Urlaub!


Een Mickey Mouse voorstelling op een camping in Roemenië.



Tomáš heette hij, ineens weet ik het weer.
Ik stond op de camping bij Praag, in 1975, op weg naar een Internationaal Vrijwilligerskamp in de provincie. Kan me niet herinneren dat ik een tent bij me had, maar klaarblijkelijk, anders stond ik niet op een camping. Tomáš verzorgde de verstrooiing voor de campinggasten en beheerde het winkeltje. Hij projecteerde ‘s avonds Disney-filmpjes zonder geluid, waarvan een Tsjech me later vertelde dat dat eigenlijk verboden was. Dezelfde man, Jarek heette hij, was kunstenaar en liet me op een zolder achter een gordijn zijn geheime oeuvre zien. Kleine magisch realistische voorstellingen waarvan niemand iets mocht weten, die werden als staatsgevaarlijk gezien. Ik weet nog dat ik me daar toen niets bij voor kon stellen; hoe konden kleine oliepaneeltjes met dromerige fantasieën een staat in gevaar brengen.

Dat ik op Tomáš kom, kwam door een tentoonstelling die een paar dagen open was, URLAUB in het DDR museum.
En zo’n Trabant-tent herinner ik me van zijn camping.


His name was Tomáš, suddenly I remember.
I was camping near Prague in 1975 on my way to an International Volunteer Camp in the province. Can’t remember bringing a tent with me, but apparently, otherwise, I wouldn’t be camping. Tomáš took care of the entertainment for the camping guests and managed the shop. At night he projected Disney animation films without sound, which a Czech later told me was actually forbidden. The same man, his name was Jarek, was an artist and showed me weeks later his secret oeuvre in an attic behind a curtain. Small magically realistic paintings of which no one was allowed to know, they were seen as dangerous to the state. I remember that there was nothing I could imagine at the time; how could small oil panels with dreamy fantasies endanger a state.

That I remember Tomáš, was due to an exhibition that was open for a few days, URLAUB in the GDR museum.
And I remember such a Trabant tent from his campsite.




Op de tentoonstelling was een vrolijk filmpje te zien van een groot gezelschap Trabant-tent-bezitters die zich in een halve cirkel opstelden. Zoals je dat wel eens ziet met een groep camper-reizigers. Er werd een man geïnterviewd die Gerhard Müller heette en in de jaren ’70 patent had aangevraagd op zijn uitvinding, die hij in een loods in het dorpje Limbach fabriceerde. Hem werd gevraagd hoeveel kilo dat Trabant-dak kon hebben? Het was een drie-persoonstent, personen die er rechtop in konden staan mochten samen niet meer wegen dan 250 kilo!

The exhibition showed a cheerful video of a large group of Trabant tent owners who lined up in a semicircle. As you sometimes see with a group of camper travelers. A man named Gerhard Müller was interviewed who had applied in the seventies for a patent on his invention, which he manufactured in a shed in the village of Limbach. He was asked how many kilos that Trabant roof could hold? It was a three-person tent, people who could stand upright in it should weigh no more than 250 kilos together!



Met de uitvinder, Gerhard Müller is het niet goed afgelopen.
Juist voor de Wende had hij flink geïnvesteerd in het bedrijf, maar de opdrachten bleven uit en de schulden groeiden; de Trabant werd vervangen. Hij organiseerde in 1996 nog éen keer een Dachzelttreffen, waarop maar één bezitter zich inschreef. Op weg naar Polen, met een tent op het dak dat hij aan wilde bieden aan een museum in Wroclaw, werd hij langs de kant van de weg dood aangetroffen.


Things did not end well with the inventor, Gerhard Müller.
Just before the Wende he had invested heavily in the company, but the orders were not forthcoming and debts grew; the Trabant was replaced. In 1996 he organized a Dachzelttreffen one more time, to which only one owner registered. On his way to Poland, with a tent on the roof that he wanted to offer to a museum in Wroclaw, he was found dead on the side of the road.


A hill in Berlin

Het begint een terugkerend thema te worden. Zoals ik eerder beschreef hoe het puin van de verwoeste stad na de oorlog een kerk werd, zo heeft het tevens geleid tot een paar flinke heuvels in parken in Berlijn.


De oorlog is net begonnen wanneer er onverwacht een Royal Air Force luchtaanval plaatsvindt als vergelding voor het bombardement op Rotterdam en Londen. Het is het eerste bombardement op Berlijn. Hitler zou een paar dagen later een schetsje gemaakt hebben voor het bouwen van een aantal schuil-bunkers met afweergeschut die Albert Speer uitwerkte, waarbij hij opdracht kreeg die meteen uit te voeren.
Een drietal quasi middeleeuwse burchten werden gebouwd met een omtrek van 75 x 75 meter, muren met een dikte van drie meter en een hoogte van 48 meter (ter vergelijking, iets hoger dan ‘De Wolkenkrabber’ aan de Vrijheidslaan in Amsterdam). Ze krijgen de naam FLAKtürme, afgeleid van FLugAbwehrKanonen. Niet alleen in Berlijn, er kwamen er ook in Hamburg en Wenen.

It is starting to become a recurring theme. As I described earlier how the rubble of the destroyed city became a church after the war, it has also led to some large hills in parks in Berlin.
The war has just started when an unexpected Royal Air Force air raid takes place in retaliation for the bombing of Rotterdam and London. It is the first bombing of Berlin. A few days later Hitler would have made a sketch for the building of a number of bunkers with anti-aircraft canons that Albert Speer worked out, to be carried out immediately.
Three quasi-medieval castles were built with a circumference of 75 x 75 meters, walls with a thickness of three meters and a height of 48 meters (for comparison, slightly higher than ‘De Wolkenkrabber’ on the Vrijheidslaan in Amsterdam). They are given the name FLAKtürme, derived from FLugAbwehrKanonen.

Not only in Berlin, but also in Hamburg and Vienna.


De parken in Berlijn leken het meest geschikt, dus worden voorbereidingen getroffen in Tiergarten, Park Humboldthain, en Park Friedrichshain.
Stel je voor, het oudste en lieflijke park van Berlijn, Friedrichshain, wordt omver geploegd om er zo snel mogelijk twee van deze betonnen burchten te realiseren. Ze gaan in duo, een Gefechtsturm en een Leitturm. Duizenden krijgsgevangen dwangarbeiders werken er dag en nacht aan. In oktober 1941 zijn beide bunkers gereed. Behalve als gevechtstoren dienden ze als veilig geachte opslag voor schilderijen uit de Gemäldegalerie en sculpturen uit het Bodemuseum.
Later moet een ander park in de stad, Humboldthain, er aan geloven. Een derde komt middenin de stad te staan, Tiergarten, waarvoor een deel van de dierentuin moet wijken.
De Flaktürme hadden behalve een plat dak voor de plaatsing van kanonnen, vijf etages met liften, waarin een hospitaal, kantoren en leger onderdelen opgenomen zijn, maar ook plaats moest zijn voor 15 tot 20.000 burgers om te schuilen bij een bombardement.

Overigens vernietigt in 1945 een brand – zonder opgehelderde oorzaak – 434 van de opgeslagen schilderijen, van Fra Angelico tot Zurbaran.



https://de.wikipedia.org/wiki/Liste_der_im_Flakbunker_Berlin-Friedrichshain_vermutlich_verbrannten_Gemälde_der_Gemäldegalerie

The parks in Berlin seemed most suitable, so preparations were being made in Tiergarten, Park Humboldthain, and Park Friedrichshain.
Imagine that Berlin’s oldest and lovely park, Friedrichshain, is being plowed over to create two of these concrete castles as quickly as possible. They go in pairs, a Gefechtsturm and a Leitturm. Thousands of prisoners of war forced laborers work day and night on it. Both bunkers were completed in October 1941. In addition to serving as a combat tower, they served as safe storage for paintings from the Gemäldegalerie and sculptures from the Soil Museum.
Later, another park in the city, Humboldthain, is chosen. A third will be located in the middle of the city, Tiergarten, for which part of the zoo has to make way.
In addition to a flat roof for the placement of cannons, the Flaktürme had five floors with elevators, which included a hospital, offices and army parts, but also had to accommodate 15 to 20,000 civilians to shelter during a bombing raid.
Incidentally, in 1945, a fire destroyed – for no clear cause – 434 of the stored paintings, from Fra Angelico to Zurbaran.


https://de.wikipedia.org/wiki/Liste_der_im_Flakbunker_Berlin-Friedrichshain_vermutlich_verbrannten_Gemälde_der_Gemäldegalerie

Na de oorlog doet het hospitaal in de grootste bunker nog even dienst, maar dan besluit het Soviet regime (Friedrichs- en Humboldthain liggen in Oost Berlijn) dat de Türme verdwijnen moeten. Het Rode Leger probeert in mei 1946 beide gebouwen in Friedrichshain op te blazen, maar dat heeft niet het gewenste effect.

After the war, the hospital in the largest bunker continues to serve, but then the Soviet regime (Friedrichs- and Humboldthain are in East Berlin) decides that the Türme must disappear. The Red Army tries to blow up both buildings in Friedrichshain in May 1946, but this has not had the desired effect.




Men ziet zich genoodzaakt ze te laten staan en laat vervolgens puin uit de gebombardeerde stad naar het restant van de burchten transporteren om de leemtes op te vullen, waarna ze met zand worden overdekt. Dat puin-transport gebeurde met een speciaal aangelegde Berliner Trümmerbahn, die je op de foto ziet, maar vooral ook met de hand, met het doorgeven van emmers, in eindeloos lange rijen.

https://images.app.goo.gl/J9YN19i7TE8oKoFFA


They are forced to leave them and then have rubble from the bombed city transported to the remainder of the castles to fill the gaps, after which they are covered with sand. The debris transport was done with a specially constructed Berliner Trümmerbahn, which you see in the photo, but also by hand, with the passing of buckets, in endless long rows.


In mei 1950 is de grootste Flakturm geheel uit het zicht verdwenen.
In May 1950, the largest Flakturm disappeared completely from view.

Blik op de stad vanaf de top van de berg in Volkspark Friedrichshain.

En daar stond ik vandaag bovenop.
And I was on top of that today.

Het enig nog zichtbare deel van de bovenzijde van de bunker.


Ik had er allemaal geen flauw idee van, toen ik de eerste keer een wandeling maakte in Volkspark Friedrichshain. Daar verbaasde ik me wel over de flinke heuvel, wat me deed denken aan het fameuze park in Parijs, des Buttes Chaumont, waar de heuvels en watervallen ook op kunstmatige wijze werden aangebracht, maar met een hele andere ontstaansgeschiedenis. Er zijn in de stad nog twee andere schuil-bunkers, wat kleiner van afmeting, die behouden zijn en een andere bestemming kregen.

I had no idea at all when I took a walk in Volkspark Friedrichshain for the first time. There I was amazed by the large hill, which reminded me of the famous park in Paris, des Buttes Chaumont, where the hills and waterfalls were also artificially applied, but with a completely different history of creation.
There are two other shelter bunkers left in the city, somewhat smaller in size, which have been preserved and have been given a different purpose.

Deze, aan de Reinhardtstrasse huisvest inmiddels de Boros-artcollection, met een penthouse voor de familie op het dak.

This one, on Reinhardtstrasse, now houses the Boros art collection, with a penthouse for the family on the roof.

En omdat deze in de Pallasstrasse niet weg te krijgen was is het appartementencomplex er over en omheen gebouwd. Bekend geworden door de film ‘Der Himmel über Berlin’ die daar in 1986 is opgenomen.

And because it was impossible to get rid of it in the Pallasstrasse, the apartment complex was built over and around it. Made famous by the film ‘Der Himmel über Berlin’, which was shot there in 1986.

Things

Het Museum der Dinge was even geopend en het is echt een van de leukste die ik ken!
Helemaal niet groot, zonder pretenties; er staan gewoon heel veel houten vitrinekasten met spullen, geordend op thema en zonder hiërarchie. Gebruikte objecten waar hele levens achter schuilgaan, verhalen verteld worden, die herinneringen opwekken en ontroering teweegbrengen. Daarmee zit je bij mij natuurlijk wel goed. Het is beslist anders dan een rommelmarkt of een kringloopwinkel. Een medewerker vertelde me dat het een topje van de ijsberg is. Er wordt misschien drie procent getoond van wat er allemaal in de opslag ligt.

The Museum der Dinge was open for a while and it is really one of the nicest I know!
Not big at all, without pretensions; there are just a lot of wooden display cabinets with things, arranged by theme and without hierarchy. Used stuff that hides entire lives, stories are told, that awaken memories and bring about emotion. Then of course you are in the right place with me. It’s definitely different from a flea market or thrift store. An employee told me it’s just the tip of the iceberg. Maybe three percent of what is in storage is shown.

Het vindt zijn oorsprong in de Deutscher Werkbund, een idealistische organisatie van kunstenaars, vormgevers en industriëlen, opgericht in 1907 met als doel het niveau van productie en ontwerp van gebruiksartikelen te verbeteren. Het lijkt een beetje op de Stichting Goed Wonen die in Nederland na de oorlog in het leven werd geroepen. Met advies voor het interieur, om van de in de woonkamer centraal geplaatste bolpoot tafel met Perzisch tapijt af te komen. Onder het motto: smaak is een kwestie van opvoeding.

It originated in the Deutscher Werkbund, an idealistic organization of artists, designers and industrialists, founded in 1907 with the aim of improving the level of production and design of consumer items. It is a bit like the Stichting Goed Wonen that was established in the Netherlands after the war. With advice for the interior, to get rid of the centrally placed ball leg table with Persian carpet in the living room. Under the motto: taste is a matter of education.


Het Museum der Dinge, dat het Werkbund archief beheert, is ruimhartiger in haar esthetische opvatting. Daar wordt op liefdevolle wijze net zoveel waarde gehecht aan objecten van bekende ontwerpers als de anonieme, design naast huisvlijt, functie naast kitsch. Dat maakt het zo aantrekkelijk.

The Museum der Dinge, which manages the Werkbund archive, is more generous in its aesthetic view. There, just as much value is attached to objects by well-known designers as the anonymous, in a caring way, design next to home industry, function next to kitsch. That’s what makes it so attractive.

Series

De allereerste Derrick in 1974, waarna er nog 280 afleveringen volgden


Dussmann is de naam van de grootste boekhandel in Berlijn, met drie etages, een ‘lecture room’, koffie én open in Corona-tijd. Met een afdeling Hörbücher en dvd’s, waar je alle goeie Duitse tv-series van de afgelopen decennia kunt krijgen. Alle afleveringen van de krimi DERRICK bijvoorbeeld, negentien seizoenen lang uitgezonden in 100 landen.
De allereerste aflevering uit 1974 (er volgden er nog 280) van Derrick en zijn assistent-inspecteur Harry staat ook op Youtube, en is nog steeds spannend.

Dussmann is the name of the largest bookshop in Berlin, with three floors, a ‘lecture room’, coffee and open in Corona time. With an audiobooks and DVDs section, where you can get all the great German TV series from the past decades. For example, all episodes of the krimi DERRICK, broadcast in 100 countries in nineteen seasons.
The very first episode from 1974 (280 more followed) of Derrick and his assistant inspector Harry is also on YouTube, and is still exciting.



Op de plank erboven staat de serie Babylon Berlin, waaraan ik hier helemaal verslaafd ben geraakt. In Lockdown Berlin zag ik elke avond een aflevering van de eerste drie seizoenen. Het speelt zich af tegen de achtergrond van het broeierig dreigend Berlijn van 1929. De communistische beweging tegenover de opkomende nazi’s, uitmondend in de beurskrach. Iets teveel effectbejag misschien, maar meeslepend.
Een deel van de stad werd ervoor nagebouwd in de legendarische Studio Babelsberg in Potsdam.
Perfect vormgegeven en aangekleed tot in het kleinste detail en aantrekkelijk geacteerd door oa Peter Kurth en Volker Bruch.
Van regisseur Tom Tykwer die doorbrak met de film Lola rennt (1998).


On the shelf above is the Babylon Berlin series, to which I got completely addicted here. In Lockdown Berlin I saw every night an episode of the first three seasons. It takes place against the background of ominous Berlin of 1929. The communist movement against the rising Nazis, culminating in the stock market crash. Maybe a little too much effect, but compelling.
Part of the city was recreated in the legendary Studio Babelsberg in Potsdam.
Perfectly designed and decorated down to the smallest detail and attractively acted by Peter Kurth and Volker Bruch, among others.
From director Tom Tykwer who broke through with the film Lola Rennt (1998).

Peter Kurth
Volker Bruch
Studio set

Brutal


Wat een lef hè; het is 1965 en de Sint Agnes parochie van de in februari 1945 zwaar gebombardeerde wijk in Kreuzberg, geeft opdracht een nieuw godshuis te bouwen. De dan zeer succesvolle architect Werner Düttmann ontwerpt de kerk met klokkentoren, het parochiehuis, kinderopvang en een woning voor de pastoor en koster. Materiaal: beton van vermalen steen afkomstig van de dan nog altijd aanwezige ‘Trümmerhaufen’, de restanten van de platgegooide woningen in dat deel van de stad.
Het werd een streng geometrische constructie, ‘mit wortkarge Wände’, met zwijgzame (woordloze, stille?) wanden (muren?).
Het gebruik van onbewerkt beton, ‘béton brut’ genereerde de naam van een architectonische stroming, het brutalisme, waarvan Düttmann in Duitsland een belangrijke representant is.

In 2011 pacht galeriehouder Johann König het hele complex voor de duur van 99 jaar, liet het renoveren en slim aanpassen tot een multifunctionele ruimte door Brandlhuber architects.


https://www.koeniggalerie.com/
https://bplus.xyz/

What guts!; it is 1965 and the Saint Agnes parish of the in February 1945 heavily bombed neighborhood in Kreuzberg, orders a new almshouse to be built. The then very successful architect Werner Düttmann designed the church with a bell tower, the parish house, childcare, and a house for the priest and sexton. Material: concrete of crushed stone from the then still present ‘Trümmerhaufen’, the remains of the destroyed houses in that part of the city.
It was a strictly geometric construction, ‘mit wortkarge Wände‘, with taciturn (wordless, silent?) walls
The use of raw concrete, ‘béton brut’, generated the name of an architectural movement, brutalism, of which Düttmann is an important representative in Germany.

In 2011, gallery owner Johann König leased the entire complex for 99 years, had it renovated and cleverly adapted into a multifunctional space by Brandlhuber architects.






Op de radio hoorde ik een interessant programma over de strijd die er in de Koude Oorlog óók woedde op het gebied van bouwen. Prestigieuze projecten aan beide zijden van de muur, waarin men elkaar probeerde te overtreffen. De Karl Marx Allee in het Oosten tegenover het
sociale woningbouw project Hansaviertel in het Westen, waar Niemeyer, Alvar Aalto en Walter Gropius konden bouwen. Düttmann was daarin als bouwmeester en architect een leidend figuur.
En aan de andere kant van de muur was dat Hermann Henselmann, noodgedwongen enige tijd werkzaam in de neo classicistische, stalinist pompeuze stijl waarin de heren in Moscou het liefst gebouwd zagen worden. Later was hij veel meer een modernist, met Bauhaus wortels.
Opvallend is dat na de val van de muur, de oude, in verval geraakte 19de eeuwse wijken in het Oosten zeer in trek waren, bij de West Duitsers, terwijl het modernisme huizen en flats had opgeleverd waarin men aanvankelijk niet meer wilde wonen. Dat is langzaam aan het keren.


On the radio, I heard an interesting program about the battle that was also fierce in the field of building and urban planning during the Cold War. Prestigious projects on both sides of the wall, in which they tried to outdo each other. The Karl Marx Allee in the East opposite the social housing project Hansaviertel in the West, where Niemeyer, Alvar Aalto, and Walter Gropius could build. Düttmann was a leading figure in this as a master builder and architect.
And on the other side of the wall, it was Hermann Henselmann, who was forced to work for some time in the neoclassical, Stalinist pompous style in which the gentlemen in Moscow preferred to see construction. Later he was much more of a modernist, with Bauhaus roots.
It is funny that after the fall of the wall, the old, dilapidated 19th-century neighborhoods in the East were very popular with the West Germans, while modernism had resulted in houses and flats in which people initially no longer wanted to live. That is slowly changing now.



Een van de eerste schetsjes voor het nieuwe Brückemuseum van Düttmann. –
One of the first sketches for Düttmann’s new Brücke Museum.

Düttmann bouwde in dezelfde tijd het Brückemuseum in de landelijke omgeving van Dahlem, dat ter gelegenheid van zijn honderdste geboortedag een tentoonstelling organiseert waarbij het museum -zo begrijp ik, zien kunnen we het nog niet- leeggeruimd is om de schoonheid van zijn architectuur te tonen.
Zoals Ann Goldstein bij de heropening van het Stedelijk Museum deed, wat me toen zeer stoorde omdat we er eindelijk weer toegang toe hadden, er zoveel moois in het depot stond en de zalen er juist niet beter op geworden waren.

Inspelend op de corona-beperkingen heeft het museum een drietal wandelingen georganiseerd langs de 28 bouwwerken van Düttmann. Met opvallende informatieborden, QR codes en een hartstikke goeie website.


http://www.wernerduettmann.de

At the same time, Düttmann built the Brückemuseum in the woody area of Dahlem, which is organizing an exhibition on the occasion of his hundredth birthday in which the museum – I understand, we cannot see it yet – has been cleared out to show the beauty of its architecture.
As Ann Goldstein did at the reopening of the Stedelijk Museum, which really bothered me at the time because we finally had access to it again, and so much in stock, and the rooms had not improved.

In response to the corona restrictions, the museum has organized three walks along the 28 buildings of Düttmann. With striking information boards, QR codes and a really good website.

And what did Johann König put in front of the entrance to that austere building, his gallery?
This sculpture of Erwin Wurm!

The nineteenth century


Geen makkelijke eeuw in de schilderkunst, in het Teylers Museum in Haarlem moet ik altijd een beetje doorbijten. Daar snap je goed waarom de impressionisten móesten komen, als antwoord op zoveel benauwde burgerlijkheid en academische regels. In de Alte Nationalgalerie is het zo gek je te realiseren dat deze plek -toen het gebouwd werd rond 1870,- hét museum voor moderne kunst was, met voor een deel dezelfde werken als er nu weer ondergebracht zijn.
Ik was er dinsdag om tien voor tien en kon als eerste naar binnen waarbij ik de neiging kreeg de suppoosten allemaal de hand te schudden. De eerste openstelling sinds 1 november; het had iets feestelijks.

Vijf redenen om een keer naar het museum van de 19e eeuw, de Alte National Galerie te gaan.


Not an easy century in painting, as I notice each time visiting the Teylers Museum in Haarlem. There you do understand why the Impressionists had to come, in response to so many oppressive bourgeois and academic rules.
In the Alte Nationalgalerie it is so interesting to realize that this place – when it was built around 1870 – was the museum for modern art, with some of the same works as now housed there.
I arrived at ten to ten on Tuesday and was the first to enter, with the urge to shake hands with all the attendants.
The first opening since November 1; there was something festive about it.

Five reasons to visit the museum of the 19th century, the Alte Nationalgalerie.


Der Watzmann – 1825

  1. Caspar David Friedrich

Niet voor niets is er een hele zaal gewijd aan het werk van Caspar David Friedrich. En ook al doe je je best anderen eens wat meer aandacht te geven (Menzel, Blechen, Böcklin, von Marées) het is tóch de zaal waar je als betoverd op een bankje gaat zitten. Dit keer was ik er langdurig alleen, en niet eerder drong tot me door hoe uitgebeend zijn beelden zijn. Hoe het begrip ‘romantisch’ voor zoveel meer uitleg vatbaar is. Dit heeft alles te maken met de eenzaamheid en weemoed die spreekt uit Schuberts Winterreise, en weinig met wat wij romantisch zijn gaan noemen.

It is not without reason that an entire room is devoted to the work of Caspar David Friedrich. And even if you do your best to give others a little more attention (Menzel, Blechen, Böcklin, von Marées), this is still the room where you sit on a bench, mesmerized. This time I was alone for a long time, and never before did I realize how boned his images are. How the term ‘romantic’ can be explained in so many ways. This has everything to do with the loneliness and melancholy that speaks from Schubert’s Winterreise, and little with what we have come to call romantic.

Mönch am Meer (1809) en Abtei im Eichwald (1810)

Der einsame Baum (1821)


2. Carl Blechen

Zwei Mönche im Park von Tivoli (1830)


Blechen was zijn tijd ver vooruit. Geen belangstelling voor het heroïsche of de symbolische duiding van het landschap, zoals zijn tijdgenoten veel meer bezighielden. Eigenlijk werkte hij als een impressionist later zou doen, op reis met zijn ezel middenin de natuur, met een losse flair en licht in het schilderen, ver weg van het Pruisisch classicisme.

Blechen was way ahead of his time. No interest in the heroic or symbolic interpretation of the landscape, as his contemporaries were much more concerned with. Actually, he worked as an impressionist would later do, traveling with his easel in the middle of nature, with a loose flair and light in painting, far away from Prussian classicism.



3. Max Klinger


Bij eerder bezoek aan de Alte Nationalgalerie ging ik steevast op zoek naar één schilderij dat nu tot mijn verrassing naast het werk hing waar ik eerder over schreef, de Sonnige Stube van Hammershøi.
Spaziergänge is de intrigerende titel van dit intrigerende schilderij. Max Klinger schilderde het in 1878 toen hij nog op de academie zat, 21 jaar oud. Vijf mannen, geïsoleerd van elkaar, gloedvol laat middaglicht schijnt op de lange bakstenen muur waar men vaak langs gelopen is getuige de sporen in het gras, maar waar naar toe? De man met bolhoed lijkt het slachtoffer te gaan worden en trekt zijn pistool. Naar motieven en afloop kun je alleen maar gissen. Klinger was een symbolist, en een vroege surrealist met gevoel voor humor die vooral bekend werd met zijn grafiek. De plaatsing naast Hammershøi vond ik geen gelukkige. Nog afgezien van het feit dat ze niks met elkaar aangingen, werd dat hele subtiele licht in het interieur omvergeblazen door de zon op de muur van Klinger.


During previous visits to the Alte Nationalgalerie, I invariably went in search of one painting that, to my surprise, was now hanging next to the work I wrote about earlier, the Sonnige Stube by Hammershøi. Spaziergänge is the intriguing title of this intriguing painting. Max Klinger painted it in 1878 when he was still at the academy, 21 years old. Five men, isolated from each other, glowing late afternoon light shines on the long brick wall that people have often walked past, as evidenced by the marks in the grass, but where to? The man in the bowler hat seems to be a target and pulls his gun. You can only guess at motives and outcome. Klinger was a symbolist and early surrealist with a sense of humor who was best known for his graphics. I found the placement next to Hammershøi, not a happy one. Apart from the fact that they did not interact with each other, that very subtle light in the interior was blown over by the sun on Klinger’s brick wall.

Hammershøi en Klinger


4. Zirkus van Paul Friedrich Meyerheim (1861)



En dan hangt er in een zaal met mij onbekende meesters ineens deze kleine circus voorstelling. Het was ongetwijfeld dé gebeurtenis van het jaar voor de mensen die in de omgeving woonden. Met mijn neus er op zag ik hoe verguld aandachtig en vertederd ze waren. Met de armen voor hun ogen tegen het felle zonlicht en de leeuw die op zijn beurt wacht.


And then suddenly this small circus show hangs in a room with masters unknown to me. It was undoubtedly the event of the year for the people who lived in the area. With my nose up I saw how attentive and endeared they were.
With the arms over their eyes against the bright sunlight and the lion waiting his turn.


5. Hodler

Voor Ferdinand Hodler moet je naar Zwitserland, of naar Musée d’Orsay, waar ook een paar mooie hangen. In Berlijn hangt deze. Hij benadert het landschap altijd frontaal, horizontaal, nooit vanuit een hoek, wat perspectivisch misschien beter kan werken, maar de abstractie in de weg zou zitten. En dat is misschien wel de grootste kwaliteit van zijn landschappen. Want een Zwitsers bergmeer schilderen zonder tuttig te worden, is knap.

For Ferdinand Hodler you have to go to Switzerland, or to the Musée d’Orsay, which also has a few nice ones. This one hangs in Berlin. Always frontal, horizontal, never from an angle, which might work better for the perspective, but would get in the way of abstraction. And that is perhaps the greatest quality of his landscapes.
Because painting a Swiss mountain lake without being fussy is admirable.

Ferdinand Hodler


En dan nog even een van Caspar David Friedrich, das Eismeer, dat in Hamburg hangt en dat Jacobien de Rooij tot inspiratie diende voor haar Marmerzee zoals ze die aantrof in Portugal.

Caspar David Friedrich – Das Eismeer (1823)


And then just one more by Caspar David Friedrich, das Eismeer, which you can see in Hamburg and that Jacobien de Rooij served as inspiration for her Marmerzee, as found in Portugal.

Jacobien de Rooij – Marmerzee (2011-2013) 220 x 280 cm, pastelkrijt op papier

Carpaccio

Vittore Carpaccio – 1505 – Grabbereitung Christi

David Groot is overleden.
Een lieve, scherpzinnige, interessante man, a generous gentleman.
Hij was de eerste echte kunstenaar die ik leerde kennen in misschien wel een van de eerste ateliers waar ik binnenkwam, toen ik zelf nog op de academie zat. Een atelier waarin alles netjes geordend was, met schilderijen aan de wand die gebaseerd waren op reproducties van het werk van Jean Arp. Dat was toen helemaal nieuw voor me. Dat het niet ging om de aller-individueelste expressie, niet om originaliteit, maar om tot eigen uitspraken te komen door de visuele taal van iemand anders te doorgronden. Dat heeft hem zijn leven lang beziggehouden.
Hij was het die voor het eerst de naam Carpaccio noemde, en dan niet het gerecht, maar de kunstenaar waar ik toen nog nooit van gehoord had. David was belezen en specifiek in zijn voorkeuren en kon je in zijn enthousiasme meenemen. Giovanni Bellini kende ik wel, die is een van mijn grootste helden in de kunst geworden, Vittore Carpaccio verkeerde in zijn kringen en werd door hem beïnvloed.
Hier in Berlijn hangt in de Gemäldegalerie -die helaas nog niet open is-, het forse doek, Die Grabbereitung Christi, the Preparation of Christ’s tomb. Ik zie er naar uit dit in het echt te gaan zien, ik kan het me van eerder bezoek niet herinneren. Er is zoveel op te ontdekken, al die gebeurtenissen die gelijktijdig plaatsvinden. De rust die de dood bracht tegenover alle bedrijvigheid.

Het lichaam van Christus, zo mooi horizontaal op de voorgrond, een lapje onder zijn hoofd, gereed om gewassen te worden. De poten van de tafel zijn bijna als botten, omgeven door echte beenderen en doodshoofden. Er klimt iemand uit een graf. Tegen een boom geleund zit Job, er achter wordt Maria ondersteund door Maria Magdalena, uitgeput van verdriet. Er wordt druk gewerkt aan het graf van Christus, de grote afsluitende steen wordt terzijde geschoven. Hoog op de berg Golgotha staat het kruis waarvandaan het lichaam naar beneden gedragen is. Temidden van alle troosteloosheid wordt -bovenop wat een opengebroken graf lijkt- gemusiceerd. Dat zou een verwijzing kunnen zijn naar de latere wederopstanding.


David Groot passed away.
A sweet, smart, interesting man; a generous gentleman.
He was the first real artist I met in perhaps one of the first studios I entered when I was still at the academy myself.
A studio in which everything was neatly arranged, with paintings on the wall that were based on reproductions of the work of Jean Arp. That was completely new to me at the time. That it was not about the most individual expression, not about originality, but about arriving at one’s own statements by understanding the visual language of someone else.
That has occupied him all his life.
It was he who first mentioned the name Carpaccio and not the dish, but the artist I had never heard of then. David was well-read and specific in his preferences and could take you with him in his enthusiasm.
I knew Giovanni Bellini, who has become one of my greatest heroes in art, Vittore Carpaccio was in his circles and was influenced by him.
Here in Berlin, in the Gemäldegalerie – which unfortunately is not yet open – hangs the hefty canvas, Die Grabbereitung Christi, the Preparation of Christ’s tomb. I look forward to seeing this in real life, I can’t remember from the previous visits.
There is so much to discover, all those events taking place simultaneously. The peace that death brought against all activity.

The body of Christ, so beautifully horizontal in the foreground, a patch under his head, ready to be washed. The legs of the table are almost like bones, surrounded by real bones and skulls. Someone is climbing out of a grave. Leaned against a tree, Job sits, behind it Mary is supported by Mary Magdalene, exhausted with grief. The tomb of Christ is being worked hard, the large closing stone is being pushed aside. High on Mount Golgotha is the cross from which the body is carried down. In the midst of all the desolation – on top of what appears to be a broken open grave – music is being played. That could be a reference to the later resurrection.

Simplicity



Op de Schönhauser Allee, waar ik nu om de hoek woon, moet ik vaak voor het stoplicht wachten (waarvoor iedereen hier nog daadwerkelijk wacht, ook als er in de verste verte geen verkeer te bekennen is) en dan zie ik een snackbar met een klein luikje waar je curry worst kunt kopen.
Lawaaieriger en lelijker kun je zo’n gebouwtje niet krijgen, ik verbaas me er steeds weer over. De hele omgeving van het huisje is vol ruis. Gebods- en verbodsborden, overal graffiti, stickers en kunstgebittige nieuwbouw.
In een boek over Prenzlauer Berg zag ik een foto van dezelfde hoek, de snackbar die in de DDR tijd nog Imbiss heette. Imbiss staat voor een snelle tussendoor-hap. Er zijn twee uitgifte-luiken en het wordt geafficheerd als ‘buffet’. Er is één verkeersbord: een pas op! aanduiding voor de tram die er aan kan komen.

On the Schönhauser Allee, where I live around the corner, I often have to wait for the traffic light (for which everyone here is actually waiting, even when there is no traffic in the distance) and then I see a snack bar with a small hatch where you can buy curry sausage. You cannot get a building like this noisier and uglier, I am always amazed about it. The whole area around the house is full of noise. Commandment and prohibition signs, graffiti, stickers, and new constructions everywhere. In a book about Prenzlauer Berg, I saw a picture of the same corner, the snack bar that was still called Imbiss in the GDR era. Imbiss stands for a quick snack in between. There are two distribution windows and it is advertised as ‘buffet’. There is one road sign: a beware! indication for the tram that may arrive.


In hetzelfde boek stond een foto van het er schuin tegenover liggende flatgebouw, aan de Stargarderstrasse met een neon reclame, zonder productnaam, want reclame was in de DDR tijd niet nodig, de Staat zorgde immers voor alles. Met een worst, een brood, een stukje taart, een pretzel en wat te drinken. Wat wil je nog meer. En dan lichtte dat ‘s avonds op, in een duistere buurt waar verder weinig te beleven was.


In the same book there was a photo of the apartment building diagonally opposite, on the Stargarderstrasse with a neon advertisement, without a product name, because advertising was not necessary in the GDR time, after all, the State took care of everything. With a sausage, a loaf of bread, a piece of cake, a pretzel and something to drink. What else do you want. And then it lit up in the evening, in a dark neighborhood where there was little else to do.

Het stilleven is er niet meer. Op de muur is een van de vele muurschilderingen die Berlijn rijk aangebracht, die ik allemaal even misplaatst en vervelend vind.

The still life is no longer there. On the wall is one of the many murals in Berlin, all of which I find equally out of place and annoying.

Schönhauser Allee hoek Stargarder Strasse


De degelijke eenvoud van de vormgeving uit de DDR jaren is inmiddels weer hip en een begeerlijk verzamelobject geworden en dat kun je je goed voorstellen. Er staat op wat er in zit, in heldere typografie en beeld. Geen gedoe en geen verspilling. Het Museum der Dinge, dat binnenkort weer te bezoeken is, heeft er veel tentoonstellingen aan gewijd. Dezelfde producten naast elkaar, de West- en de Oostversie. En dan ging mijn voorkeur steevast uit naar de laatste. Ik ken iemand in Estland wiens moeder vroeger plastic tasjes verzamelde uit het Westen en die eindeloos repareerde, als een kostbaarheid. Voor haar geen groter verlangen dan naar de overdaad van het Westen.


The solid simplicity of the design from the GDR years has now become hip again and a desirable collector’s item and you can imagine that. It says what’s inside, in clear typography and images. No hassle and no waste. The Museum der Dinge, which can be visited again soon, had many exhibitions devoted to it. The same products next to each other, the West and East versions. And then my preference was invariably for the latter. I know someone in Estonia whose mother used to collect plastic bags from the West and repair them endlessly, like a treasure. No greater desire for her than for the abundance of the West.

Ik kocht hier een achthonderd pagina dik boek, uitgegeven door Taschen; das DDR Handbuch. Een neerslag van de uitputtende collectie van het Wende Museum, in Californië (!) waarvan de eigenaar op tijd alle rommelmarkten in Oost Europa afstruinde en opkocht waar men toen graag van af wilde. Keurig gerangschikt in hoofdstukken als Levensmiddelen, Menukaarten, Toiletartikelen, Speelgoed, Kleding, Erotica, Vakantie en Industrie. En alles even treurig als aantrekkelijk gelijk.


I bought here an eight hundred-page book, published by Taschen; das DDR Handbuch. This is the exhaustive collection of the Wende Museum, in California (!), of which the owner scoured all flea markets in Eastern Europe on time and bought what they wanted to get rid of as soon as possible. Neatly arranged in chapters such as Food, Menus, Toiletries, Toys, Clothing, Erotica, Holidays and Industry.
And everything is equally sad and attractive.

Water


Kunst in de openbare ruimte, dacht ik heel even.
Ik vroeg het voorbijgangers die daar met hun hond wandelden, maar ook geen idee hadden. Iets industrieels, maar in zulke kleuren? In een omgeving waar verder weinig bedrijvigheid te bekennen was, vlakbij Tiergarten en de Technische Universiteit. Er lagen wat aantrekkelijke woonbootjes omheen, het leek een eiland.

Het blijkt de grootste watersnelheid-test-locatie in de wereld te zijn. Het is ooit begonnen als het Pruisische onderzoeksinstituut voor waterbouwkunde, grondwerken en scheepsbouw, een waterbouwkundig laboratorium dat nu deel uitmaakt van de Universiteit. Scheepsmodellen worden er blootgesteld aan de druk van opgewekte waterstromen, zo begrijp ik.
Scheepsdieselmotoren zorgen er voor dat 3300 ton water met een snelheid van 10 meter per seconde door de buis stoomt. In 1975 werd de met polyurethaan beklede buis in opdracht van architect Ludwig Leo roze geschilderd en het geheel is onlangs gerestaureerd, waarover ik dit filmpje vond.



Art in public space, I thought for a moment.
I asked passers-by who were walking there with their dog but also had no idea. Something industrial, but in such colors? In an environment where there was little activity to be seen, close to Tiergarten and the Technical University. There were some attractive houseboats around it, it looked like an island.

It turns out to be the largest water speed test site in the world. It started out as the Prussian Research Institute of Hydraulic Engineering, Earthworks and Shipbuilding, a hydraulic engineering laboratory that is now part of the University. Ship models are exposed to the pressure of generated water flows, I understand. Marine diesel engines ensure that 3300 tons of water steam through the pipe at a speed of 10 meters per second. In 1975 the polyurethane-coated tube was painted pink by the design of architect Ludwig Leo and the whole has recently been restored, about which I found this video.

Resist



‘Dat je dat nou niet allemaal wéten wilt’, riep mijn vader, als wij zeiden, nee Pa, niet wéér over de oorlog.
En daarvan heb ik nu grote spijt. Hoe graag zou ik met hem over de oorlog spreken, waar hij veel van wist en alles over las en zag. Lange rijen video’s over de Tweede Wereldoorlog, net zo’n lange als die van de Winkler Prins.
De bestemming van de huwelijksreis was Duitsland, waarvan mijn moeder zich vooral de Trümmerhaufen herinnerde, eindeloze bergen stenen, overal. Onze eerste buitenlandse vakanties vierden we in Duitsland, natuurlijk. Met grote bolle dekbedden en Kaiserbrötchen, en Onkel Ernst met wie mijn vader lange gesprekken voerde. Later raakten mijn ouders bevriend met een dominee en zijn vrouw aan de Oostzijde van de muur. En met een graaf, wiens neef, Claus von Stauffenberg, een aanslag pleegde op Hitler, die mislukte. De graaf die op de dag van mijn moeders begrafenis met bloemen uit Zuid-Duitsland kwam, aanbelde, een half uur bleef, even alleen met mijn moeder wilde zijn, ons omhelsde en weer terug reed.

Gedenkstätte Deutscher Widerstand heet de plek waar ik gisteren bij toeval belandde.
Claus von Stauffenberg was officier die in kringen verkeerde waarin men in het diepste geheim een aanslag voorbereidde op Hitler, waarvan er eerder een aantal verijdeld waren. Von Stauffenberg zou dit keer zelf de aanslag op Hitler uitvoeren, tijdens een militaire stafbespreking in het hoofdkwartier van Oost-Pruisen,  een goed beveiligd bunkercomplex. Von Stauffenberg had een aktetas met daarin een tijdbom onder de kaartentafel, waarover de officieren en ook Hitler gebogen stonden, geplaatst en vertrok. De aanslag mislukte.
De bom ontplofte en Hitler raakte gewond, maar niet ernstig. De samenzweerders werden ter dood veroordeeld en het vonnis werd dezelfde dag nog uitgevoerd. De executies vonden plaats op de binnenplaats van het Bendlerblock, waar nu dit beeld staat van een naakte man met samengebonden handen, een beeld van Richard Scheibe, dat daar geplaatst is in 1953. Er is later een tweede beeld geplaatst, een vloersculptuur van Erich Reusch, een beetje in de geest van Carl Andre. Als drempel van verzet; ga je er overheen of niet.
Misschien werd het versterkt doordat ik de enige bezoeker was, en speelde mijn vader een rol, maar ik vond het – in al z’n eenvoud- allemaal zeer aangrijpend.


“That you don’t want to know all about that,” my father replied when we said, no Pa, not again about the war.
And I regret that now. How I would love to talk to him about the war, about which he knew a lot and read and saw everything about it. Long lines of videos about the Second World War, just as long as those of the Winkler Prins.
The honeymoon destination was Germany, of which my mother especially remembered the Trümmerhaufen, endless mountains of stones, everywhere. We celebrated our first foreign holidays in Germany, of course. With big round duvets and Kaiserbrötchen, and Onkel Ernst with whom my father had long conversations. Later my parents became friends with a pastor and his wife on the East side of the wall. And with a count, whose cousin, Claus von Stauffenberg, committed an attack on Hitler, which failed. The count who came with flowers from southern Germany on the day of my mother’s funeral, rang the bell, stayed for half an hour, wanted to be alone with my mother, hugged us and drove back again.

Gedenkstätte Deutscher Widerstand is the name of the place where I accidentally ended up yesterday.
Claus von Stauffenberg was an officer who was in circles in which an attack on Hitler was being prepared in secret, some of which had previously been thwarted. This time, Von Stauffenberg was to carry out the attack on Hitler himself, during a military staff meeting at the headquarters of East Prussia, a well-secured bunker complex. Von Stauffenberg had placed a briefcase with a time bomb in it under the chart table, over which the officers and also Hitler were bent, and left. The attack failed.
The bomb exploded and Hitler was injured, but not seriously. The conspirators were sentenced to death and the sentence was carried out the same day. The executions took place in the courtyard of the Bendlerblock, where now stands this statue of a naked man with bound hands, a statue by Richard Scheibe, placed there in 1953. A second work was placed later, a floor sculpture by Erich Reusch, somewhat in the spirit of Carl Andre.
As a threshold of resistance; do you go over it or not.
Perhaps it was reinforced by my being the only visitor and my father was definitely part, but I found it – in all its simplicity – very moving.