit geroofd door het Britse koloniale leger- aan het land waar ze thuishoren: Nigeria.


Saddam Hussein had a (smaller) replica built that should have marked the entrance to the new museum that was planned behind it. This gate was badly damaged during the Gulf War and the museum has not yet been built. Since 2019, Babylon, what is left of it, has been classified as a UNESCO World Heritage Site. The Government of Iraq has filed three requests with the German Government to return the gate and part of the processional road to its original location. So far in vain, but ‘looted art’ has become a theme in the upcoming elections, and Germany is taking the lead in returning looted objects to the countries of origin. This step forward will put other (European) countries under pressure to come up with proposals. It starts with the restitution of the ‘Benin Bronzes’ – once stolen by the British colonial army – to the country where they belong: Nigeria..





En dat luciferdoosje?

Dat nam Koldewey mee naar huis van zijn eerste reis, met daarin een soort gelukssteentje. Hij moet de lucifers daar gekocht hebben, getuige het opschrift. Maar hadden ze in 1897 al luciferdoosjes in Babylon. Made in Sweden? ‘Will not glow after being thrown out’?

Ja dus! In Nederland werden de betrouwbare lucifers uit Uddevalla, Zweden al in 1895 geïmporteerd en onder de naam De Zwaluw in de markt gezet. Het werd meteen een groot succes en stimuleerde de export over de hele wereld in aangepaste verpakking , ook naar Het Nabije Oosten en West Afrika. En wat maakte de Zweedse lucifer zo geliefd? Het met parafine behandelde kopje ontvlamt alléén als de zwavel in contact komt met een oppervlak dat gedrenkt is in een speciaal laagje dat aangebracht is op de zijkant van het doosje. Veilig!

And that matchbox?
Koldewey took that home from his first trip, with a kind of lucky stone. He must have bought it there, according to the inscription. But did they already have matchboxes in Babylon in 1897?
Made in Sweden? Will not glow after being thrown out?

Yes! In the Netherlands, the reliable matches from Uddevalla, Sweden were already imported in 1895 and marketed under the name De Zwaluw. It immediately became a great success and stimulated exports all over the world in adapted packaging, also to the Near East and West Africa. And what made the Swedish match so popular? The paraffin-treated cup will only ignite if the sulfur comes into contact with a surface that has been soaked in a special coating applied to the side of the box. Safe!



Nb: alle musea zijn al weer een paar weken gesloten, ik greep mijn kans toen ze even open waren.

Letters


Ooit, op vakantie in Polen, moesten we zóeken naar de winkels.
Het was niet lang na de val van de muur en in de dorpen op het platteland zaten ze verstopt in wat gewone woonhuizen leken. De kleine, dubbelglas ruitjes boden weinig zicht op de inhoud. Uithangborden waren er nauwelijks, en voor ons onleesbaar (Sklep). De bewoners van het dorp wisten toch wel waar ze moesten zijn en er was geen concurrentie.

Ik zie in de stad alle opschriften. De winkelpuien, de affiches, de straatnamen, de reclames; er ontgaat me weinig. In Amsterdam is het extra opletten als op woensdag de reclames en affiches in de abri’s gewisseld zijn.
Typografie en materiaal verschillen enorm per wijk, dat is hier in Berlijn nog opvallender. De buurt waar ik nu woon (Prenzlauerberg) is hip en dat zie je natuurlijk terug in het type winkels; veel bio, dure bakkerijen, mode- en interieurzaken. De gevels zijn smaakvol, de namen van de winkel klein geplaatst, bescheiden in kleurgebruik, allemaal zoals het hoort, maar nergens opvallend of spannend.

In Kreuzberg, waar de meeste winkels in Turkse handen zijn, knalt het je tegemoet. De namen van de zaken en vooral wat ze er verkopen worden breed uitgemeten, liefst over de hele gevel. Er wordt vaak gebruik gemaakt van foto’s op lichtbakken, zo van de computer naar de printer-op-reuze-formaat. Veel döner kebab natuurlijk, shisha lounges, kappers, Fleisch und Lebensmittel en baklava bakkers.
Vrijwel nergens zie je meer handgeschilderde of lichtgevende, losse letters. De winkelpanden met een mooie belettering, die ik af en toe tegenkom en fotografeer, zijn zeer zeldzaam. Meestal staan ze leeg en in afwachting van een grote verbouwing gestript, waardoor de voormalige belettering even vrij komt.




Once, on holiday in Poland, we had to search for the shops.
It was not long after the fall of the wall, and in the rural villages they were hidden in what appeared to be ordinary houses. The small, double-glazed panes offered little insight into the contents. There were hardly any signboards, and unreadable to us (Sklep). The inhabitants of the village knew where to be anyway and there was no competition.

I see all the inscriptions in the city. The storefronts, the posters, the street names, the advertisements; little escapes me.
Typography and materials differ enormously per neighborhood, which is even more striking here in Berlin. The neighborhood where I live now (Prenzlauerberg) is hip and you can of course see that in the type of shops; lots of bio, expensive bakeries, fashion and interior shops). The facades are tasteful, the names of the store are small, modest in use of color, all as it should be, but nowhere striking or exciting.

In Kreuzberg, where most of the shops are in Turkish hands, it hits you. The names of the businesses and especially what they sell are widely spread, preferably across the entire facade. They mainly use photos on light boxes, so straight from the computer to the printer-in-giant format. Lots of doner kebabs of course, shisha lounges, hairdressers, Fleisch und Lebensmittel and baklava bakers.
Hardly anywhere do you see hand-painted or luminous, movable letters anymore. The shops with beautiful lettering, which I occasionally come across and photograph, are very rare. They are usually empty and stripped in anticipation of a major renovation, leaving the former lettering visible for a while.






Het is een beetje flauw, maar ik kan het niet laten er nog een afhaalzaak uit de DDR tijd bij te laten zien. EINTOPF, een stevig eenpansgerecht, EIS, nog net leesbaar in het luikje, en LECKEREIEN, een -meestal zoete- lekkernij, met een punt op de hoofdletter i.


Sorry, but I can’t help showing another takeaway from the GDR era. EINTOPF, a hearty one-pot dish, EIS, barely legible in the hatch, and LECKEREIEN, a mostly sweet treat, with a dot on the capital i.



Het valt me op dat borden boven de winkelpui, meer dan bij ons, aangeven wat er te koop of te doen is. En dat zijn soms enorm lange woorden, in forse kapitalen.


I notice that signs above the shop front, more than ours, indicate what is for sale or to do. And these are sometimes very long words, in large capitals.



Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is img_9973.jpeg


Er is een mooie film te zien op internet van een groep Amerikaanse ‘signpainters’. Old school typografie met een vaardige hand en de goeie penseel aangebracht. Een uitstervend beroep.

http://www.signpaintersfilm.com/#watch

There is a nice film on the internet of a group of American ‘sign painters’. Old school typography applied with a skilful hand and a good brush. A dying profession.

Second Life


Het is elke morgen een verrassing wat er in de hal zal staan, op de mooie tegelvoer.
Lege jampotten, een doos lego, een schemerlamp, een koffertje met cd’s, een kamerplant of, zoals gisteren, twee keurig gepoetste damesschoenen.
Er staat niet eens meer een bordje bij dat je het mee mag nemen, als het je maat is;
dat spreekt voor zich en dat weet iedereen. Ik zie het heel vaak, hier in Berlijn, op de brede vensterbanken, in trapportalen, in de hoek bij een voordeur, zo’n groepje meeneemdingen, zoals wij dat alleen van boeken kennen.
Heel sympathiek is het. En de omloopsnelheid is groot.
Ze zijn al verdwenen als ik terugkom van boodschappen doen.




Every morning it is a surprise what will be on the beautiful tiled floor in the hall.
Empty jam jars, a box of Lego, a table lamp, a suitcase with CDs, a houseplant or, like yesterday, two neatly polished ladies’ shoes.
There is not even a sign that you can take it with you, if it is your size.
That goes without saying and everyone knows it.
I see it very often, here in Berlin, on the wide windowsills, in the staircase, in the corner by a front door.
It is very sympathetic. And the turnover rate is high.
They were gone when I came back from shopping.

(met een plakbandje vastgemaakt)