Heroes

IMG_8097

 

Toen we nog op de Rietveld zaten, Carolien Scholtes en ik, hadden we twee helden:
Cy Twombly en Per Kirkeby, mooie namen. Later kwamen daar voor mij Matisse en Hockney bij. Maar dat triomfantelijke, zorgeloze schilderen – zo leek het althans bij Kirkeby -, met die royale gebaren die niet loos waren, zo wilden wij het ook. Net zoveel kleuren groen als er in Ierland zijn, en de diepste okers, donkerbruinpaars en vuile grijzen zonder dat het zompig wordt. Vandaag zag ik ze weer, al voor de derde keer.

 

IMG_8091

 

Want kom er eens om; zijn doeken van drie bij zeven meter hangen hier gewoon in de galerie. Als in museumzalen zo groot. Niet een paar, maar een stuk of vijftien. Werken van 1999 tot de laatste uit 2012. En dan zijn er de bronzen torso’s, de sculpturen uit 1983 (toen we in de ban van hem raakten). Als stille getuigen, als donkere monniken staan ze daar, en kijken (zo voelt het echt) naar de enorme doeken, of liever je kijkt mét hen naast je, in hun aanwezigheid, naar de schilderijen. Die beelden zagen we voor het eerst in ons derde studiejaar, in het Van Abbe-museum. Allemaal stoer en echt en eeuwenoud. Kirkeby heeft geologie gestudeerd voor hij kunstenaar werd, en dat snap je wel als je naar zijn werk kijkt. Hij zegt niks te weten van abstractie, hij kijkt naar zijn tuin en schildert en dat geloof ik. Niet voor niets heeft hij een grote verzameling brieven van Matisse in zijn bezit, en van Samuel Beckett. En is hij een liefhebber van de landschappen van Kurt Schwitters (die Carolien Scholtes weer inspireerden in haar huidige werk).

 

IMG_9026

 

IMG_9024

 

IMG_9030

HEROES

When we were still studying at the Gerrit Rietveld Academy, Carolien Scholtes and I, we had two heroes:
Cy Twombly and Per Kirkeby. Matisse and Hockney joined me later on. But that triumphant, carefree painting – that’s how it looked at Kirkeby – with those generous gestures that were not empty, that’s the way we wanted it. Just as many colors of green as there are in Ireland, and the deepest ochres, dark brown-purple and dirty grays without making it soggy. Today I saw them again, already for the third time.

His canvases of three by seven meters are just hanging in the gallery here with rooms as big as in museums. Not a few, but a dozen or so. Works from 1999 to the last one from 2012. And then there are the bronze torsos, the sculptures from 1983 (when we were captivated by him). As silent witnesses, as dark monks they stand there, and look (as it really does) at the enormous canvases, or rather you look with them, in their presence, at the paintings. We saw these images for the first time in our third academic year, in the Van Abbe museum in Eindhoven. All tough and real and age-old. Kirkeby studied geology before he became an artist, and you understand that when you look at his work. He says not to be interested in abstraction, he looks at his garden and paints and I believe that. It is not for nothing that he owns a large collection of letters from Matisse, and from Samuel Beckett. He is also a fan of the landscapes of Kurt Schwitters (who once again inspired Carolien Scholtes in her current work).

http://www.carolienscholtes.nl
http://www.alminerech.com

 

 

 

Repair

Réfléchir_la_Mémoire_3_web

 

Kader Attia maakte een film over fantoompijn, de pijn die beleefd wordt bij afwezigheid, bij een amputatie. Verstilde opnamen zijn het van mannen en vrouwen die met behulp van een spiegel heel even de schijn ervaren het ontbrekende ledemaat terug te hebben. Deze film is niet in Parijs te zien, die was in het SMAK in Gent, waar hij een tentoonstelling samenstelde met gerepareerde stoffen uit Afrika. Het is een leidend gegeven bij hem, het  begrip ‘repair’ als een constante drijfveer in de menselijke natuur. Elk systeem van leven kent een oneindig proces van herstel, maar zo verschillend in westerse en niet-westerse landen.

Op de Documenta van 2012 zagen Hans Terhorst en ik een installatie van de mij toen onbekende Frans/Algerijnse kunstenaar Kader Attia. Een omvangrijk kabinet van gruwelijke  foto’s en beelden van gewonden uit de Eerste Wereldoorlog (ja, weer die oorlog) over de plastische chirurgie die op de zwaar verminkte soldaten toegepast werd. En door Senegalese beeldhouwers uit hout gehakte koppen, op basis van die foto’s.

Kader Attia made a film about phantom pain, the pain experienced in absence, amputation. Silent shots are the men and women who with the help of a mirror feel the slightest impression of having the missing limb back. This film can not be seen in Paris, which was in the SMAK in Ghent, where he compiled an exhibition with repaired fabrics from Africa. It is a guiding factor with him, the concept of ‘repair’ as a constant motive in human nature. Every system of life has an infinite process of recovery, but so different in Western and non-Western countries.

At the Documenta of 2012 Hans Terhorst and I saw an installation by the then unknown French / Algerian artist Kader Attia. An extensive cabinet of gruesome photographs and images of wounded people from the First World War (yes, again that war) about the plastic surgery that was applied to the heavily mutilated soldiers. And by Senegalese sculptors carved from wood, based on those photos.

Het begon niet goed; ook in Palais de Tokyo heerst het virus van toevallige samenstellingen met ogenschijnlijk diepgravende, maar nietszeggende begeleidende teksten, allemaal gebaseerd op politieke en sociale kwesties. Soms blijft het -ondanks goede bedoelingen- vooral een verzameling materiaal, waar je geheel onaangedaan, geërgerd langsloopt:

 

 

soms is er bijna géén materiaal gebruikt in uitgekiende, pretentieuze groepen beelden, die samen het verhaal moeten vertellen, maar zo pover dat ik er op geen enkele manier wat aan beleven kan:

 

It did not start well; in Palais de Tokyo, too, the virus of accidental compositions with seemingly in-depth, but meaningless accompanying texts dominates and all based on political and social issues. Sometimes it remains – despite good intentions – no more than a collection of material, where you go by completely unaffected, annoyed. Sometimes there is almost no material used in sophisticated, pretentious groups of images, which together have to tell the story, but so meager that it leaves me cold.

 

Net op het moment dat ik dacht; ik ga gewoon weer naar het Louvre (call me old fashioned)  stuitte ik op de tentoonstelling die Kader Attia met Jean-Jacques Lebel daar maakte. Opnieuw een groep verschillende installaties die naar elkaar verwijzen, elkaar versterken; One and Other. Ik ben een paar uur gebleven.
Een van de ruimtes is gevuld met stalen stellingkasten vol boeken, tijdschriften en kranten die duidelijk maken dat het zaaien van angst van alle tijden is, waarin media een belangrijke rol hebben. ‘De ander’ als wilde, als satan of terrorist; The culture of fear (Michael Moore). Deze installatie was indertijd ook in Kassel te zien.

 

Just at the moment I thought; I just go back to the Louvre (call me old fashioned), I came across the exhibition that Kader Attia made with Jean-Jacques Lebel. Again a group of different installations that refer to each other, reinforce each other; One and Other. I stayed for a few hours!
One of the rooms is filled with steel shelves full of books, magazines and newspapers that make clear that the sowing of fear is of all times, in which media have an important role. ‘The other’ as savage, as satan or terrorist; The culture of fear (Michael Moore). This installation was also seen at the Documenta in Kassel at the time.

 

IMG_9146

Of je nu naar Turkije ging
IMG_9153
of naar Marokko,

IMG_9160.jpg

naar Egypte

IMG_9154

of Perzië; er wachtte je overal eenzelfde lot op barbaarse wijze vermoord te worden.

 

Precies naast deze ruimte was een gekmakend doolhof gebouwd, waar de triomfantelijke snapshots van martelingen door juist de wésterse, Amerikaanse bewakers van de Abu Ghraib gevangenis wandvullend getoond werden.

En dan was er tegenwicht in de vorm van een eenvoudige, rustige route langs kijkkasten met objecten die Attia en Lebel in de loop der jaren verzameld hebben. Stuk voor stuk  betekenisvolle, bezielde voorwerpen waar hoop en genegenheid uit sprak.

Right next to this space was a maddening maze built, where the triumphant snapshots of torture by the American guards of the Abu Ghraib prison were shown; wall filling.

And then there was a counterbalance in the form of a simple, quiet route past viewing boxes with objects that Attia and Lebel have collected over the years. Each and every one of them was meaningful, inspired objects expressing hope and affection.

 

spahi talisman

Dit amulet is in de eerste wereldoorlog gemaakt door een spahi. Ik kende het woord niet, maar het is de verzamelnaam voor de soldaten uit de Franse en Italiaanse koloniale legereenheden (de Senegalezen, de Algerijnen), de mannen die ik op de grote groepsfoto zag in Hôtel des Invalides. Hij hing het om zijn nek, een animistische bescherming tegen de kogels, om de constant aanwezige doodsangst te bezweren. Hij maakte het amulet van bijeengesprokkelde materialen; met een gevonden steentje, een waterkruikje, kogels, een dopje als mini-helm en een gevonden (Duitse) munt.

This amulet was made in the first world war by a spahi. I did not know the word, but it is the collective name for the soldiers from the French and Italian colonial army units (the Senegalese, the Algerians etc.), the men I saw on the large group photo at Hôtel des Invalides. He hung it around his neck, an animistic protection against the bullets, to ward off the constant fear of death. He made the amulet of gathered materials; with a found stone, a pitcher, bullets, a cap as a mini-helmet and a found (German) coin.

 

bajonet

Een bajonet van Oostenrijkse makelij werd door een dorpssmid gevonden en omgebouwd tot een sikkel. Het symbool van vernietiging werd een vreedzaam object om de aarde mee te bewerken.

An Austrian bayonet was found by a village smith and turned into a sickle. The symbol of destruction became a peaceful object to work the soil with.

 

souvenir de tadla

En deze gevonden koperen kogelhuls werd tijdens verlof in de eerste wereldoorlog door een soldaat omgevormd tot een souvenir. Souvenir de Tadla, een regio in Marokko, met een maraboet ( de tombe van een moslim heilige), de woestijn, de zee en een palmboom. Mijlen verwijderd van zijn veilige huis.

And this found copper bullet was turned into a souvenir by a soldier during leave in the First World War. Souvenir de Tadla, a region in Morocco, with a marabut (the tomb of a Muslim saint), the desert, the sea and a palm tree. Miles away from his safe house.

Insolite

galerie continnua

Galleria Continua / Le Moulin – Sislej Xhafa

 

Nu volgt een reclame.

Ik wil namelijk reclame maken voor de Parijs-weekenden die georganiseerd worden door Nanda Janssen, kunsthistoricus, journalist en curator. Zij specialiseert zich al zo’n tien jaar in hedendaagse ontwikkelingen in de kunst in Parijs.
Onder de naam Paris Insolite leidt zij een kleine groep op enthousiaste wijze kris kras door de grote stad, langs kunstenaars en de onbekendere tentoonstellingsplekken.
Twee compacte, interessante dagen waarin alles voor je geregeld is, behalve het hotel en maaltijden.

Er staan er twee op stapel; begin mei en begin juli

Voor wie benieuwd is:

http://www.nandajanssen.nl/reizen.php

 

L’ École des Beaux Arts

 

De academie

IMG_8833

Een kopie van de slapende faun recht tegenover de deur van het kantoor van directeur
Jean Marc Bustamante.

 

LÉcole nationale supérieure des beaux-arts de Paris zoals de kunstacademie voluit heet, is opgericht in 1817. Tweehonderd jaar geschiedenis, in de voetsporen van oud studenten als Monet, Ingres, Bonnard, Braque en Paco Rabanne (!) is flink wat gewicht op de schouders van wie er studeert. Hoewel de opzet in de afgelopen twee eeuwen nauwelijks is veranderd, is er de laatste jaren wat beweging gekomen in het massieve bolwerk. Het is niet alleen een academie, het fungeert ook als museum, met een –op het Louvre na- grootste collectie tekeningen en gravures. Op de brochures en de site staat nu een verkorte versie van de lange naam: ‘Beaux Arts de Paris’. Hoewel de voertaal frans is, worden er meer studenten uit andere landen toegelaten en wordt er actiever gezocht naar contact met academies in de wereld. Er zijn veertig verschillende studio’s gekoppeld aan een professor, die er -als het goed is- twee dagen per week is. Er is een bachelor van drie en een master van twee jaar. In elke studio werken zo’n twintig studenten, van het eerste tot en met het vijfde jaar, allemaal samen in dezelfde (krappe) ruimte.

 

L’École national supérieure des beaux-arts de Paris as the art academy is called, was founded in 1817. Two hundred years of history, in the footsteps of former students like Monet, Ingres, Bonnard, Braque and Paco Rabanne (!) is quite a bit of weight on the shoulders of who is studying. Although the design has hardly changed in the past two centuries, there has been some movement  in recent years. It is not only an academy, it also functions as a museum, with a largest collection of drawings and engravings next to the Louvre. On the brochures and the site there is now a shortened version of the long name: ‘Beaux Arts de Paris’. Although the language of instruction is French, more students from other countries are admitted and more active contact with academies in the world is sought. There are forty different studios linked to a professor, who – if it is good – is there two days a week. There is a bachelor’s degree of three and a master’s degree of two years. In every studio work about twenty students, from the first to the fifth year, all together in the same (tight) space.

 

 

IMG_8844

 

Er melden zich jaarlijks 3000 kandidaten, waarvan er zo’n 120 worden aangenomen (verdeeld over de bachelors en de masters). Het onderwijsprogramma loopt van 1 oktober tot half april, want de hele maand mei staat in het teken van de toelatingen.

Ik werd rondgeleid door Gwendoline Allain, die sinds twee jaar de post ‘Relations Internationales’ bekleedt. Een erg leuke vrouw die openhartig vertelde over de mooie en zware kanten van zo’n prestigieus instituut. Ze luisterde en schreef gretig bij wat ik vertelde over het aanname-beleid van de Rietveld, over de korte contracten (zij werken nog met aanstellingen voor het leven), over de opzet van het basisjaar, de vorm van de examens en over onze verschuiving in populatie. Wat een interessant verschil maakt, is dat hier in Parijs de studenten in het eerste jaar nogal aan hun lot worden overgelaten, terwijl er veel meer aandacht en tijd in de hogere jaars zit. Het gedegen opdrachten-programma zoals wij dat in het basisjaar ontwikkeld hebben klonk haar als muziek in de oren. Ik ga er nog een keer over vertellen aan de (nieuwe) onderwijsdirecteur.

Every year 3000 candidates apply, of whom about 120 are accepted (divided between the bachelors and the masters). The curriculum runs from 1 October to mid-April, because the whole month of May is reserved for the admissions.

I was shown around by Gwendoline Allain, who has held the post ‘Relations Internationales’ for two years. A very nice woman who frankly told about the beautiful and tough sides of such a prestigious institute. She listened and wrote eagerly to what I told about the Rietveld’s application policy, about the short contracts (they still work with appointments for life), about the design of the basicyear, the form of the exams and about our shift in population. What makes an interesting difference is that here in Paris the students are left to their fate in the first year, while there is much more attention and time in the higher years. The solid assignment program as we developed it in the basic year sounded like music to her ears. I will once again talk about this to the (new) director of education.

 

IMG_8838

 

Het is het onderwijssysteem zoals Duitsland en Amerika dat ook kennen; studenten hebben vooral te maken met één (beroemde) kunstenaar. Natuurlijk zijn er wat gasten en is er een zij-aanbod van (theorie- en teken)lessen en technieken, maar je verhoudt je vijf jaar lang tot éen opvatting, één optiek. Ik vind dat als onderwijsvorm griezelig. Zoeken in het ingewikkelde aanbod van tegenstrijdige meningen, is volgens mij de voorwaarde je eigen weg te vinden.

It is the educational system such as Germany and America know; students are mainly dealing with one (famous) artist. Of course there are some guests and there is a side offer of (theory and drawing) lessons and techniques, but you relate for five years to one view, one optic. I find that creepy as an educational form. Searching in the complicated range of contradictory opinions is, in my opinion, the crucial condition to find your own way.

 

 

IMG_8839

 

Toch, het had ook iets aantrekkelijks, iets romantisch, dat geploeter in de mooie, hoge ruimtes, geur van olieverf, een tekeningencollectie waar je de originele Ingres en Michelangelo in je handen kunt nemen. En dan je werk bespreken met Tadashi Kawamata, Michel Francois of Ann Veronica Janssens, tja.

Tot vorig jaar werd in de eindexamenexpositie alleen het beste werk van een door externe adviseurs geselecteerde groep studenten opgenomen, maar nu Bustamante directeur is, mogen álle examenkandidaten laten zien wat ze gemaakt hebben. En daarvoor gaan ze voor het eerst het hele gebouw ontruimen, hé!

En daar ga ik in juni kijken.

Still, it also had something attractive, something romantic, the beautiful, high spaces, smell of oil paint, a drawing collection where you can take the original Ingres and Michelangelo in your hands. And then discuss your work with Tadashi Kawamata, Michel Francois or Ann Veronica Janssens, yes.

Until last year, only the best work of a group of students selected by external advisers was included in the final exam, but now Bustamante is the director, all exam candidates can show what they have made. And for that they are going to clear the entire building for the first time, huh!

And that’s what I’m going to look at in June.

IMG_8830

IMG_8859

de tekeningencollectie

 

IMG_8861

de tentoonstellingsruimte

Aperitif

koffie

 

Aperitief

Het is jaren geleden dat Bas (Oudt) me een afbeelding van deze poster liet zien. Hij had hem meegenomen naar de les op de (Gerrit Rietveld) academie als voorbeeld van een geslaagde reclame. Perfecte typografie, eenvoudig en glashelder beeld, prachtig gelithografeerd. Gemaakt in 1929; zo maakten ze ze niet meer.

Het middeleeuws kasteeltje waar ik vanuit mijn atelier op kijk, blijkt een stadsbibliotheek te zijn (Bibliothèque Fornay) met als specialisatie Kunst en Vormgeving. En in hun tentoonstellingsruimte is nu een expositie te zien van Charles Loupot (1982-1962), de maker van dat mooie affiche!
Je ziet hem zich ontwikkelen van ontwerper van reclames voor chocolade en parfum in de vroege jaren ’20 met veel wufte dames en schilderachtige automerk affiches, tot steeds stoerdere, grappige en inventieve beeldmerken en campagnes voor meubelzaken, scheermesjes, verffabrikanten en zonnebrandmiddelen.

It is years ago that graphic designer Bas Oudt showed me an image of this poster. He had taken it to class at the Gerrit Rietveld academy as an example of successful advertising. Perfect typography, a simple and crystal clear image, beautifully lithographed. Made in 1929; they did not make them that way anymore.

The medieval castle that I look at from my studio turns out to be a city library (Bibliothèque Fornay) with a specialization in Art and Design. And in their exhibition space there is now an exhibition of Charles Loupot (1982-1962), the creator of that beautiful poster!
You see him develop from designer of commercials for chocolate and perfume in the early 20s with lots of fuzzy ladies and quirky car brand posters, to increasingly tough, funny and inventive logos and campaigns for furniture stores, razor blades, paint manufacturers and sunscreens.

 

IMG_8788

 

oude raphel

 

Het aperitief  St Raphaël, dat zich staande moest zien te houden in een competitieve markt, nodigt Loupot in 1937 uit het merk visueel te vernieuwen. Hij komt met de twee obers, een rode en een witte, (er is een rode en een witte variant van het aperitief) die hij in steeds gestileerder vorm het beeld laat bepalen. Hij moet het eerst nog doen met de oude letters en zet de franse driekleur in (!) maar ontwerpt dan een nieuw font dat gaandeweg vrijer en abstracter ingezet en toegepast wordt in een vroege vorm van ‘branding’, op asbakken, werkkleding, aanstekers, bushokjes en bedrijfsauto’s.

 

The aperitif St Raphaël, which had to stand up in a competitive market, invited Loupot in 1937 to visually renew the brand. He came with the two waiters, a red and a white, (there is a red and a white variant of the aperitif) which he lets the image determine in an increasingly stylized form. He had to deal first with the old letters and put the French tricolor in (!) But then he designs a new font that gradually becomes more freely and abstractly used and applied in an early form of ‘branding’, on ashtrays, work clothes, lighters, bus shelters and company cars.

 

IMG_8778

studio-loupot-saint-raphael-identite

d2a48cd4cac4f462964bc096182f93ea
straat

IMG_8462

 

IMG_8776

 

download

 

atelier-loupot-mur-saint-raphael

 

 

thierry devynck

 

En nu dan, hoe is het met St Raphaël gesteld? Thierry Devynck, conservator van de tentoonstelling die ons rondleidt, ontsteekt in woede. Begin jaren ’70 is het helemaal misgegaan met het ontwerp en het is alleen maar erger geworden toen in 2009 Bacardi het merk kocht en het de cocktail-markt veroveren moest. Vervelend metallic, lelijke letters en de twee cartooneske obers zijn vervangen door een nagetekende foto van een jongen die voor ober speelt. Alle spanning is er uit, alle lol er af.
Ik weet zeker dat Bas het met hem eens zou zijn geweest.

And now, how is St Raphael? Thierry Devynck, curator of the exhibition that shows us around, kindles in anger. In the early 70s it went wrong with the design and it only got worse when in 2009 Bacardi bought the brand and it had to conquer the cocktail market. Annoying metallic, ugly characters and the two cartoonish waiters have been replaced by a copied picture of a boy playing for waiter. All friction is gone, all fun off.
I’m sure Bas would have agreed with him.

 

StRaphLogo475x256

 

 

 

War

 

 

Opgepoetst wapentuig van zwaarden en maliënkolders en Dikke Bertha tot tanks uit de tweede wereldoorlog, strategieën, kaarten, honderden soldatenkostuums uit alle werelddelen, veel ere-metaal, en de dood in duizelig- en misselijkmakende getallen. Alleen al in Frankrijk vallen in de eerste wereldoorlog anderhalf miljoen doden en zijn er bijna vijf miljoen gewonden. In heel Europa komen in die vier jaar 9,5 miljoen overwegend jonge mannen om. Behalve groot persoonlijk leed heeft dit ook enorme demografische consequenties.
Vernuft, volharding en veerkracht; de onbegrijpelijke veerkracht van mensen. Na alle gruwelijkheden van de eerste wereld oorlog dansen ze de charleston en kunnen zich niet voorstellen dat het ooit weer zover zal komen en dan kondigen zich al snel de tekenen aan van de naderende tweede wereldoorlog. Wraak.
Natuurlijk toont Frankrijk haar oorlogsverleden met grandeur in Hôtel des Invalides.  Heroïek voert de boventoon in het gebouw met afmetingen van het Vaticaan, dat Lodewijk XIV in 1670 liet bouwen voor de gewonde soldaten en als tehuis voor veteranen, dat nu dienst doet als Militair Museum.
Er is een in tweeën gesplitste kathedraal, met een zijde voor de soldaten en een voor de koning, waarboven een koepel is gebouwd met precies dezelfde hoogte als die van de Sint Pieter in Rome. Onder die koepel het massieve, monumentale praalgraf van Napoleon Bonaparte.

 

Polished weaponry of swords and chainmailers and ‘Fat Bertha’ to tanks from the Second World War, strategies, maps, hundreds of soldiers suits from all over the world, a lot of honorary metal, and death in dizzy and nauseating numbers. In France alone, there are one and a half million deaths in the First World War and nearly five million are wounded. In all of Europe 9.5 million predominantly young men lost their lives in those four years. Apart from personal suffering, this also had enormous demographic consequences.
Vernuft, perseverance and resilience; the incomprehensible resilience of people. After all the horror of the First World War, they dance the charleston and can not imagine that it will ever come that far again as soon announce the signs of the approaching Second World War. Revenge.
Of course, France shows her war history with grandeur at Hôtel des Invalides. Heroics predominates in the building with dimensions of the Vatican, which Louis XIV had built in 1670 for the wounded soldiers and as a home for veterans, which now serves as a Military Museum.
There is a cathedral split in two, with one side for the soldiers and one for the king, above which a dome has been built with exactly the same height as that of Saint Peter in Rome. Underneath that dome is the massive, monumental tomb of Napoleon Bonaparte.

Temidden van alle parafernalia deze opmerkelijke foto:

 

IMG_8588

 

Tussen de gebouwen van de wereldtentoonstelling van 1900 representeren soldaten, onderofficieren en officieren alle uithoeken van het rijk, dat samen het Franse leger en de marine vormt. Na in de 18e-eeuw veel koloniën kwijt te zijn geraakt aan andere landen, (alleen nog wat handelsposten in India en Senegal), slaat in de 19e eeuw de expansiedrift weer toe. Grote delen van West Afrika, Algerije, Madagascar, Indochina, Tunesië en Marokko worden veroverd. En al die landen moeten hun mannen sturen om het Franse leger te dienen, allemaal in hun eigen kostuum en met hoofddeksel. En heel veel knopen.

Between the buildings of the world exhibition of 1900, soldiers, non-commissioned officers and officers represent all corners of the empire, which together form the French army and the navy. After many colonies were lost to other countries in the 18th century (only some trading posts in India and Senegal left), the desire for expansion again began in the 19th century. Large parts of West Africa, Algeria, Madagascar, Indochina, Tunisia and Morocco are conquered. And all those countries had to send their men to serve the French army, all in their own costume and headgear, with a lot of buttons.

 

 

le_vizir_cheval_de_napoleon_c_paris_musee_de_larmee_dist_rmn-grand_palais_pascal_segrette

 

Het laatste paard van Napoleon Bonaparte heette Le Vizir en heeft hem twaalf jaar vergezeld. De Arabische hengst ging mee naar Elba in 1814 en overleefde zijn baas. Na zijn dood in 1826 werd le Vizir naar Engeland verscheept om te ontkomen aan de furie van de Bourbon-dynastie. Door taxidermisten in Manchester opgeknapt keerde hij in 1900 uiteindelijk terug naar Frankrijk, waar le Vizir in de kelders van het Louvre belandde. Nu trof ik hem in een vitrine in een gang van het museum die naar de toiletten leidt.

The last horse of Napoleon Bonaparte was called Le Vizir and has accompanied him for twelve years. The Arab stallion went to Elba in 1814 and survived his boss. After his death in 1826, Le Vizir was shipped to England to escape the fury of the Bourbon dynasty. Rehabilitated by taxidermists in Manchester, he eventually returned to France in 1900, where Le Vizir ended up in the Louvre’s cellars. Now I met him in a display case in a corridor of the museum leading to the toilets.

IMG_8662

IMG_8657

IMG_8655

 

 

 

 

Napoleon op zijn keizerlijke troon, geschilderd door Ingres  in 1806, op het toppunt van zijn macht, als hij zichzelf in aanwezigheid van de paus in de Notre-Dame tot keizer der Fransen heeft gekroond.
En daarnaast, op 31 maart 1814 in Fontainebleau, waar hij troonsafstand wilde doen ten gunste van zijn drie-jarige zoon, geschilderd door Paul Delaroche.
Vier dagen later werd hij verbannen naar Elba.
De schilderijen hangen in twee zalen, precies met de ruggen tegen elkaar.

 

Napoleon on his imperial throne, painted by Ingres in 1806, at the height of his power, when he had crowned himself emperor of the French in the presence of the pope in Notre-Dame.
And besides, on March 31, 1814 in Fontainebleau, where he wanted to abdicate in favor of his three-year-old son, painted by Paul Delaroche.
Four days later he was exiled to Elba.
The paintings hang in two rooms, with their backs against each other.

 

 

IMG_8669

 

 

IMG_8678

 

 

 

Neighbours

andrea

 

In het atelier onder mij verblijven Stefan Hösl en Andrea Mihaljevic uit Freiburg en dat zijn fijne buren. Zij kijken weer heel anders naar de stad, ze zien overal ruimte of mogelijkheden tot ruimte. Ik zoek echt houvast in spullen, de dingen die de ruimte vullen, merk ik. Andrea had een bord op de grond laten vallen en plaatste het toen zo op de vloer dat het veel groter werd. Het doet me steeds denken aan de tekeningen uit ‘Le Petit Prince’, iets met de wereldbol.

http://hoesl-mihaljevic.tumblr.com

Stripes

IMG_7927

 

Strepen

Ik lees heel langzaam in de uitstekende biografie van Matisse, geschreven door Hilary Spurling, een boek dat ik lang geleden van Jacobien de Rooij kreeg. Het nieuwe lezen! Met mijn iPad ernaast zoek ik alles op wat er in het boek voorkomt en vragen oproept. Woorden en namen die ik niet ken, schilderijen waar ik geen beeld bij heb, plaatsen op de kaart, straatnamen, huizen – heel precies te zien op google-streetview, hupsakee, ah, schuin boven de ijssalon; dáár woonde Matisse aan de Quay St. Michel! Of ik fiets even naar Pompidou, loop naar de vijfde etage en neem de tijd voor het schilderij dat net beschreven is.

matisse_1914jpg

Wat ik eigenlijk niet wist is dat Matisse in Frankrijk lange tijd verguisd werd. Behalve aan bevriende collega’s, duurde het tot in de jaren ’20 dat een Franse verzamelaar werk van hem kocht. De Russische textielhandelaar en mecenas Shchukin was tot de jaren ‘20 zijn vrijwel enige fan die hem specifieke opdrachten gaf om de zalen in zijn stadspaleis in Moskou mee te decoreren.

 

I read very slowly in the excellent biography of Matisse, written by Hilary Spurling, a book I received a long time ago from Jacobien de Rooij. The new reading! With my iPad next to it, I look up everything that appears in the book and raises questions. Words and names I do not know, paintings that I do not have a picture of, places on the map, street names, houses – to be seen exactly on google streetview, ah, diagonally above the ice cream parlor; that is where Matisse lived at the Quay St. Michel! Or I cycle to Pompidou, walk to the fifth floor and take the time for the painting that has just been described.

What I did not know is that Matisse was maligned in France for a long time. Except for friendly colleagues, it took until the 1920s that a French collector bought work from him. The Russian textile merchant and patron Shchukin was until the twenties his almost only fan who gave him specific assignments to decorate the halls in his city palace in Moscow.

 

shchukin

 

Zijn tentoongestelde werken in Parijs leidden telkens tot zeer kritische en ronduit vijandige recensies in kranten en tijdschriften. Zodanig dat men –als men hem bezocht- rekende op een ontmoeting met een wilde, onaangepaste kunstenaar en verbaasd was de gastvrije, bescheiden, aardige man te treffen die hij geweest moet zijn.

De Eerste Wereldoorlog: 1914. In deze jaren, de jaren van de grote onrust in Europa, schildert hij zijn meest grensverleggende, kaalgeschraapte, compromisloze doeken. Matisse zoals we hem vooral kennen van het licht, de kleur, het mediterrane en het zorgeloze is van veel later.

Henri Matisse zit in Parijs waar men aanvankelijk zonder vrees wacht op wat komen gaat. Maar dan komen er steeds meer alarmerende berichten over oprukkende Duitse troepen, tienduizenden Franse soldaten die in allerijl verplaatst worden, overvolle treinen en een haastig vertrek van de buitenlanders. Hij wordt afgekeurd en voelt zich schuldig en bezwaard niet actief deel te kunnen nemen. Het huis van Matisse en zijn gezin in Issy, ten zuiden van Parijs, wordt geconfisceerd. Ze betrekken met z’n vijven zijn kleine atelier in de binnenstad. De kunsthandel komt stil te liggen, de Amerikaanse verzamelaars vertrekken zo snel ze kunnen en veel van zijn vrienden zijn opgeroepen. Het enige werk dat Matisse in die maanden schildert is een raam met luiken, dat geen uitzicht toont dan op een diep zwart, into the black future zoals Aragon het dan omschrijft. French window at Collioure. Het zou pas na zijn dood, in 1966 voor het eerst tentoongesteld worden, en –geoefend als de kijker inmiddels geworden was- dan geen ophef meer veroorzaken.

His exhibited works in Paris always led to very critical and downright hostile reviews in newspapers and magazines. Such that when one visited him – one counted on a meeting with a wild, unadapted artist and was surprised to meet the hospitable, modest, nice man he must have been.

The First World War: 1914. In these years, the years of great unrest in Europe, he paints his most ground-breaking, bald-scraped, uncompromising canvases. Matisse as we mainly know him from the light, the color, the Mediterranean and the carefree, is much later.

Henri Matisse is in Paris where people are initially waiting for what is to come without fear. But then there are more and more alarming reports about advancing German troops, tens of thousands of French soldiers who are being displaced in haste, crowded trains and a hasty departure from the foreigners. He is rejected and feels guilty and burdened not to be able to actively participate. The house of Matisse and his family in Issy, south of Paris, is confiscated. The family moves into his small studio in the city center. The art trade comes to a halt, the American collectors leave as quickly as they can and many of his friends have been called for service. The only work that Matisse paints in those months is a window with shutters that shows no view but a deep black, ‘into the black future’ as Aragon describes it. French window at Collioure. It would only be displayed for the first time after his death, in 1966, and – experienced as the viewer had meanwhile become – no longer caused a stir.

 

Schermafbeelding 2018-03-12 om 00.11.23

(zie hoe armoedig en verschillend de plaatjes van internet zijn en niet in de nabijheid van het echte werk komen, sommige afbeeldingen zijn zelfs gespiegeld)

 

De stad raakt afgesloten, goederen worden schaars, de dagelijkse berichten over de vele tienduizenden doden stemmen hem somber en wanhopig; vrienden keren niet meer terug. De slag bij de Marne, waar honderdduizenden Fransen de dood vinden. Lange tijd is de viool voor Matisse de enige uitlaatklep, maar dan vraagt hij zijn dochter Marguerite te poseren. Zij draagt een gestreept jasje en een klein leren hoedje. ‘This picture wants to take me somewhere else; do you feel up to it?’ vraagt hij haar. Het wordt een van de meest radicale portretten van Matisse en het hangt hier, in Centre Pompidou.

The city is shut off, goods are becoming scarce, the daily reports about the tens of thousands of deaths make him gloomy and desperate; friends do not return. The battle of the Marne, where hundreds of thousands of French people are killed. For a long time the violin for Matisse is the only outlet, but then he asks his daughter Marguerite to pose. She wears a striped jacket and a small leather hat. ‘This picture wants to take me somewhere else; Do you feel up to it?’ he asks her. It becomes one of the most radical portraits of Matisse and it hangs here, in the Centre Pompidou.

 

 

IMG_8379

matisseTête blanche et rose (november 1914).

 

IMG_8380

 

 

buren

Daniel Buren, Les Portes (Camino a las puertas), 1985

Op het tekstbordje naast het schilderij wordt ook een werk van Daniel Buren vermeld. Dat de kunstenaar van de strepen van dit werk zou houden kon ik me wel voorstellen, maar nergens zag ik een werk dat van hem kon zijn. Tot ik beter keek: Buren heeft een streepdoek áchter het schilderij verstopt, als een beschermende tussenlaag die er nog nét langs kraagt. Gemaakt in 1976, het jaar waarin het doek van Matisse verworven werd. Een bescheidener hommage kan haast niet.

 

On the text label next to the painting, a work by Daniel Buren is also mentioned. I could imagine that the artist would like the stripes of this work, but nowhere did I see a work that could be his. Until I looked better: Buren has hidden a striped textile against the painting, as a protective layer that still sticks along. Made in 1976, the year in which the canvas of Matisse was acquired. A more modest homage is hardly possible.

 

 

IMG_8383

 

* Ik lees ergens dat de strepen van Daniel Buren in het trappenhuis van het Stedelijk, gebaseerd zijn op de kleurverhouding van  ‘De parkiet en de zeemeermin’ van Matisse, en ook in 1976 voor de eerste keer aangebracht.

* I read somewhere that the stripes of Daniel Buren in the stairwell of the Stedelijk, based on the color ratio of ‘The parakeet and the mermaid’ of Matisse, and also applied in 1976 for the first time.

 

tumblr_ogwfmhK9k61udwda8o2_1280.jpg