Oursler

 

 

IMG_7254

 

Vidéo et Après

In Centre Pompidou was een lezing van de Amerikaanse video-pionier Tony Oursler.
Gewoon in een zaaltje achter een tafel met z’n laptop en een beetje rommelig samengesteld overzicht van zijn eerste super 8 academie-filmpje in een geknutseld decor, tot zijn laatste projecten in het Moma in New York en in Peking! Elke zin werd in het frans vertaald, dus duurde de avond dubbel-lang.
Wat helemaal niet erg was; hij heeft zulk goed werk gemaakt.
Hij brak begin jaren ’90 door met de projectie van sprekende gezichten op neutrale stoffen poppen, die ons meteen intrigeerden en dat nog doen. Hij is inmiddels een groot verzamelaar van spiritistische memorabilia, populair in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw. Zijn grootvader was een illusionist die samenwerkte met Houdini. Occultisme, hypnose, astrologie, het bovennatuurlijke; hij heeft er duizenden documenten van verzameld en tentoongesteld. Men meende bewijs van bovenaardse verschijnselen te zien in de fotografie, die helaas niet meer dan trucs en toevallige mislukkingen waren, ontstaan in de donkere kamer. Ik snapte nu heel goed waar zijn werk vandaan komt. Tot slot vroeg hij de geluidstechnicus het volume flink op te voeren en keken we naar deze film die hij met David Bowie maakte.

 

 

In the Centre Pompidou was a lecture by the American video pioneer Tony Oursler.
Just in a room with a laptop and a somewhat messy compilation of his first super 8 academy film in a piecemeal setting, until his last projects at the Moma in New York and in Beijing! Each sentence was translated into French, so the evening lasted double-long.
Which was not bad at all; he has done such good work.
He broke through with the projection of speaking faces on neutral fabric dolls in the early 90’s, which intrigued us right away and still do that. He is now a great collector of spiritual memorabilia, popular in the 1920s and 30s of the last century. His grandfather was an illusionist who worked with Houdini. Occultism, hypnosis, astrology, the supernatural; he has collected and exhibited thousands of documents. They thought that supernatural phenomena could be seen in photography, which, unfortunately, were nothing more than tricks and accidental failures, originated in the dark room. I now understood very well where his work comes from. Finally, he asked the sound technician to boost the volume and we watched this movie he made with David Bowie.

 

IMG_7257

Vuillard

 

bonnard en vuillard op het comomeer

Bonnard en Vuillard op het Comomeer

maandag 19 februari

 

Van welke schilders houd je het meest is natuurlijk een stomme vraag. Het is een bont gezelschap, waartussen door de jaren heen een paar constanten zitten. Vallotton, Vuillard en Hodler staan ergens bovenaan het lijstje. Voor Hodler moet je naar Zürich en Basel, voor Vallotton en Vuillard naar elk groot museum in de wereld, maar in Musée d’Orsay kom je al flink aan je trekken. Félix Vallotton (1865-1925), ook Zwitser, heeft er een voorbeeldig eigen zaaltje. De werken van Édouard Vuillard (1868-1940)hangen wat meer verspreid.
Ze waren begin 20 toen zij door een vriend, Maurice Denis, overgehaald werden zich aan te sluiten bij een groepje dissidente schilders; Les Nabis, waar ook Paul Gauguin en Paul Serusier al deel van uitmaakten. Er leek in die dagen een fikse ideeënstrijd gaande. De impressionisten schilderden voor hen te vormloos, en ook het dwingende karakter van de pointillisten beviel niet. Het ging hen om vereenvoudiging van het beeld, om kleur als vlak. Niet om de nabootsing van de natuur, maar om het uitdrukken van gevoelens. Het uitgangspunt was heel modern: het schilderij is niet meer dan een plat vlak waarop met verf kleuren geordend zijn. De vormtaal van de Nabis was decoratief; een (ook voor mij) beladen begrip dat toen juist gekoppeld werd aan het afbeelden van een hogere werkelijkheid. Zo is de natuur bij de Nabis niet de werkelijke natuur, maar een decor waar het leven even stil lijkt te staan. De stevige, heldere kleuren zijn afgebakend en bieden zicht op iets eeuwigs. Natuurlijk werden ook zij weer ingehaald en als hopeloos ouderwets gezien. De vrienden Bonnard en Vuillard –die een atelier deelden- leken vooral aangetrokken tot het milieu van de symbolisten (mystiek en spiritualiteit waren in de mode) , maar waren minder streng in de leer. Zij schilderden liever het intieme, dagelijks leven zoals zich dat afspeelde rond de grote tafel waaraan gewerkt, gelezen en gegeten werd. Vuillard woonde bij zijn moeder en zuster tot zij overleed in 1928. Het zijn z’n beste jaren; het latere (vaak in opdracht gemaakte) werk is een stuk conventioneler en saaier.

Er hangen in het musée d’Orsay ineens twee aanwinsten van Vuillard.

Eén fantastisch schilderij dat ik alleen uit de boeken kende; een fris, helder, uitgesproken zelfportret dat alle uitgangspunten van de Nabis nog in zich verenigt en een scene rond de tafel zoals alleen hij die schilderen kan.

Which painters do you like the most is a silly question. It is a colorful crowd, between which there are a few constants throughout the years. Vallotton, Vuillard and Hodler are at the top of the list. For Hodler you have to go to Zurich and Basel, for Vallotton and Vuillard to every major museum in the world, and of course to Musée d’Orsay. Félix Vallotton (1865-1925), also Swiss, has an exemplary private room. The works of Édouard Vuillard (1868-1940) are more scattered.
They were in their early twenties when they were persuaded by a friend, Maurice Denis, to join a group of dissident painters; Les Nabis, which Paul Gauguin and Paul Serusier were already part of. There seemed to have been a fierce battle of ideas going on in those days. The Impressionists painted for them too formless, and also the compelling character of the pointillists they did not like. They were concerned with simplifying the image. Not about the imitation of nature, but about expressing feelings. The starting point was very modern: the painting is no more than a flat surface on which colors are arranged with paint. The design language of the Nabis was decorative; a (also for me) burdened concept that was then linked to the representation of a higher reality. Thus, nature in the Nabis is not the real nature, but a setting where life seems to stand still for a moment. The firm, bright colors are constructed and offer a view of something eternal. Of course they too were caught up again and seen as hopelessly old-fashioned. The friends Bonnard and Vuillard – who shared a studio – seemed particularly attracted to the environment of the symbolists (mysticism and spirituality were fashionable), but were less strict in the doctrine. They preferred to paint the intimate, everyday life as it happened around the large table around which one worked, read and ate. Vuillard lived with his mother and sister until she died in 1928. They are his best years; the later (often commissioned) work is a lot more conventional and less exciting.

There are suddenly two recent acquisitions of Vuillard to be seen in the Musée d’Orsay.

One fantastic painting that I only knew from the books; a fresh, clear, outspoken self-portrait that unites all the principles of the Nabis and a scene around the table as only he can paint it.

 

 

IMG_7132

Octogonaal zelfportret, 1890

 

vuilllard

Le Déjeuner Hessel, 1899

IMG_6748

 

Le Déjeuner Hessel, (1899) is in 2016 geschonken door mevrouw Lucie Grandjean-Hessel. Misschien was het kleine meisje op de arm van de vrouw rechts, háár moeder wel. Een schilderij dat bij de familie thuis gehangen heeft en nu voor altijd en voor iedereen te bekijken is, weer terug in samenhang met zijn andere werken en die van zijn vrienden. Dat is zo mooi van een museum.

 

Le Déjeuner Hessel, (1899) was donated in 2016 by Mrs. Lucie Grandjean-Hessel. Maybe the little girl on the woman’s arm on the right, was her mother. A painting that hung at home with the family and can now be viewed forever and by all, back again in conjunction with his other works and those of his friends.

That is the big privilege in a museum.

101 portraits

IMG_6995

 

 

Vrijdag 16 februari

 

101 pastelkrijtportretten

 

In 2014 wordt op een zolder in het dorpje Sépey in Zwitserland een dagboek gevonden. Het behoorde toe aan de kunstenaar Eugène Burnand (1850-1921). Deze schilder kreeg in 1917 van de –officieel- neutrale Zwitserse regering, maar in praktijk pro-Duits, de opdracht Duitse krijgsgevangenen in Frankrijk te gaan bezoeken om verslag uit te brengen van de omstandigheden waarin zij verkeerden. Hij gaf –daar aangekomen- zijn opdracht terug wat tot inbeslagname van zijn paspoort leidde. Hij werd ziek, kon geen kant op en besloot de soldaten te gaan portretteren die ondergebracht waren in barakken in de buurt van zijn appartement in Parijs. Later reisde hij naar Montpellier en Marseille, omdat er troepen naar toe werden gezonden om uit te rusten en te herstellen van het oorlogsgeweld. Daar – op een kruk, ‘knie tegen knie’, zoals hij in zijn dagboek schrijft-, tekende hij de meeste portretten. Het project dat hij in Parijs begonnen was, werd al groter.
Zijn sympathie lag bij de Fransen, met alle uit de koloniën afkomstige landgenoten; mannen uit Algerije, Tunesië, Marokko, maar ook uit Pakistan en China, Groot Brittannië en de Verenigde Staten. Uiteindelijk eerde hij in 101 gelijkwaardige portretten alle rangen en standen; van soldaat tot officier, van verpleegster tot marinier. Zwarte soldaten mochten van de Amerikanen geen wapens dragen, witte Franse officieren heersten over de koloniale troepen, maar voor Burnand waren ze allemaal gelijk.

Het museum heeft de tekeningen sinds 1924 in bezit en heeft moeite gedaan zoveel mogelijk namen te achterhalen. Bij deze tentoonstelling in het Musée Légion d’Honneur, zit bij de begeleidende brochure nog steeds de vraag of nazaten die iemand menen te herkennen, zich willen melden.

Ik vond het een aangrijpende tentoonstelling. De suppoost vertelde me dat veel mannen terugkeerden en de dood vonden op het slagveld. Anderen overleefden en bleven met de schilder bevriend, tot zijn dood in 1921.

De koppeling van al die portretten aan de militaire onderscheidingen uit alle landen, die in de vitrines voor de portretten lagen, maakte het extra wrang.
Het deed me denken aan een documentaire die ik ooit zag over het Amerikaans militair hospitaal in Bagdad, waar filmers voor het eerst toegang kregen. Zij waren getuige van een ceremonie waar een van de zwaar gewonde militairen op een rood kussentje een medaille aangereikt kreeg, die hij niet kon oppakken omdat hij zijn armen verloren had.

De gruwelen van oorlog, van alle tijden.

 

101 pastel chalk portraits

In 2014, a diary was found in an attic in the village of Sépey in Switzerland. It belonged to the artist Eugène Burnand (1850-1921). In 1917, this painter received the order from the officially neutral Swiss government -but in practice pro-German-, to visit German prisoners of war in France to report on the circumstances in which they were living. He gave up his assignment, which led to the seizure of his passport. He became ill, could not go any further and decided to portray the soldiers who were housed in barracks near his apartment in Paris. Later he traveled to Montpellier and Marseille, because troops were sent to rest and recover from the violence of war. There – on a stool, ‘knee to knee’, as he writes in his diary, he drew most of the portraits. The project he started in Paris was already getting bigger.
His sympathy was with the French, with all compatriots from the colonies; men from Algeria, Tunisia, Morocco, but also from Pakistan and China, Great Britain and the United States. Finally, in 101 portraits, he honored all ranks and stands; from soldier to officer, from nurse to marine, all drawn in the same manner. Black soldiers were not allowed to carry arms from the Americans, white French officers ruled colonial troops, but they were all equal to Burnand.

The museum has owned the drawings since 1924 and has struggled to find as many names as possible. At this exhibition in the Musée Légion d’Honneur, the accompanying brochure still asks whether descendants who think they recognize someone, want to register.

I thought it was a moving exhibition. The attendant told me that many men returned and died on the battlefield. Others survived and continued to befriend the painter until his death in 1921.

The coupling of all those portraits to the military awards from all countries, which were in the display cases for the portraits, made it extra wry.
It reminded me of a documentary that I once saw about the American military hospital in Baghdad, where filmmakers first got access. They witnessed a ceremony where one of the severely wounded soldiers was handed a medal on a red pad, which he could not pick up because he had lost his arms.

The horrors of war, of all times.

 

 

IMG_7036IMG_6997IMG_7035IMG_7032IMG_7015IMG_7012IMG_7005IMG_7019IMG_7017IMG_6999

IMG_7007

Stone

evariste richer

Evariste Richer ‘Je suis une caverne’, 2010

donderdag 15 februari

‘Etre Pierre’, het steen zijn, is de mooie titel van een kleine tentoonstelling in Musee Zadkine ter gelegenheid van zijn vijftigste sterfdag. Er was werk bijeengebracht van kunstenaars uit alle eeuwen voor wie steen een belangrijk materiaal is. Het meest intieme, intrigerende was van de Franse kunstenaar Evariste Richer.
Hij houdt zich bezig met voorstellingen van raadselachtige natuurverschijnselen, van de meest reusachtige tot het minuscule. Zijn wetenschappelijke interesse reikt verder dan het onderzoek naar de elementen, zoals wel vaker gebeurt, hij weet het om te zetten in prikkelende, zinnelijke beelden.

Op deze zilveren lepel liggen 61 ‘grotparels’, -zoals hij ze noemt- die uit het ruwe gewelf van een grot gedruppeld zijn. Calciet, met een veel mooiere Nederlandse naam kalkspaat, dat in vloeibare vorm een korreltje zand zo vaak bedekte tot het een mooi bolletje werd.

 

‘Etre Pierre’, being a stone, is the beautiful title of a small exhibition at Musee Zadkine on the occasion of his fiftieth anniversary. Work was collected from artists from all times for whom stone is an important material. The most intimate, intriguing thing was from the French artist Evariste Richer.
He occupies himself with representations of mysterious natural phenomena, from the most gigantic to the miniscule. His scientific interest goes beyond the research into the elements, as often happens, he knows how to turn it into stimulating, sensuous images.

On this silver spoon are 61 ‘cave pearls’, as he calls them – dripped from the rough vault of a cave. Calcite, which in liquid form covered a grain of sand so often until it became a nice little ball.

http://untilthen.fr/artistes/evariste-richer/oeuvres/

 

Value

 

dinsdag 13 februari

In het muséum National d’Historie Naturelle (in de Jardin des Plantes) is een grote tentoonstelling over meteorieten; er lopen honderden uitgelaten schoolkinderen om me heen. Bij de ingang staat deze auto in een schuurtje.

 

IMG_6816

Met dit tekstbordje erbij:

Een raceauto uit de ruimte

De achterkant van deze Chevrolet Malibu (1980) is flink beschadigd door de val van een meteoriet op 9 oktober 1992, in het stadje Peekskill, 65 km van New York.
Duizenden toeschouwers waren er getuige van hoe een vuurbal door de lucht schoot, met 700 km per uur. Een meteoriet van 12 kilo, met een omvang van 30 cm sloeg een gat in de geparkeerde wagen. De eigenaresse van de auto was net van plan de Chevrolet te verkopen aan haar grootmoeder, voor 400 dollar, maar kon die prijs een paar dagen later verdertigvoudigen.

 Privécollectie, New York

 

Custodia

ger gijsbert ik

 

Custodia

maandag 12 februari

Het Institut Néerlandais in Parijs was vermaard. Het onderhield dik vijftig jaar de culturele betrekkingen tussen Nederland en Frankrijk, organiseerde talloze tentoonstellingen, voorstellingen, concerten en bemiddelde tussen kunstenaars en curatoren. In 2013 moest het (bezuinigingen) zijn deuren sluiten.

Het instituut zat in een fantastisch pand dat eigendom is van Fondation Custodia, waar de collectie van verzamelaar Frits Lugt beheerd wordt. Die verzameling (die nog altijd groeit) bestaat uit zo’n 7000 tekeningen, 30.000 prenten, 200 schilderijen en zeker 40.000 kunstenaarsbrieven (!) en ik denk dat de huidige directeur Ger Luijten ze allemaal kent. Omdat Gijsbert van der Wal voor de NRC een recensie schrijft over de tentoonstelling die er nu te zien is, over de schilder Georges Michel, werden we door Ger Luijten rondgeleid. Het is echt zoals je je een collectie-huis droomt. Alles klopt. Prachtige ruimtes, smaakvol, goed licht, mooie kleuren, een aantrekkelijke, overzichtelijke boekhandel, géén café en een bevlogen directeur die niet uitverteld raakt. Hij weet precies dat een ets die zij hebben de eerste staat is, dat de tweede bij een privé-verzamelaar in Philadelphia zit en de derde in het museum van Bratislava, ik zeg maar wat. Een totaal overzicht hebben en alle verbanden zien.

The Institut Néerlandais in Paris was renowned. It maintained cultural relations between the Netherlands and France for over fifty years, organized countless exhibitions, performances, concerts and mediated between artists and curators. In 2013, it (cutbacks) had to close its doors.

The institute was housed in a fantastic building owned by Fondation Custodia, where the collection of collector Frits Lugt is managed. That collection (which is still growing) consists of some 7,000 drawings, 30,000 prints, 200 paintings and at least 40,000 artists’ letters (!) And I think the current director Ger Luijten knows them all. Because Gijsbert van der Wal writes a review for the NRC about the exhibition that can be seen now, about the painter Georges Michel, we were shown around by Ger Luijten. It is really like how you dream a collection to house. Everything is right. Beautiful spaces, tasteful, good light, beautiful colors, an attractive, well-arranged bookstore, no café and an enthusiastic director who does not stop. He knows exactly that an etching that they have is the first state, that the second is in a private collector in Philadelphia and the third in the Bratislava museum, for example. To have a total overview and see all the connections.

 

 

IMG_6625

De olieverfschetsen in het trappenhuis

 

Georges Michel (1763-1843 – ongeveer de tijd van William Turner), legde zich voornamelijk toe op landschappen en stevige wolkenluchten. Hij werd beïnvloed en geïnspireerd door de 17e eeuwse Nederlandse meesters als Van Ruisdael en Hobbema, en dateerde noch signeerde zijn schilderijen. Eén werk in de tentoonstelling onderscheidde zich van alle andere. Het was een volkomen moderne houtskool-tekening op grijs papier, met een woeste lucht en twee kleine figuren op de voorgrond. Je onderging de handeling van het maken, direct genoteerd, geen gepruts en niks gepoetst. Je was erbij.

 

Georges Michel (1763-1843 – about the time of William Turner), mainly focused on landscapes and strong cloudy skies. He was influenced and inspired by the 17th century Dutch masters such as Van Ruisdael and Hobbema, and neither dated nor signed his paintings. One work in the exhibition distinguished itself from everyone else. It was a completely modern charcoal drawing on gray paper, with a fierce air and two small figures in the foreground. You underwent the act of making, directly noted, no messing and nothing polished. You were there.

 

 

54531, 1977.128.2

Georges Michel, Paysage, houtskool, New Haven, Yale University Art Gallery

 

En dan was er ook nog een tentoonstelling met geschilderde miniaturen uit eigen collectie. Allemaal kleinoden van enkele centimeters, mooi in zilver gevat of in leren foedralen, of in mini houten lijstjes. Om bij je te dragen, zoals we nu een foto van iemand kunnen laten zien.

And then there was also an exhibition with painted miniatures from their own collection. All small pieces of a few centimeters, nicely carved in silver or in leather cases, or in mini wooden frames. To carry with you, as we can now show a picture of someone.

 

liotard

Een van de aantrekkelijkste was een portretje dat Liotard in 1750 schilderde van Madame -Après nous le déluge– de Pompadour. Niet hoger dan vier, vijf centimeter, met een nauwelijks te begrijpen glimlach. Ah, die Liotard die ook al zo’n meester was in pastelkrijt.

 

One of the most attractive was a portrait that Liotard painted in 1750 from Madame -Après nous le déluge- de Pompadour. Not higher than four, five centimeters, with a barely understandable smile. Ah, that Liotard who was already such a master in pastel chalk.

 

 

Étienne_Liotard_-_Portret_van_Marie_Fargues,_echtgenote_van_de_kunstenaar,_in_Turks_kostuum

Een pastelkrijt tekening van zijn vrouw Marie Fargues,
nu in bezit van het Rijksmuseum.

 

 

Het Cité:

het cité

Bij het oranje cirkeltje zit ik!

 

Mona and Maria

 

Woensdag 7 februari

Vandaag mijn eerste wandeling door het Louvre gemaakt. Temidden van 24.000 andere bezoekers die koortsig afstevenden op de Mona Lisa. Dat is toch echt een ongelooflijk fenomeen. Ze hangt namelijk op een wand tegenover de Bruiloft te Kana van Veronese van 7 x 10 meter, dat door vrijwel niemand bekeken wordt. Bovendien staan de meeste mensen met hun rug naar toe gedraaid, vanwege de selfie. Vele malen mooier is het portret van Titian, ‘Man with a glove’ dat aan de achterzijde van haar wand hangt en waar één jongen lange tijd naar stond te kijken.

IMG_6405IMG_6413

Tizian_079

Titian – 1520

 

Today I made my first walk through the Louvre. Amidst 24,000 other visitors who feverishly headed for the Mona Lisa. That is really an incredible phenomenon. She hangs on a wall opposite the Wedding in Cana of Veronese of 7 x 10 meters, which is hardly viewed by anyone. Moreover, most people are turned with their backs, because of making the selfie. Many times more beautiful is the portrait of Titian, ‘Man with a glove’ that hangs at the back of her wall and where one boy stood looking at for a long time.

 

IMG_6390

IMG_6421

Opgevoed in de rooms-katholieke traditie en hoewel mijn ouders er eerder afstand van namen dan wij, was de figuur van Maria in de familie een belangrijke. Een kaars branden bij een beeld van Maria behoort nog steeds tot een van mijn handelingen als er iets dreigends bezworen, iets ellendigs gekeerd moet worden. Ik weet nog dat ik voor het eerst doordrongen raakte van de kracht en troost die mensen putten uit haar beeltenis, toen ik in een kleine kerk in Guatemala een Indiaanse vrouw geknield en betraand op zag kijken naar het gezicht van (een vrij kitcherig beeld van) Maria, die net als zij verdriet had; met een parel als traan.

En omdat het verdriet van Maria (wier zoon immers stierf voor ons) vele malen groter is, lijkt voor wie het geloven wil, eigen verdriet wel mee te vallen. Zo werkt het waarschijnlijk.

Ik wilde altijd al eens een serie foto’s maken van de uitdrukking van Maria, als ze Jezus op schoot heeft. Nog mooier is het op schilderijen van de annunciatie, daar is de mengeling van ongeloof, vrees, afweren en blijdschap het grootst. Al voorziende wat een narigheid er in het verschiet lag.

En diezelfde, ambivalente blik vingen de schilders dus eeuwen achtereen op steeds andere wijze, in andere tijden, met ander materiaal en andere opdrachtgevers.

Brought up in the Roman Catholic tradition, and although my parents took an earlier distance, than us the children, the figure of Mary in the family was an important one. Burning a candle with an image of Mary still belongs to one of my actions when something threatening is being sworn, something wretched has to be turned. I remember that for the first time I became aware of the strength and consolation people draw from her image when, in a small church in Guatemala, knelt an Indian woman and looked tearfully at the face of (a rather witty image of) Mary, who, like her, had grief; with a pearl as tear.

And because the grief of Mary (whose son died for us) is many times greater, it seems that for those who want to believe it, their grief is not too bad. That’s probably how it works.

I always wanted to take a series of pictures of Mary’s expression when she has Jesus on her lap. Even more beautiful are the paintings of the annunciation, there is the mixture of unbelief, fear, repelling and joy the greatest. Providing what awkwardness lay ahead.

And so the same, ambivalent gaze caught the painters for centuries in a different way, with different material and other clients.

 

IMG_6392

IMG_6397

IMG_6391

IMG_6424

 

Het was fantastisch daar op mijn gemak rond te lopen er af en toe iets uitlichtend, in de wetenschap dat ik er elke dag even naar toe zou kunnen en dan naar huis fiets voor een kopje soep.

Fietsen ging vandaag wat moeilijk; een dik pak sneeuw maakte Parijs helemáál tot een sprookje.

It was great to walk around there at ease, occasionally lighting something out, knowing that I could go there every day and then go home for a cup of soup.

Cycling was a bit difficult today; a thick pack of snow turned Paris into a fairytale.

 

IMG_6314

IMG_6329

Uitzicht uit mijn raam.

Bread and bed

 

 

zondag 4 februari

De grootste aantrekkingskracht vormen hier in Parijs de kleinere woonhuis/ateliers van 18e en 19e eeuwse kunstenaars als Delacroix, Bourdelle, Scheffer, Henner en Moreau. Die wil ik allemaal gaan bezoeken. Van Victor Hugo wist ik niet zoveel meer dan dat hij de schrijver was van Les Misérables en De klokkenluider van de Notre Dame. Dat zijn romans weer van grote invloed waren op Dickens, Dostojevski en Camus, wist ik ook niet. Hij was daarnaast een onverzettelijk en geliefd staatsman en een begenadigd, vrijmoedig tekenaar waarvan er zo’n 3.500 bewaard zijn gebleven. Kleine, rauwe, mysterieuze tekeningen zijn het; ik zag er een paar in zijn woonhuis.

 

victor_hugo-lace_and_ghosts-c_1855-6-wash_lace_imprint_and_ink-6.5x6cm-maison_de_victor_hugo_paris.jpg

 

IMG_8651

Zijn verzet tegen de alleenheerschappij van Napoleon III noodzaakte hem in ballingschap te gaan en hij vertrok met zijn gezin en maîtresse naar Guernsey, waar hij Hauteville House kocht. Om wat te doen te hebben -hij moet zich daar enorm verveeld hebben- leefde hij zich uit in de meest exuberante decoraties. Meer nog dan in zijn latere huis in Parijs,  is geen plek onbenut gelaten. Ik zag in de bibliotheek een erg aantrekkelijk boek en kreeg al zin de trein naar St Malo te nemen; helaas, het wordt juist nu gerestaureerd.

The greatest appeal here in Paris are the smaller house / workshops of 18th and 19th century artists such as Delacroix, Bourdelle, Scheffer, Henner and Moreau. I want to visit all of them. Of Victor Hugo I did not know much more than that he was the author of Les Misérables and The Hunchback of Notre Dame. That his novels were of great influence on Dickens, Dostoevsky and Camus, I did not know either. He was also an unyielding and beloved statesman and a gifted, bold draftsman of whom about 3,500 drawings have been preserved. They are small, raw, and mysterious; I saw a few in his house.

menu victor hugo 80

De menukaart voor het diner ter gelegenheid van zijn 80e verjaardag.

 

brood hugo

 

In het woonhuis van Victor Hugo aan de Place des Vosges, staat dit kleine, glazen kistje met daarin wat versteende stukjes brood met een briefje waarop staat: Pain du Siège, morceaux d’un pain mangé chez Victor Hugo, le 26 Janvier 1871.
Twee dagen later was de belegering voorbij. Het Beleg van Parijs (de Siège) door Duitse troepen vond plaats tussen september 1870 en 28 januari 1871; geen conflict in de Franse geschiedenis heeft meer schade aangericht aan de stad Parijs dan deze belegering. De stad was geheel afgesloten van de buitenwereld, kon niet bevoorraad worden en er heerste grote hongersnood. Wie die stukjes brood 150 jaar geleden uit zijn/haar mond spaarde en waarom wordt niet duidelijk, maar het ontroerde me wel.

Op 22 mei 1885 overlijdt Victor Hugo en wordt zijn lijkkist drie dagen lang onder de Arc de Triomphe geplaatst, waarna deze in processie en onder belangstelling van zo’n drie miljoen mensen (!) vervoerd wordt naar het Pantheon, zijn laatste rustplaats.

 

In the house of Victor Hugo on the Place des Vosges, this small glass box with some petrified pieces of bread with a note stating: Pain du Siège, morceaux d’un pain mangé chez Victor Hugo, le 26 Janvier 1871.
The siege was over two days later. The Siege of Paris (the Siège) by German troops took place between September 1870 and January 28, 1871; no conflict in French history caused more damage to the city of Paris than this siege. The city was completely isolated from the outside world, could not be supplied and there was great famine. Who spared those pieces of bread 150 years ago from his / her mouth and why is not clear, but it moved me.

Victor Hugo died on 22 May 1885 and his coffin was placed under the Arc de Triomphe for three days, after which he was transported to the Pantheon, his last resting place, in procession and with an interest of about three million people (!).

 

 

 

hugo opgebaard

Pierre Paul Léon Glaize (1842-1931)

Hugo op zijn sterfbed en het lege bed na zijn begrafenis.

 

hugo bed

Désiré Francois Laugée (1823-1886)

 

IMG_8625.jpg

 

A studio in Paris

IMG_6074

vrijdag 2 februari 2018

(Het is waar wat ze schrijven; het water in de Seine staat hoog. Dit zie ik als ik het atelier-gebouw uitloop en het zal nog even duren voor je weer op de lager gelegen kades, langs het water kunt wandelen.)

Een blog!
Vanuit het Cité Internationale des Arts. Het is een enorm gebouw uit 1965 waarin sinds 1996 ook een atelier beschikbaar is voor een Nederlandse kunstenaar, door het genereuze legaat van mevrouw Holsboer. Het Mondriaanfonds maakte het mogelijk dat ik hier een half jaar kan werken. Een ongelooflijke luxe. Het atelier is verhoudingsgewijs groot -ik zag vandaag een paar andere- en ligt aan de stille binnentuin-zijde.  Ze zijn allemaal op vrijwel dezelfde wijze ingericht; tamelijk spartaans met veel teakhout, mooie zwarte linoleumvloeren en smalle, hoge ramen.
Met kunstenaars, filmmakers, musici, schrijvers en dansers uit vijftig verschillende landen:

 

IMG_2364.jpg

IMG_5937IMG_6889IMG_6890IMG_6895IMG_6896IMG_6897IMG_6898IMG_5939IMG_5944IMG_6079

 

Het atelier is ingericht, de krijtjes uitgepakt, de verf netjes neergezet, boeken op een rijtje. Naar de Hema (!) geweest voor mooiere glazen, schuursponsjes en een lekker mesje. En vanmorgen op de fiets naar een bibliotheek waar ik vele jaren geleden al eens naar binnen probeerde te komen en waar ik nu lid van ben geworden. De Bibliothèque Sainte Genevieve, waar de grootste zaal vernoemd is naar de architect: Labrouste. Een fantastische studiezaal uit 1850 met een gietijzeren boogconstructie, beetje Berlage-achtig meubilair, groene glazen lampenkappen en heel veel leuke studenten.

 

IMG_5984Bibliotèque Sainte Genevieve

En omdat ik er tóch langsfietste, even naar binnen in Musée de Cluny, waar een houten beeld is van Christus te ezel op wielen, zoals dat in Spanje rond 1500 door de straten werd getrokken tijdens de processie van Palmzondag.

 

christus voor de processie op palmpasen.jpg