Size

Hier ga ik als eerste naar toe, als het weer kan: Das Museum der Dinge, in de Oranienstrasse.
https://www.museumderdinge.de/

images Florian Hardwig

Deze tentoonstelling is er jammergenoeg niet meer: 1000 Möbel auf 80 Quadratmetern.
En wát voor een meubels. Ah, dat moet geobsedeerd verzamelen geweest zijn, alle e-bays en marktplaatsen maanden- of jarenlang afgestruind, zo stel ik me voor.
Poppenhuizen, dat moet ik nog eens uitzoeken, maar ik smelt onmiddellijk.

Mijn zusje kreeg er gelukkig een, eind jaren ’60. Het was niet zo’n mooie, met plastic meubilair en precies dezelfde okerkleurige kuipstoeltjes die op de bovenste foto staan. Deze stoeltjes waren bijvoorbeeld veel te hoog voor het bankstel waar we ze bij bedacht hadden. Veel spullen die niet bij elkaar pasten en geen schemerlampjes op een batterij.

Honderden foto’s moeten er in mijn computer zitten van alle poppenhuizen die ik in mijn leven tegengekomen ben. Met al die nét niet kloppende verhoudingen, stoelen aangevuld met zelf geknutselde tafeltjes, planten van propjes crêpe papier en iets te grote schilderijtjes aan de muur. Met textiel gaat het vooral mis, daar verraadt zich dat het om een poppenhuis gaat, hoe nauwgezet de rest ook het echte interieur probeert te kopiëren. De dikke vouwen in gordijnen of in de dekentjes op het bed. We hadden ook een fornuis met blokjes in een houdertje die je aan kon steken om echte pannenkoeken te bakken in een mini-pannetje. Maar dat fornuis was natuurlijk te groot voor het poppenhuis.

Unfortunately, this exhibition is no longer there: 1000 Möbel auf 80 Quadratmetern.
And what kind of furniture. Ah, that must have been obsessed collecting, scouring all e-bays and markets for months or years, I imagine.
Dollhouses, I have to find out why, but I melt immediately.
Fortunately, my sister got one in the late ’60s. It wasn’t that pretty, with plastic furnishings and the exact same ocher-colored bucket seats that are to be seen in the top photo. Lots of things that did not fit together. These chairs, for example, were far too high for the sofa we had thought of them for.
Hundreds of photos of dollhouses I have come across in my life must be on my computer. With all those just not right proportions, chairs supplemented with self-made tables, plants made from wads of crepe paper, and slightly oversized paintings on the wall. It mainly goes wrong with textiles, as it reveals that it is a dollhouse, no matter how carefully the rest tries to copy the real interior.
The thick folds in curtains or in the blankets on the bed.
We also had a stove with cubes in a holder that you could light to bake real pancakes in a mini pan. But that stove was of course too big for the dollhouse.


Dit is de woonkamer in het poppenhuis dat eind jaren ’30 gemaakt is voor een lid van de Hitlerjugend, waar vanaf 1940 alle jongeren ouder dan tien jaar verplicht lid van moesten zijn. Het is hier in Berlijn te zien in het Historisches Museum, denk ik. Want ik kan de foto ook gemaakt hebben in Bonn, in het Haus der Geschichte. Dat wilde ik uitzoeken en het dit keer in zijn geheel fotograferen. Want er was ook een heel enge slaapkamer, herinner ik me.

This is the living room in the dollhouse that was made in the late 1930s for a member of the Hitler Youth, of which from 1940 all young people over ten years old had to be a member. It can be seen here in Berlin in the Historisches Museum, I think. Because I could also have taken the photo in Bonn, in the Haus der Geschichte. I wanted to find out and photograph it in its entirety this time. Because there was also a very scary bedroom, I remember.

Deze week heb ik het poppenhuis geschilderd, dat Goethe kreeg op zijn vijfde verjaardag, naar een tekening van het huis dat ik op internet vond. Hij noemde het later in zijn dagboeken een belangrijk en invloedrijk cadeau. Het gaat allemaal deel uitmaken van een groot werk over zijn slaapkamer, zoals ik die ooit zag in zijn woonhuis in Weimar. Een fantastisch huis waar zijn hele kleurenleer op de verschillende wanden vertegenwoordigd is!

This week I painted the dollhouse that Goethe got on his fifth birthday, after a drawing of the house I found on the internet. He later mentioned it as an important and influential gift in his diaries. It’s all going to be part of a big work about his bedroom, as I once saw it in his home in Weimar. A fantastic house with all his color theory painted on the various walls!


Zoo

en een als bijenhotel vermomd elektriciteitshuisje, arme bijen.



De dierentuin is open!
Tot mijn verrassing kon ik er gewoon naar binnen, met enkele tientallen andere mensen. Alle dierenverblijven en het aquarium waren echter gesloten en volgens de jongen aan de kassa hing het maar net van het humeur van de dieren af of ik er een zou zien, want de meesten hielden niet van de kou. Ik herinnerde me een opdracht die ik ooit gaf aan de studenten op de Rietveld Academie.
Ga naar de dierentuin zonder een dier te tekenen, richt je op de kunstmatige habitat die het is en de vormgeving daarvan. Zo liep ik er nu ook rond en dat was echt interessant, de dierentuin door die bril. Want hoe leuk ook, het blijft een wrede gedachte dieren uit hun omgeving weg te halen en in architectonische ‘follies’ te herbergen, tot ons vermaak.

The zoo is open!
To my surprise, I could just go in with a few dozen other people. All animal enclosures and the aquarium were closed, however, and according to the boy at the box office, whether or not I would see one depended on the mood of the animals, because most of them didn’t like the cold.
I remembered an assignment I once gave to the students at the Gerrit Rietveld Academy. Go to the zoo without drawing an animal, focus on the artificial man-made habitat and its design.
That’s how I walked around now and that was really interesting, the zoo in that perspective.

Because no matter how nice, it remains a cruel idea to remove animals from their environment and to accommodate them in architectural ‘follies’, to our amusement.



Maar ik moet bekennen in tijden niet zo betoverd te zijn geweest als ik nu was door de twee giraffen in hun exotische behuizing uit 1887. Wat een gratie, hoog boven alles verheven, als in een slow motion film liepen ze hun beperkte rondjes. Heel teder drukten ze af en toe hun hoofden tegen elkaar. Ik weet niet of deze giraffen herinneringen hebben aan de savanne, op zoek naar hoge bomen waarin verse blaadjes te vinden waren. Misschien zijn ze hier geboren.
Ik was er helemaal alleen met hen en ik wil terug. Op mijn instagram account erik.mattijssen zie je een filmpje en snap je wel dat ik er niet weg kon komen.

But I must confess that in times past I have not been as enchanted and mesmerized as I was now by the two giraffes in their exotic palace from 1887. What grace, high above all else, as in a slow-motion film they walked their limited circles. Every now and then they pressed their heads together very tenderly. I don’t know if these giraffes have memories of the savannah, looking for tall trees in which to find fresh leaves. Maybe they were born here.
I was all alone with them and I want to go back. On my Instagram account erik.mattijssen you see a video and you understand that I could not get away
.



Dan toch nog even de oorlog.

But then again, the war.

De leiding van de dierentuin schroomde niet hun directeur in (voor-) oorlogsjaren en lid van de SS en NSDAP Lutz Heck op te nemen in de eregalerij van directeuren. Zijn buste staat er sinds 1984. Petities om hem daaruit te verwijderen mochten niet baten. In 2015 (dertig jaar later!) is dit tekstbord er bij geplaatst. Die teksten zijn hier doorgaans heel droog en feitelijk van toon en dat werkt goed.
Elders is op het Antilopenhuis (in 2011!) een bord geschroefd waar wordt stilgestaan bij de grote groep Joodse aandeelhouders (een derde van het totaal). Het waren belangrijke families die ervoor zorgden dat de culturele en wetenschappelijke positie van de Zoo ondersteund werd.
Zij werden gedwongen hun aandelen in te leveren en zijn vrijwel allemaal afgevoerd en vermoord. Dat alles onder leiding van directeur Lutz Heck.
Met het voorstel om een schadeloosstelling van een miljoen dollar te doneren aan een dierentuin in Jeruzalem, werd niet ingestemd.

The management of the zoo did not hesitate to include their director in (pre-) war years and member of the SS and NSDAP Lutz Heck in the line of honor of directors. His bust has been there since 1984. Petitions to remove him from there were to no avail. This text board was added in 2015 (thirty years later!). Those lyrics are here usually very dry and factual in tone and that works well.
Elsewhere, a sign has been screwed on the Antilope-house (in 2011!) That pays attention to the large group of Jewish shareholders (one-third of the total). They were important families who ensured that the zoo’s cultural and scientific position was supported.

They were forced to surrender their shares and almost all were taken away and murdered. All this under the leadership of director Lutz Heck.
The proposal to donate $ 1 million in compensation to a Jerusalem zoo, was rejected.

Wall

Wildenbruchstrasse hoek Heidelberger Strasse, tegenover een klein parkje dat er nog steeds is.

Zie nou hoe klungelig het begon, een paar kruiwagens met stenen, metselaars, kinderen op de step en buurtbewoners die toekeken. Het is hoogzomer. De mannen bouwen een muur in een wonderlijke zigzag hoek, net om de lantaarnpaal heen, misschien om met een auto nog een bocht te kunnen maken. Dwars door het parkje, waar de palen al ingegraven zijn. Tussen de palen is wat prikkeldraad getrokken, dat leek aanvankelijk afdoende.
Er stond een groot bord waarop geschreven was dat je de Amerikaanse sector verliet, en de Soviet sector binnenwandelde.
Een paar dagen later was er al weinig meer te wandelen; hoe amateuristisch ook, de grens was getrokken en wie erover ging liep gevaar. Gewoon midden door je straat, waar je vrienden en familieleden aan de overkant woonden, waar je boodschappen deed en naar het café ging. Het blijft iets on-voor-stel-baars. Maar het gebeurde en iedereen zag hoe een lullig stenen muurtje een uitgekiend terreur apparaat werd. Met steeds venijniger maatregelen, bewakers, wachttorens, mijnen, honden en automatische machinegeweren. Sperrgebiet.
Tientallen jaren lang mocht niemand van Oost naar West Berlijn reizen.

Look how clumsy it started, a few wheelbarrows with stones, masons, children on the scooter and local residents watching. It’s high summer. The men built a wall in a peculiar zigzag corner just around the lamppost, perhaps to make a turn possible with a car. Straight through the park, where the posts have already been dug in. Some barbed wire has been pulled between the posts, that seemed enough.
There was a large sign saying you were leaving the US sector and entering the Soviet.
A few days later there was already little to walk; however amateurish, the line had been drawn and whoever crossed it was in danger. Just down the street, where your friends and relatives lived on the other side of the street, where you ran errands and went to the cafe. It remains something unimaginable. But it happened and everyone watched and from a silly stonewall, it became a sophisticated terror device, with increasingly vicious measures, guards, watchtowers, mines, dogs, and automatic machine guns. Barrier area.
For decades, no one was allowed to travel from East to West Berlin

Wat begon met een zoekende, getekende lijn op de kaart, van de Noordzee zuidwaarts, dat na de Potsdam conferentie in 1945 Duitsland verdeelde, werd op zondag 13 augustus 1961 -dit jaar zestig jaar geleden- ook realiteit voor de stad. De beide Duitslanden zaten al jaren potdicht, maar in Berlijn lukte het nog van Oost naar West te reizen, en zo vluchtten tienduizenden per maand naar de andere kant. Onder de noemer ‘Bescherming van de Oost Duitsers tegen provocaties van het Westen’ besloot Walter Ulbricht, het staatshoofd, dat de muur er moest komen en wel meteen.

Goed voorbereid werd er die nacht doorgebouwd en werd de Berlijnse bevolking wakker met een muur middendoor de stad. Voordeuren en ramen aan de west-zijde werden dichtgemetseld. Je buren opzoeken aan de overkant van de straat was vanaf dat moment een subversieve daad en levensgevaarlijk. De Bernauerstrasse, een van de straten waar de muur dwars doorheen ging, is nu een ‘Denkmal’ en daar is in een reconstructie van een winkel die moest wijken een paneel met audio-fragmenten waar je kunt luisteren naar de ‘Zeitzeugen’. Onder een van de knopjes vertelt een vrouw hoe ze iedere zondagmiddag even gebruik mochten maken van een woonkamer van buren die aan de muurzijde lag, om hun zieke vader aan de overkant van de muur te kunnen zien. Zwaaien was er niet bij, zwaaien was strafbaar, dus aaiden ze elke zondag van vier tot half vijf wat over hun haar en staarden naar elkaar.

What started with a drawing line on the map, from the North Sea southward, which divided Germany after the Potsdam conference in 1945, became reality for the city on Sunday, August 13, 1961, this year sixty years ago.
Both Germanys had been closed for years, but in Berlin they still managed to travel from East to West, and tens of thousands fled to the other side, every month. Under the heading ‘Protection of the East Germans against provocations from the West’, Walter Ulbricht, the head of state, decided that the wall had to be built and that immediately.

Well prepared, the building continued that night and the Berlin population woke up with a wall in the middle of the city. Front doors and windows on the west side were bricked up. Visiting your neighbors across the street was a subversive act and life-threatening from that point on. The Bernauerstrasse, one of the streets through which the wall went straight, is now a ‘Denkmal’ and in a reconstruction of a shop that had to give way, there is a panel with audio fragments where you can listen to the ‘Zeitzeugen’. Under one of the buttons, a woman tells how every Sunday afternoon they were allowed to make use of a neighbors’ living room that was on the wall side, to see their sick father on the other side of the wall. Waving was not possible, waving was illegal, so every Sunday from four to four-thirty they stroked their hair and stared at each other.

Bernauerstrasse. The monument for those who tried to pass the wall and got killed

Sonnige Stube

Nu de musea dicht zijn bedacht ik dat ik toch iets ga schrijven over werken die ik dolgraag in het echt zou zien, maar waarop ik nog even moet wachten.

In de Alte Nationalgalerie heb ik jaren geleden voor het eerst ontdekt dat een audiotour er niet alleen voor toeristen was, maar ook voor mij. Nog afgezien van het feit dat ik natuurlijk ook toerist ben, was ik er tot dan toe tamelijk nuffig over. Ik vergiste me. De audioguide van dit museum was fantastisch en een echte aanvulling op het kijken naar de schilderijen. De Alte Nationalgalerie, huisvest nu opnieuw de werken uit de 19e eeuw die toen hedendaags waren, in het museum dat daarvoor in 1870 gebouwd werd. Misschien sluit de collectie daarom zo mooi aan bij de ruimte, bij de inrichting van de zalen.

Now that the museums are closed, I decided that I would write something about works that I would love to see in real life, but still have to wait.

Years ago I first discovered in the Alte Nationalgalerie that an audio tour was not only for tourists but also for me. Apart from the fact that I am also a tourist, of course, I was quite prudent about it until then. I was wrong. The audioguide of this museum was fantastic and a real addition to looking at the paintings. The Alte Nationalgalerie, now once again houses the works of the 19th century that were contemporary at the time, in the museum that was built in 1870. Perhaps that is why the collection fits in so nicely the space, with the design of the rooms.


Natuurlijk is een hele zaal gewijd aan de iconen van Caspar David Friedrich. En daar was het dat ik de audioguide gebruikte. Mönch am Meer (1810), het radicaal lege doek met de mysterieuze monnik en een paar meeuwen, is van een grotere afmeting dan je vermoedde. Het is onlangs gerestaureerd en daar werd vastgesteld dat er aanvankelijk nog schepen op zee geschilderd waren en palen met visnetten.
De audioguide had verschillende knopjes. Je kon, als je voor een schilderij stond, uit wel acht verschillende mogelijkheden kiezen. Onder éen knopje werd natuurlijk verteld over de schildertechniek en de compositie, het gebruikelijke werk, maar onder andere knopjes zaten een gedicht van Heinrich Heine dat hij geschreven zou hebben na het zien van dit schilderij, muziek van Schumann die door het schilderij geïnspireerd muziek componeerde, een stuk uit het dagboek van een vriend met wie hij bergwandelingen maakte. En wilde je horen wat Heinrich von Kleist er over schreef: druk op knopje 5 en zo verder. Een hele documentaire!

Ik weet, het is nagevolgd, dit is een jaar of tien geleden. Het is zelfs zover gekomen dat je in de Orangerie in Parijs niet meer naar Monet’s waterlelies kunt kijken zonder weeë, esoterische muziek die daar gewoon uit het plafond komt.
Een van de leukste audioguides was bij een tentoonstelling in Bath, van 17e eeuwse genretaferelen. De teksten waren ingesproken door mensen die het beroep uitoefenden die op het schilderij te zien waren. Zo leuk! Een bakker, vioolbouwer of een verloskundige keken en beschreven wat ze zagen vanuit een heel andere optiek dan ik er naar kijk, waardoor ik weer hele andere dingen opmerkte.

Of course, an entire room is dedicated to the icons of Caspar David Friedrich. And there it was that I used the audioguide. Mönch am Meer (1810), the radically empty canvas with the mysterious monk and a few seagulls, is of a larger size than you suspected. Recently restored and it was found out that initially there were ships painted at sea and posts with fishing nets.
The audioguide had several buttons. You could – in front of a painting- choose from eight different options. Under one button was, of course, told about the painting technique and the composition, the usual work, but among other buttons was a poem by Heinrich Heine that he would have written after seeing this painting, music by Schumann who composed music inspired by the painting, an excerpt from the diary of a friend with whom he took mountain hikes. And did you want to hear what Heinrich von Kleist wrote about it: press button 5 and so on. A whole documentary!

I know, it has been followed, this was about ten years ago. It’s even gotten to the point where you can’t look at Monet’s water lilies in the Orangerie in Paris without too sweet esoteric music just coming out of the ceiling there.
One of the nicest audio guides was at an exhibition in Bath of 17th-century genre scenes. The texts were spoken by people who practiced the profession that was depicted in the painting. So funny!

A baker, violin maker or midwife watched and described what they saw from a completely different perspective than I look at it so that I noticed completely different things.


Sonnige Stube 1904 – 50 x 40 cm

Maar waarom ik graag naar de Alte Nationalgalerie ga is omdat ze er een schilderij hebben van Vilhelm Hammershøi. Een jaar of tien geleden zag ik ze voor het eerst in het Van Gogh museum. Sobere, donkere, suggestieve interieurs van een man die van Vermeer hield, dat was duidelijk.
Ik kende hem toen niet. Hij is een Deense schilder (1964-1916) en vrijwel al zijn schilderijen maakte hij thuis, of om zijn huis in Kopenhagen. Toch was hij, anders dan zijn schilderijen doen vermoeden, geen huismus. Hij was geen Morandi of Vuillard. Hij was tevens een ondernemend reiziger en woonde langere tijd in Italië, Londen en Parijs. Wat ik van hem ken zijn stille interieurs in alle tonen grijs, waar lichtval de belangrijkste component is. Zachte, omfloerste Hoppers zijn het, nog meer naar binnen gericht, met -net als Hopper- zijn vrouw als enig model. De mooiste zijn leeg en niet groot, zoals deze, die ik een keer ga zien in de Alte Nationalgalerie.

But why I like to go to the Alte Nationalgalerie is because they have a painting by Vilhelm Hammershøi. About ten years ago I saw them for the first time in the Van Gogh museum. Sober, dark, evocative interiors from a man who loved Vermeer, obviously. I didn’t know him then. He is a Danish painter (1964-1916) and he made almost all his paintings at home or around his house in Copenhagen. Yet, contrary to what his paintings would suggest, he was not a homebody. He wasn’t Morandi or Vuillard. He was also an adventurous traveler and lived for a long time in Italy, London and Paris. What I know about him are quiet interiors in all shades of gray, where light is the most important component. They are soft, veiled Hoppers, directed even more inward, with – just like Hopper – his wife as the only model. The most beautiful ones are empty and not big, like this one, which I will see in the Alte Nationalgalerie, one day.

Voor deze moet je naar Stockholm:

Vilhelm Hammershøi: Sunshine in the drawingroom, 1905 | National Museum Stockholm, Sweden

i

Summertime



Berlijn is de stad van muurschilderingen, van old-school-graffiti tot street-art in enorme opdracht-projecten waarmee blinde muren van voorstellingen zijn voorzien. Ik houd er doorgaans niet van. Teveel schilderingen met er-dik-bovenop-liggende boodschappen. En altijd figuratief en uitvergroot, waar het probleem vooral zit; alsof een dertig meter hoge muur zich straffeloos als een canvas schildersdoek laat behandelen.
Maar als de verhoudingen kloppen en het onderwerp aansluit bij de plek en het een goeie schilder is dan kan het echt een verrassing zijn. Ik kende de hal van het huis van Max Diel, die ooit op de Rietveld studeerde, maar alweer 25 jaar aan de Schönleinstrasse in Kreuzberg woont. Hij heeft een aantal jaren geleden aan de huisbaas gevraagd of hij schilderingen aan mocht brengen op de wanden van de hal, die daarom vroegen. En nu vermoeden mensen die langskomen dat het originele voorstellingen zijn die bij de bouw van het huis aan het einde van de 19e eeuw geschilderd werden. Dat is niet zo gek, dat ze dat denken. Zoals Manet het onbezorgde leven kon schilderen, terloops bijna, een ontmoeting in het park, de zon sijpelend over de gezichten, onbekommerd als zomermiddagen kunnen zijn. Zo schilderde Max scènes uit zonovergoten Berlijn, in het park aan het water, met spiegelingen en zwanen en mensen die het er naar hun zin hebben. Met zijn kenmerkende aandacht voor schaduwen, slagschaduwen soms, die de kracht van de zon tonen. Taferelen zijn het waarnaar we mateloos kunnen verlangen.

Wie meer werk van Max wil zien: http://www.maxdiel.de/web/de


Berlin is the city of murals, from old-school graffiti to street art in huge commissioned projects that provide blank walls with images. I usually don’t like it. Too many paintings with superimposed messages. And always figurative and magnified, where the problem is mainly; as if a thirty-meter high wall could be treated as a canvas with impunity.
But if the proportions are correct and the subject matches the place and it is a good painter, then it can really be a surprise. I knew the hall of the house of Max Diel, who once studied at the Rietveld, but has lived on the Schönleinstrasse in Kreuzberg for 25 years. A few years ago he asked the landlord if he could apply paintings to the walls of the hall, who so requested. And now people who pass by suspect that these are original pictures painted during the construction of the house at the end of the 19th century. That is not surprising that they think so. Just as Manet could paint the carefree life, almost casually, a meeting in the park, the sun seeping over faces, carefree as summer afternoons can be. Max painted scenes from sun-drenched Berlin, in the park by the water, with reflections and swans and people having a good time there. With his signature attention to shadows, sometimes drop shadows, showing the power of the sun.
Scenes that we long for.

Who wants to see more of Max’ painting: http://www.maxdiel.de/web/de

The mayor’s office

Er staat een kermispaard in de werkkamer van de burgemeester van Berlijn.
Het maakte deel uit van een carroussel die sinds 1920 door het land reisde, langs de kermissen.
De carroussel raakt in de oorlog zeer zwaar beschadigd, maar dit paard, als enig overgeblevene, werd gerestaureerd en mocht nog een tijd meedoen op een kleinere versie voor kinderen. En nu verbeeld ik me dat dit het paard is dat ik weemoedig rondjes zag draaien in de draaimolen op het Käthe Kollwitzplatz, toen ik daar in het voorjaar van 1989 -nog vóór de Wende- was.
Er hangt ook een opvallend schilderij van Rainer Fetting; ‘Drummer en gitarist’.

Daaronder, op het kastje de cadeaus die een burgemeester krijgt. Er staat een beeldje waar er heel veel van zijn, iets met moeder en kind, of familie en samen.
Ik tikte moeder en kind sculptuur in, in google en daar heb je ze.


There is a fairground horse in the office of the Mayor of Berlin. It was part of a carousel that had traveled across the country since 1920, past the fairs. The carousel was badly damaged in the war but this horse, the only one left, was restored and participated for a while in a small, children’s carousel. Of course, I imagine that it was that melancholic merry-go-round that I saw on the Käthe Kollwitzplatz when I was there just before the fall of the wall, spring 1989.
There is also a striking painting by Rainer Fetting; ‘Drummer and guitarist’.
Below that on the cupboard the gifts that a mayor receives. There is a little sculpture of which there are many, something with mother and child, or family and together. I typed mother and child sculpture into google and there they are.


De werkkamer bevindt zich aan de voorkant van wat ‘Das Rote Rathaus’ heet.
Daarvoor staat een beeld van deze man, een beetje weggedrukt in de bosjes,
er ongetwijfeld neergezet in de DDR tijd.
Ook een sculpturaal cliché, maar ik houd er wel van: standvastig, goeie kop, handen uit de mouwen, en een houweel.

The study is located at the front of what is called ‘Das Rote Rathaus’. This man stands in front of that, a bit hushed in the bushes. Undoubtedly put down in the GDR era. Also a sculptural cliché, but I like it: steadfast, good head, rolling up his sleeves, with pickaxe.

Het maakt allemaal deel uit van de socialistische en communistische iconografie. De gebalde vuist was er als eerste, later door veel bewegingen geadopteerd. De symbolen waarin Oost-Berlijn flink was voorzien, zijn nu ook hier vrijwel verdwenen.

houweel
hamer
sikkel
tandwiel
ploeg
krans van tarwe
rood en geel
zeis
ster
fakkel
zwaard en schild
geweer
rijzende zon

pickaxe
hammer
sickle
gear
plow
wreath of wheat
red and yellow
scythe
star
torch
sword and shield
rifle
rising sun

It’s all part of socialist and communist iconography. The clenched fist was there first, later adopted by many movements. The symbols in which East Berlin was heavily featured have virtually disappeared here too.

Er móest een vrouwelijke pendant zijn daar bij het raadhuis; achter een schutting vond ik haar, met schep.

There had to be a feminine counterpart in front of the town hall; behind a fence I found her, with a shovel.

Een week later was ik in boekhandel Dussman en vond haar in een boek over de DDR, het is van de beeldhouwer Fritz Cremer, uit 1959 en het heet ‘Trümmerfrau’.

Monument

Hoe het ook kan.

De Pruisische regering gebruikte het gebouw van architect Schinkel – dat ooit als wachtershuis aan Unter den Linden gebouwd werd – om de Duitse slachtoffers van WOI te eren. Adolf Hitler legt er in 1942 een krans om helden te gedenken. In 1945 wordt het door bombardementen zwaar beschadigd. In 1970 wordt er de Duits – Sovjetrussische vriendschap gevierd met een eeuwige vlam en veel militair vertoon.
In 1991 worden de DDR wandsculpturen verwijderd en krijgt het een nieuwe naam: Centrale gedenkplaats voor slachtoffers van oorlog en tirannie. Het beeld van Käthe Kollwitz (1867-1945), de pietà, wordt geplaatst. De sculptuur maakte ze naar aanleiding van de schetsen die ze tekende, nadat haar zoon Peter omgekomen was in de Eerste Wereldoorlog.

The Prussian government used the building of architect Schinkel, which was once built as a watchman’s house, to honor the German victims of World War I. Adolf Hitler lays a wreath there in 1942 to commemorate heroes. In 1945 it was badly damaged by bombings. In 1970 they celebrated the German – Soviet-Russian friendship with an eternal flame and much military display.
In 1991 the GDR wall sculptures were removed and given a new name: Central memorial for victims of war and tyranny.
The statue of Käthe Kollwitz (1867-1945), the pietà, is placed. The sculpture she made from the sketches she drew after her son Peter had died in the First World War.

Schloss – Palast – Schloss


Het is 1903, de wandelaars lopen over de brug richting het Stadt-Schloss (en dragen allemaal een hoed!). Het enorme slot, sinds eeuwen het centrum van Berlijn vormend, zou vijftig jaar later tot de laatste steen afgebroken worden. Zwaar gehavend uit de oorlog gekomen, maar vooral symbool van Pruisische monarchie, de macht van koningen en keizers, was het de wens van de communistische regering van de DDR het te vervangen door een ander symbool, dat van de triomf van de heilstaat. De overblijfselen van het slot werden in 1950 opgeblazen. Het duurde tot 1971 toen Erich Honecker, de voorlaatste Oost Duitse leider, de opdracht gaf op die plek een Paleis voor het Volk te bouwen; het Palast der Republik. Dat werd na de val van muur, na de eenwording in 1989, onmiddellijk gesloten vanwege de grootste hoeveelheid asbest ooit aangetroffen in een gebouw in Europa. In 2010 was er ook van het Palast niets meer te zien. Op 12 juni 2013 werd de eerste steen gelegd van de wederopbouw van het barokke, monumentale slot.

En kijk, daar staat het weer; spiksplinternieuw.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is img_8653.jpeg


It is 1903, the pedestrians cross the bridge towards the Stadt-Schloss (and all wear hats!). The enormous castle, which has formed the center of Berlin for centuries, would be demolished to the last stone fifty years later. Coming out of the war severely damaged, but above all a symbol of the Prussian monarchy, the power of kings and emperors. It was the wish of the communist government of the GDR to replace it with another symbol, that of the triumph of the salvation state. The remains of the castle were blown up in 1950. It wasn’t until 1971 when Erich Honecker, the last East German leader, ordered on this spot the building of a Palace for the People; the Palast der Republik. After the fall of the wall, after unification in 1989, it was immediately closed due to the largest amount of asbestos ever found in a building in Europe. In 2010 nothing was left of the Palast. On June 12, 2013, the first stone was laid for the reconstruction of the baroque, monumental castle.
And there it is again; brand new.

Controverse
De afbraak van het Palast der Republik, dat in de harten van de Oost-Duitsers toch een speciale plaats had veroverd, ging met veel debat gepaard. De bouw van deze kopie van het oorspronkelijk slot was natuurlijk onderwerp van een nog grotere controverse. Zoals Wim T Schippers gelooft in de herbouw van het Paleis voor Volksvlijt op de plaats van de Nederlandse Bank, zo geloofden veel Duitsers in de terugkeer van oude tijden, als het slot er maar weer zou staan. Het verlangen terug te gaan naar de tijd van vóór de grote schuld, krijgt daarin gestalte. Ongetwijfeld mede daarom moest het een centrum voor wereldcultuur worden, -alle volkeren verenigd- en zullen de Berlijnse etnografische collecties er worden ondergebracht.
Het Humboldt Forum heet het, genoemd naar de gebroeders Wilhelm en Alexander Von Humboldt, de oprichter van de eerste universiteit en zijn broer, de ontdekkingsreiziger.

Controversy
The demolition of the Palast der Republik, which had nevertheless conquered a special place in the hearts of the East Germans, was accompanied by much debate. The construction of this copy of the original castle was of course the subject of even greater controversy. As Wim T Schippers believes in the rebuilding of the Paleis voor Volksvlijt on the site of the Dutch Central bank in Amsterdam, many Germans believed in the return of old times, as long as the castle would be restored. The desire to go back to the time before the great guilt takes shape in this. Undoubtedly partly,
for this reason, it had to become a center for world culture, -all peoples united- and the Berlin ethnographic collections will be housed there.
It is called the Humboldt Forum, named after the brothers Wilhelm and Alexander Von Humboldt, the founder of the first university, and his brother, the world explorer.

Het was een merkwaardig gebouw, het Palast. Ik zag het nog in werking in februari 1989, tijdens mijn eerste basisjaar reis, toen we met een klein groepje Checkpoint Charlie passeerden, met een pas-voor- de-dag. Alles rook en was anders daar aan de andere kant van de grens. De kleuren waren anders, in de winkelschappen waren de verpakkingen grijs en bruin, met heldere typografie. Er waren geen reclames. Er stond een vooroorlogse draaimolen op het Käthe Kollwitzplein. We kregen onenigheid over de vraag of het uiteindelijk niet veel mooier was daar, zo eenvoudig en overzichtelijk. Natuurlijk niet, wisten we, een totalitaire staat waarin niemand zijn leven zeker was, is de hel. En dat Palast was natuurlijk je reinste hypocrisie.

It was a peculiar building, the Palast. I saw it in operation in February 1989, on my first basic year trip, when we passed Checkpoint Charlie with a small group, with a pass-for-the-day.
Everything smelled and was different over there on the other side of the border. The colors were different, on the store shelves the packaging was gray and brown, with clear typography. There were no commercial
s. There was a pre-war merry-go-round on Käthe Kollwitzplatz.
We got into a disagreement as to whether it wasn’t much nicer there in the end, so simple and clear. Of course not, we knew, a totalitarian state in which no one could be sure of his life is hell. And that Palast was of course pure hypocrisy.

Er waren behalve enorme zalen voor partijbijeenkomsten, ook concert – en theaterzalen, functionerende telefooncellen, een bowlingbaan, een roterende deurmat en lekkere koffie om de wereld te laten zien dat er goed voor het volk gezorgd werd.
Een grote misleiding was het, maar voor de Oost Duitsers was het ‘t enige beetje luxe vertier.

In addition to huge halls for party gatherings, there were also concert and theater halls, functioning telephone booths, a bowling alley, a rotating doormat, and tasty coffee to show the world that the people were well taken care of.
It was a big deception, but for the East Germans, it was the only bit of luxury entertainment accessible.

The Palast was nicknamed Erichs (Honecker) Lampenladen.

Het Palast kreeg de bijnaam Erichs (Honecker)Lampenladen.

Vijftien jaar lang was het Palast niet meer dan een schil rond een lege, stalen constructie. Een ideale tentoonstellingsruimte die flink benut werd. De Noorse kunstenaar Lars Ramberg liet het woord TWIJFEL aanbrengen, het debat over afbraak of behoud samenvattend. Het was een haat/liefde verhouding, maar voor veel Oost Duitsers zou het verdwijnen van het Palast toch een definitieve breuk zijn met een verleden waar ze met zeer gemengde gevoelens op terugkeken, maar gedeeltelijk ook naar verlangden. Ostalgie.
In 2008 werd begonnen met de afbraak, die 32 maanden duurde.

For fifteen years, the Palast was nothing more than a shell around an empty steel construction. An ideal exhibition space that was put to good use. Norwegian artist Lars Ramberg had the word DOUBT used, summing up the debate about demolition or preservation. It was a love/hate relationship, but for many East Germans the disappearance of the Palast would be a definitive break with a past they looked back on with very mixed feelings, but partly also longed for. Ostalgie.
In 2008 the demolition started, which lasted 32 months.

Toen ik in 2011 in Berlijn was, was er niets meer te zien van Palast noch Schloss; ausradiert.
Maar toen was in 2002 al besloten tot wederopbouw en gedeeltelijke reconstructie van het oude Schloss.

When I was in Berlin in 2011, there was nothing left to see, neither Palast nor Schloss; ausradiert.
But then in 2002, it had already been decided to rebuild and partially reconstruct the old Schloss.

Naar een ontwerp van Franco Stella.

Om het zeker te weten en de tegenstanders van herbouw over de streep te halen werd het slot in steigers nagebouwd en een print op ware grootte aangebracht.
Vorige maand had het feestelijk moeten worden geopend.

To be sure and to persuade the opponents of rebuilding, the Schloss was reconstructed in scaffolding and a full-size print was applied.
Last month it should have been opened festively.


Maar dan was er nog iets:
But then there was another thing:

Een monument! De prijsvraag over het plaatsen van een monument ter ere van de moedige burgers die er toe bijgedragen hadden dat de muur zonder bloedvergieten gevallen was, dat het een friedliche Revolution was geweest. De locatie was duidelijk: op het fundament dat overgebleven was van het enorme Denkmal ter ere van Kaiser Wilhelm I, gelegen in het water van de Spree.

A monument! The competition to erect a monument in honor of the brave citizens who contributed to the wall’s fall without bloodshed. The location was clear: on the foundation that remained of the enormous monument in honor of Kaiser Wilhelm I, located in the waters of the Spree.

Natuurlijk, als alle monumenten die een historische gebeurtenis symboliseren, is ook deze plek onderwerp geworden van een polemische strijd. Er waren meerdere rondes nodig. Stephan Balkenhol hoorde bij de laatste drie. Hij bedacht een vijf meter hoge knielende man in brons. In aansluiting op een soortgelijk beeld elders in de stad. Men was kritisch, het zou teveel refereren aan de knieval van Willy Brandt, waarmee deze in 1970 in Polen geschiedenis schreef.
En helaas, hij haakte af na het verzoek van de jury het ontwerp te verbeteren.

Of course, like all monuments that symbolize a historical event, this place too has become the subject of a controversial battle. Several rounds were required. Stephan Balkenhol was one of the last three. He proposed a five-meter-high kneeling man made of bronze, a follow up to another -balancing- man in the city. They were critical, it would refer too much to Willy Brandt’s bowing down in Poland, back in 1970. One of the most impressive acts of a politician. And unfortunately, he dropped out after a request from the jury to improve the design.

Milla & Partner

In 2011 werd gekozen voor een enorme goud vergulde schaal die in beweging komt als men er op loopt en door de mensen in balans moet worden gehouden. Een soort wip, met een tekst: Wir sind das Volk. Wir sind ein Volk. Brrr… Men is sceptisch en vreest nu al terugkerende technische problemen waardoor mensen vooral in het midden stil zullen blijven staan, en er van bewegen niet veel terechtkomt. Ik zag gisteren dat ze begonnen zijn met de voorbereidingen.


Er wás ooit al een simpel, mooi monument.
Deze boom staat er al lang.
Ik herinner me van een vorig bezoek aan Berlijn dat daar een schommel in gehangen was.
Hoe eenvoudig en vrolijk kun je de vrijheid vieren.

In 2011, a huge gilded bowl was chosen that starts moving when one walks on it and must be kept in balance by the people. A kind of seesaw. But one is skeptical and fearing recurring technical problems, which will cause people to stand still, especially in the middle, and not much movement will be achieved.


There was once a simple, beautiful monument.
This tree has been there for a long time.

I remember from a previous visit that there was a swing in it.
How easily and happily can you celebrate freedom?

https://www.dw.com/de/das-freiheits-und-einheitsdenkmal-in-berlin/av-55130369

Levensmiddel – Food

Het is drie jaar geleden dat ik voor een verblijf van een half jaar aankwam in Parijs
en dit blog begon.
Het Mondriaanfonds bood me de gelegenheid mijn intrek te nemen in Atelier Holsboer in
het Cité des Arts, gelegen aan de Seine die net buiten z’n oevers getreden was.
Het sneeuwde er flink.
Een week geleden kwam ik aan in Berlijn, waar ik vier maanden lang gebruik kan gaan maken van een fijn, hoog en stil atelier aan een Innenhof, in de wijk Prenzlauer Berg.
Mogelijk gemaakt door Livingstone Projects Berlin. https://www.livingstonegallery.nl/projects


Opnieuw sneeuwde het toen ik aankwam.
Maar het grote verschil met Parijs is dat deze stad voorlopig natuurlijk op slot is.
Geen Kneipe, geen restaurant en geen museum is open.
Ik las dat in Oostenrijk de wapenhandel open mag blijven, als system-relevante onderneming.
In Berlijn is dat de boekhandel. Die wordt hier gezien als ‘geestelijk tankstation’, naast de drogist en de supermarkten voor de overige levensmiddelen. Hevig bekritiseerd natuurlijk, want waarom dan ook de bouwmarkt niet? En je kunt ze toch gewoon bestellen? Ik was -hoe dan ook- een beetje ontroerd, toen ik de warm verlichte vensters zag van boekhandel Walther König. Een haven, in de kille, verlaten stad. En een mer à boire, die boekhandel, zoals wij die niet meer kennen.
Berlijn!


It has been three years since I arrived in Paris for a stay of six months and began writing this blog.
The Mondriaan Fund offered me the opportunity to take up residence in Atelier Holsboer in
the Cité des Arts, located along the Seine which had just overrun its banks.
It snowed a lot.
Last week I arrived in Berlin, where I can make use of a nice, high and quiet studio at an Innenhof, in the Prenzlauer Berg district, for four months. Made possible by Livingstone Projects Berlin. https://www.livingstonegallery.nl/projects


It was snowing again when I arrived.
But the big difference is that this city will remain closed for the time being.
No Kneipe, no restaurant, and no museum are open.
I read that in Austria the arms trade can remain open, as a system-relevant company.
In Berlin that is the bookshop. This is seen here as a ‘spiritual gas station’, in addition to the drugstore and the supermarkets for other food. Of course heavily criticized, because why not the hardware store? And you can still order them, right? Anyway, I was a little moved when I saw the warmly lit windows of the Walther König bookstore. A haven in the chilly deserted city.

And a mer à boire, as we no longer have it. Berlin!